Ik vind het altijd zo energielatend om meteen met dit soort vragen te komen, zonder zelf iets pro-actiefs te leveren aan een idee. Wat was je eigen antwoord op deze vraag? Mijn antwoord:
Je bepaalt het nu ook al, alleen gebeurd het impliciet via de hoogste huurprijs. Dus je kiest al met je portomonnie. Maar eigenlijk betalen we ook met onze impulsen (en het onvermogen daarop niet te handelen zoals fastfood).
Dat is niet neutraal. Dat selecteert automatisch ondernemers met de hoogste marge of grootste prikkels: ketens, dure horeca, fast fashion, toeristenconcepten. Ondernemers die misschien meer bijdragen aan een leefbaar centrum, maar minder winst per m² maken, vallen dan af. Dat is eigenlijk kapitalistische discriminatie: niet de maatschappelijke waarde bepaalt wie erin komt, maar wie het meeste kan betalen.
Als monumentale panden publiek bezit zijn, kun je de huur kostendekkend maken in plaats van winstmaximaliserend. Dan ontstaat ruimte voor ondernemers die wél bijdragen aan welzijn: lokale winkels, ambacht, cultuur, boekhandels, kleine horeca, ateliers, reparatiezaken, maatschappelijke functies, unieke concepten. Een bruisend, divers centrum is op zichzelf al welzijn. Mensen willen niet alleen consumeren; ze willen ergens graag zijn.
Hoe bepaal je wie erin mag? Democratisch en transparant. Eerst stel je basiscriteria vast: geen leegstand, open voor publiek, bijdrage aan diversiteit van het centrum, lokale binding, betaalbaarheid, uitstraling, maatschappelijke of culturele waarde. Daarna kun je werken met een combinatie van burgerstemmen, een onafhankelijke commissie en loting wanneer meerdere partijen aan de criteria voldoen. Dus niet: “de ambtenaar kiest zijn favoriete winkel”, maar een open procedure.
Welzijn meet je niet perfect, maar dat geldt voor marktwaarde ook niet. Je kunt kijken naar leegstand, bezoekerswaardering, diversiteit van aanbod, aantal lokale ondernemers, verblijfsduur, toegankelijkheid, sociale veiligheid, culturele activiteit en hoeveel mensen het centrum daadwerkelijk gebruiken. Niet alles hoeft teruggebracht te worden tot omzet per vierkante meter.
Het punt is niet dat winst verboden moet worden. Het punt is dat een historisch centrum meer is dan vastgoedrendement. Als we monumentale panden cultureel erfgoed noemen, is het raar dat we de invulling ervan volledig overlaten aan wie de hoogste huur kan betalen.