Het zijn dit soort ontwikkelingen waardoor ik denk dat het huidige samenlevingsmodel wat we hebben sinds de jaren 80/90 niet houdbaar is gebleken. Dit samenlevingsmodel is echter zo diep geïnstitutionaliseerd in onze systemen maar ook in de hoofden van mensen, dat er nauwelijks nog zelfreflectie mogelijk is binnen het systeem.
Ik denk dat je dit samenlevingsmodel het best kan beschrijven als een passieve geïndividualiseerde samenleving, die niet meer geloofd in sturing en normering, sterk leunend op individuele verantwoordelijkheid en vrijheid. Het probleem ontstaat hierin als er groepen ontstaan die het tegenovergestelde doen, d.w.z. zich collectief organiseren onder een groep met gemeenschappelijke normen en waarden. Normaal als groepen zich verhouden in een samenleving, dan ontstaan er vanzelf tegenkrachten. Maar in het huidige samenlevingsmodel ondervinden nieuwe groepen nauwelijks weerstand, omdat de rest niet georganiseerd en zwakkere binding heeft met elkaar.
M..a.w. als er nieuwe groepen zich vormen in de samenleving, dan ligt het initiatief en richting geheel bij die nieuwe groep. Ze hebben het initiatief, de energie, bepalen de richting en zijn gemotiveerd door collectieve doelen. De geïndividualiseerde samenleving is passief, leunt achterover en vertrouwd op de bescherming door democratie en rechtstaat.
En democratie en rechtstaat beschermen niet zolang je staatsgevaarlijke/ondermijnende groepen niet op een of andere manier niet actief wilt identificeren en bestrijden.
Stel je de volgende vraag: Wat is op dit moment de breed gedragen succesvolle en bewezen strategie die nu wordt ingezet zodat extremisten niet aan de macht komen? In mijn ogen is die er niet, we zitten nog steeds vast op het moment van rond de eeuwwisseling met de opkomst van het populisme, waarin vooral vertwijfeling overheerst tot zelfs resolute weigering om het probleem te erkennen.
Vandaag verscheen ook weer een artikel in de krant waarvan ik denk van of mensen überhaupt wel enige besef hebben van de oplossing.
Radicaal-rechts versla je met een ‘politiek van plezier’Wie economische ongelijkheid weer centraal wil stellen, moet niet alleen benoemen wie er profiteert van de status quo, betogen Jacob Boersema en Madeleijn van den Nieuwenhuizen. Ongelijkheid agenderen kan óók gepaard gaan met lichtheid en plezier.
Rechts begrijpt al jaren dat mensen niet alleen verlangen naar welvaart, maar ook naar gemeenschap, trots en verbondenheid. Te vaak heeft links die behoefte afgedaan als verdacht (omdat het soms riekt naar nationalisme) of secundair (beleid is waar het echt om gaat), of simpelweg als minder belangrijk dan individuele ontplooiing en emancipatie. Het gevolg is dat radicaal-rechts het monopolie kreeg op gemeenschap en dat organiseerde rond migratiedoem, culturele identiteit en ressentiment.
Het politiseren van economische ongelijkheid, zoals de grote vermogenskloof, vraagt om duidelijke vijanden, schreven we eerder in NRC. Maar wie ongelijkheid weer centraal wil stellen, moet niet alleen benoemen wie er profiteert van de status quo, maar ook laten zien waarvoor een eerlijkere en solidaire samenleving nou eigenlijk is bedoeld.
Tot zover lijkt me de analyse correct, maar mist wel een belangrijk aspect. Het is vooral extreemrechts die beseft dat mensen gemeenschap, trots en verbondenheid verlangen, andere rechtse partijen (inclusief CDA en JA21) zijn vooral neoliberaal en individualistisch. Sinds de jaren 80/90 zijn er eigenlijk geen brede conservatieve volkspartijen meer, het CDA was naamdrager van gemeenschapszin zelfs de architect van het neoliberalisme in de jaren 80 onder Lubbers.
Zoals veel traditioneel linkse analyses concentreert met zich als oplossing juist niet op gemeenschap, trots en verbondenheid, maar gaat de focus weer geheel naar de kern van ideologie met economische ongelijkheid.
Een politiek van plezier presenteert betaalbaarheid en economische rechtvaardigheid niet als op zichzelf staande technocratische doelen, maar als middelen tot een vrijer en socialer leven. Dan gaat het niet alleen om goedkopere huur, kinderopvang of treinreizen, maar óók om de gedachte wat mensen dankzij die betaalbaarheid kunnen doen: familie bezoeken, ontspannen bij een buurtfeest langswippen, juichen bij een wedstrijd of tijd hebben om te leren schilderen. Een politiek van plezier prioriteert het collectief en cultiveert de gemeenschap, én schijnt licht op hoe ontspanning en verbinding lijden onder economische ongelijkheid.
Een veelgehoorde uitspraak hier op straat en online is: ‘We zitten eindelijk weer op de goede tijdlijn!‘. Dat gaat over meer dan kampioen worden, gewonnen loterijkaartjes of de verlaagde prijs van kinderopvang. Economische ongelijkheid staat weer bovenaan de agenda, vergezeld door de belangrijke vraag: wat is het hogere doel ervan? Het impliciete antwoord is keer op keer: gemeenschap, plezier en kwaliteit van leven.
Maar de definitie van gemeenschap ontbreekt hier totaal, hoe wordt die gemeenschap bereikt met trots en verbondenheid? Ontstaat dat vanzelf als alleen economisch ongelijkheid wordt opgelost? Die vragen blijven onbeantwoord en gaan uit van dogmatische ideologische uitgangspunten.
Goed om op te merken dat dit tevens weer zo'n idee is wat over is komen waaien uit de Verenigde Staten, waar we blijkbaar politiek toch gevoelig voor blijken.
Harris is pushing joy. Trump paints a darker picture. Will mismatched moods matter?At the top of his first speech as her running mate, Minnesota Gov. Tim Walz turned to Vice President Kamala Harris and declared, “Thank you for bringing back the joy.” The next day, Harris took the theme a step further, branding the Democratic ticket “joyful warriors.”
“I think that our country is, right now, in the most dangerous position it’s ever been in, from an economic standpoint, from a safety standpoint,” Trump said Thursday.
Democrats are playing up their sunnier outlook, promoting the idea that voters can be inspired to support someone and not just cast their ballot against the other side. The Trump campaign argues their candidate is reflecting the dour mood of the country and dismisses the idea that a growing contrast in tone and upbeat attitude will decide the presidency.
En het is duidelijk welke strategie uiteindelijk de overwinning heeft opgeleverd.
Met autocratische bewegingen overal in opkomst is er geen tijd meer voor richtingzoekende politiek, een paar fouten maken en de autocraten hebben de sleutels van de democratie in handen.
"When I am weaker than you I ask you for freedom because that is according to your principles; when I am stronger than you I take away your freedom because that is according to my principles"- Frank Herbert