Thomas Piketty heeft goed nieuws voor mensen die zat zijn van de werkfetisj:
Om de aarde leefbaar te houden, moeten we veel minder gaan werken, zegt de Franse stereconoom Piketty.
Het idee ongelijkheid en klimaatverandering tegelijk aan te pakken, is op zich niet nieuw. Ook Oxford-econoom Kate Raworth beschreef in haar boek Donuteconomie (2017) al ideeën om te komen tot een economie die én iedereen voldoende welzijn biedt, én binnen de draagkracht van de aarde blijft. Piketty en collega’s leveren nu een grondige doorrekening van wat nodig is om in zo’n wereld terecht te komen. Nieuw is dat deze studie klimaatmodellen met precieze berekeningen van ongelijkheid op zeer lange termijn samenbrengt.
Groeien om het groeien kan niet meer, zeggen de onderzoekers. Ze spreken van sufficiency: een economische toestand waarbij het welvaartsniveau ‘genoeg’ of ‘toereikend’ is. Productiviteitsgroei en meer participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt moeten het mogelijk maken dat mensen gemiddeld minder uren werken, waarbij een verschuiving moet plaatsvinden van vervuilende industriesectoren als de vleesbranche naar minder vervuilende, zoals zorg en onderwijs. Hij benadrukt dat dit wat anders is dan het degrowth-denken, een stroming in de economische wetenschap die pleit voor een volledige stop op economische groei in rijke landen. „Niet de omvang van de groei is doorslaggevend, maar de samenstelling ervan.”
Om te voorkomen dat extra economische groei leidt tot meer vervuiling, moet die groei vooral worden ingezet om meer vrije tijd te creëren, vinden Piketty en zijn collega’s. De gemiddelde werkende wereldburger werkt nu zo’n 2.100 uur per jaar. Dit moet volgens de onderzoekers meer dan halveren, naar 1.000 uur per jaar aan het einde van deze eeuw. Dat komt ongeveer neer op een 25-urige werkweek met twaalf weken per jaar vakantie. Grondstofgebruik, emissies en landgebruik moeten zo worden beteugeld, want minder werken betekent volgens de auteurs uiteindelijk: minder produceren.
Maar dan rijst de vraag: worden mensen niet armer van korter werken? De onderzoekers zeggen van niet, of in elk geval niet zo erg als je zou denken. Vrije tijd heeft namelijk ook waarde. Als je niet werkt, en wel tijd doorbrengt met vrienden, is dat ook welzijn, al telt dat nu niet mee in het bbp. Piketty en zijn collega’s lossen dat op door de waarde van vrije tijd wél mee te nemen in hun berekeningen. Daaruit blijkt dat de toegenomen waarde van vrije tijd grotendeels het inkomensverlies door minder werken compenseert.
Mensen moeten niet alleen mínder werken, ze moeten ook in ándere sectoren gaan werken. Industrie, bouw en energiebedrijven nemen nu het leeuwendeel van de economische productie voor hun rekening. De Franse econoom en zijn collega’s schrijven dat „immateriële sectoren”, zoals onderwijs en zorg, veel groter moeten worden: van ongeveer 11 procent van alle arbeidsuren nu naar 43 procent in 2100. „Zweden en Noorwegen zitten al op 30 à 35 procent, dus onmogelijk is dat niet.”
Dit alles is verder ingebed in een raamwerk waarin door mondiale herverdeling iedereen uiteindelijk een maandsalaris van EUR 5000 zou moeten krijgen:
Bij de grootscheepse wereldwijde herverdeling die de auteurs voorstellen (waarbij de maandinkomens per hoofd van de bevolking in alle landen naar 5000 euro in 2100 toegroeien) zou 95 à 98 procent van de wereldbevolking erop vooruitgaan in inkomen. Alleen de rijkste toplaag zou moeten inleveren. Als je de winst van meer vrije tijd en het voorkomen leed door klimaatschade meeneemt, gaat zelfs 99 procent van de aardbewoners erop vooruit, schrijven de auteurs.
Ook wordt uitgelegd wat de risico's zijn als je niet aan mondiale herverdeling en solidariteit doet:
„En als dat niet genoeg is: ik denk dat we écht een belang hebben in het voorkomen van 4 graden of meer klimaatopwarming. Als je landen in het Zuiden niet steunt, zullen ze voor hetzelfde ontwikkelingsmodel kiezen als wij, gebaseerd op fossiele brandstoffen. Dan liggen we op koers voor 4 à 4,5 graden opwarming, ofwel een klimaatcatastrofe.
Dit is toch wel een verademing om te lezen, zicht op een inrichting van de mondiale economie die ingericht is op de menselijke maat en ecologische draagkracht, in plaats van allemaal in hamsterradjes rennen om aan het einde van de rit vooral aandeelhouders blij te maken.
Dit soort inrichtingsvraagstukken zouden het debat moeten domineren, niet telkens weer die cultuurstrijd. Want als je dit realiseert fiks je nog een flink deel van de toekomstige migrantenstromen ook.
Ik ben ook benieuwd wanneer de VVD gaat komen met een in paniek belegd congres waarin ze bekokstoven hoe ze kunnen voorkomen dat het electoraat hierover gaat nadenken. Dat hebben ze met "radicale groei" immers ook gedaan toen toen ze vonden dat de degrowthbeweging teveel aandacht kreeg.