Het is ook de verkeerde vraag, omdat het dan gaan om de definitie als eerst vraagt, terwijl het probleem zelf niet duidelijk wordt. Het probleem begint met de constatering dat de mens een groepswezen is en binnen die dat groepsdenken automatisch mensen classificeert en indeelt. Dat is gewoon menselijk gedrag wat niet te voorkomen valt.
Dit zie je terug bij alle processen waarin mensen samenwerken en keuzes maken. Alles keuzes qua menselijke omgang die we maken doen we vanuit ons eigen morele kader. Als we de keuze hebben weigeren mensen in onze kring die onze morele waarden overtreden en zoeken juist mensen op die onze morele waarden delen. Duidelijk voorbeeld, als iemand waarde hecht mensenrechten, zal zo'n iemand niet snel iemand bevrienden die openlijk voor de doodstraf is.
De samenleving is bovenstaande proces, maar dan opgeschaald op verschillende niveaus, buurten, steden, land. Onze politiek is een afspiegeling van het collectief aan morele waarden, wat in de huidige vorm neerkomt op een liberale visie op de mens. We denken vaak dat die visie inmiddels universeel en statisch is, niets is minder waar en dat zou een grote vergissing zijn om zo te denken. Een verandering in morele uitgangspunten van de kiezer, resulteert in een andere morele uitgangspunt in onze houding en inrichting van de staat.
Problematisch hierbij dat de collectieve ruimte bestaat uit het compromis qua morele waarden,
juist door groepsgedrag en omdat we hierin hun eigen morele kaders gebruiken, verdedigen mensen hierin hun eigen waarden. De verzuiling in de vorige eeuw was een goed voorbeeld waarin dit model dermate gebroken was, dat de samenleving werd opgedeeld in geïsoleerde groepen, simpelweg omdat beide groepen niet met elkaar kon leven en compromissen konen sluiten.
Met dit gegeven hoef je geeneens een definitie te geven voor wat het huidige compromis is qua Nederlandse cultuur, de constatering dat een strijd/verandering hierin weerstand oproept vanuit menselijk groepsgedrag is genoeg. En politiek is hier altijd een afspiegeling hiervan.
Het is in die zin dat de hands-off houding van Nederland t.o.v. migratie/integratie imho een riskante gok is geweest die grotendeels niet goed heeft uitgepakt voor onze democratie. D.w.z. het idee dat binnen een liberale samenleving migratie en integratie op moreel en menselijk gedrag punt geen probleem zou zijn, immers iedereen is een individu. En je er dus op dit vlak alleen procesmatig hoeft te sturen, .d.w.z. opvang, huisvesting, etc. Dit zie je ook terug als het traditionele midden praat of asielproblemen, dan hebben ze het vrijwel uitsluitend over het proces in huidige vorm (woningen/spreidingswet).
Je ziet op dit onderwerp hierdoor al decennia totale verlamming, de meeste traditionele middenpartijen zijn op geen enkele manier overtuigd dat dit überhaupt een probleem is, terwijl het voor de flanken op rechts steevast het nummer 1 item is. Politiek is echter altijd een afspiegeling van politieke en morele waarden. Dit artikel zou het traditionele midden diep moeten verontrusten:
Migratieoplossingen – of anders radicaal-rechts aan de macht (2023)
De overlevingsstrijd van partijen en democratie is niet alleen zichtbaar in Frankrijk, maar ook – zij het in mindere mate – in Nederland. In ons land is al zeker dertig jaar een fors deel van het electoraat uiterst kritisch over immigratiebeleid. In 2002 mondde een verhit debat hierover uit in een verschuiving naar rechts. Wat leverde die verschuiving op? Verrechtsing op tal van terreinen, terwijl immigratiekwesties bleven liggen. Veel kiezers zullen denken: de bevolking is al die tijd toegenomen en neemt nog steeds toe, vooral door immigratie. Ze zien wellicht integratieproblemen en vreselijke beelden uit Ter Apel. Intussen vindt er geen serieus maatschappelijk debat plaats over richting of toekomstscenario’s. Met de regering die er nu zit, concluderen die kiezers, blijven we maar van crisis naar crisis struikelen.
De roep om strenge maatregelen is inmiddels oorverdovend. Acht op de tien kiezers willen de asielinstroom inperken en 49 procent vindt dit een van de belangrijkste thema’s. En het is overduidelijk: de PVV-zege ging grotendeels over immigratie. In een peiling is het onderwerp ‘asiel en migratie’ met afstand het meest genoemd als belangrijkste reden, door liefst 87 procent van de PVV-stemmers.
Immigratiekwesties gijzelen inmiddels de nationale politiek in de halve westerse wereld. Dit zal zo blijven, zolang niet wordt gekozen voor oplossingen waarmee ook degenen die sceptisch zijn over multiculturalisme kunnen leven.
Dit artikel geeft een blik in hoe we anders zijn omgegaan met migratie/integratie in het verleden:
Oppassen voor een gefotoshopt beeld van ons migratieverleden (2016)
In de wereldgeschiedenis wemelt het juist van de effectief begrensde migratiestromen. Doorgaans hadden mensen helemaal niet de mogelijkheid zich te vestigen op een plek naar keuze, laat staan dat het 'doodnormaal' was. De Europese steden werden met al hun unieke vrijheden ooit achter stevige muren groot
Hoe verleidelijk die geruststellingen ook klinken, ze zijn onterecht. Ze berusten op interpretaties van het verleden die sterk ideologisch vervormd zijn. Onze aanpak van migratie en integratie is vanuit historisch perspectief juist zonder precedent. En dat maakt de uitkomst volkomen ongewis. Wie naar de geschiedenis kijkt, heeft eerder reden om wel ongerust te zijn.
In tegenstelling tot nu hielden vroegere immigratiesamenlevingen meer de regie over wie er binnenkwam. En de gevestigde identiteiten werden met onvergelijkbaar veel meer assertiviteit gehandhaafd. De immigrantengroepen van vroeger hebben zich uiteindelijk op wezenlijke punten aangepast en zijn zo in hun nieuwe samenleving opgegaan. Dat ging niet alleen vanzelf, het werd ook afgedwongen. Veel westerse landen, ook Nederland, kiezen nu veel minder voor dergelijke vormen van dwang. Dat hoeft niet per se tot heel andere uitkomsten te leiden, maar het zou wel degelijk kunnen. Bijvoorbeeld als het gaat om culturele aanpassing en de loyaliteit van immigranten aan het land waar ze wonen. Voor een goed functionerende samenleving lijkt een zekere basis van onderling vertrouwen nodig. Als grote groepen van de bevolking hun culturele en politieke loyaliteit elders hebben liggen, kan dat lastig worden.
De migratiegeschiedenis geeft ons in dat opzicht geen reden tot geruststelling. Er zijn juist genoeg redenen om ongerust te zijn. De geschiedenis kan ons in huidige dilemma's geen eenduidige noch dwingende instructies bieden. Maar als we willen leren van het verleden, laten we dat dan doen op basis van correcte historische informatie. En inzien dat die ook reden kan zijn om ons experiment minder riskant te maken. Dat het misschien juist op grond van de geschiedenis verstandig is de regie over de toestroom beter in handen te krijgen en met meer assertiviteit de gevestigde identiteiten te handhaven.
De huidige houding van het politieke midden komt inmiddels met een steeds groter risico dat een ongelukje, zoals een additionele crisis, autoritaire partijen aan de macht brengen. Het meest opvallende hierin is dat bestaande middenpartijen hierin geen overlevingsdrang tonen, het onderwerp is in hun ogen al 26 jaar "veilig geparkeerd" bij autoritaire partijen in de oppositie, maar dat zou alleen een valide strategie zijn als die partijen ook klein zouden blijven. Democratie is juist de verantwoordelijkheid van de traditionele middenpartijen.
Je ziet dit ook met de VVD, in bijna elke migratie/integratie beleidskwestie zat de VVD in de regering afgelopen 40 jaar, echter de partij heeft het issue zelf nooit tot een coherente visie en beleid kunnen omzetten. Bolkestein was in de jaren 90 daarin al niet in staat gebleken en toen na 2001 de druk op het onderwerp tot grote hoogste steeg, verloor Verdonk en splitste Wilders zich af waardoor het onderwerp daarmee ook de partij voor lange tijd verliet.
"When I am weaker than you I ask you for freedom because that is according to your principles; when I am stronger than you I take away your freedom because that is according to my principles"- Frank Herbert