Xander schreef op zaterdag 8 augustus 2026 @ 16:28:
[...]
Waar in Nederlandse normen staat eigenlijk welke tests je op een aardlekschakelaar of aardlekautomaat zou moeten doen?
NPR5310 deel 61 is geen norm, NEN1010 61.3.6.1 (of NEN1010:2020 6.4.3.7.1) en NEN1010 61.3.7 (of NEN1010:2020 6.4.3.8) geven alleen aan dat de uitschakelstroom gemeten moet worden met een beproevingstoestel wat aan NEN-EN-IEC 61557-6 moet voldoen maar melden niet specifiek welke metingen met welke (type) stroom je zou moeten doen
Vind ik allemaal ook erg vaag, en een completer overzicht zou ik je niet kunnen geven. Maar de stroom hoeft niet gemeten te worden, toch?
61557-6 gaat over wat het testapparaat moet kunnen, niet om wat je daadwerkelijk moet testen. Maar beredenerend lijkt mij dat je in elk geval niet geacht kunt worden meer te testen dan wat je normconforme tester moet kunnen testen. Dat komt neer op: tijd/tijdigheid bij 1×IΔn AC en bij aanvullende bescherming ook 5×IΔn AC. Niks over 0° vs 180°. De type-A-test wordt genoemd maar als mogelijkheid, maar niet als verplichting. Alleen de test met (quasi)sinusvormige lekstroom is verplicht.
Wat ik er
niet in kan vinden, is een voorwaarde dat de daadwerkelijke aanspreekstroom vastgesteld moet kunnen worden. Hooguit dat je moet kunnen controleren of dat wel/niet minder of gelijk aan de toegekende aanspreekstroom is, wat kan met één test met die stroom. Ook in de NEN 1010 staat niet dat je de aanspreekstroom moet bepalen: bij 6.4.3.8 (aanvullende bescherming) staat überhaupt niet wat er getest moet worden, terwijl 6.4.3.7.1 (foutbescherming) tenminste nog een klein beetje houvast geeft:
"uitschakeling geschiedt bij een foutstroom gelijk aan of kleiner dan de toegekende aanspreekstroom IΔn" (interessant: ook als de foutstroom zelf veel hoger is en het daar nog onder blijft, moet je 't dus afkeuren als het IΔn niet meer haalt), en afhankelijk van omstandigheden ook moet ook de uitschakeltijd worden vastgesteld. Het aantal mA waarbij het ding tript, hoef je in beide gevallen dus niet te weten. De z.g. "ramp test" met oplopende teststroom die veel, maar niet alle, testers kunnen uitvoeren, lijkt dus overbodig.