Dido schreef op dinsdag 07 december 2004 @ 10:42:
Vortex2: Waar heb je deze nieuwe regel vandaan
Volgens jouw logica is het zo dat als ik of twee witte, of twee rode ballen in een zak doe (WW 50%, RR 50%), en ik vervolgens een rode bal trek, onaanvaardbaar om te stellen dat de kans op wit of rood voor de tweede bal iets anders is dan 50%, omdat dat oorspronkelijk zo was.
"De invoer is niet langer 50/50 RW"
Dat issie wel, maar we weten dankzij de trekking dat WR minder kans heeft dan WW
in het geval we een witte bal hebben getrokken.
Vergelijk het met de situatie dat we een rode bal als eerste trekken: dan is het toch zeker dat de tweede een witte is, of niet? De kans dat we te maken hebben met een WW zak is dus 0!
En toch lijkt het me stug dat je gaaat steigeren omdat nu opeens "de invoer niet langer 50% RW" is.
Of volhoud dat de tweede bal niet wit is, omdat "Elke oplossing moet aan de 50/50 R/W of W/R invoer-eis blijven voldoen."
Misschien heb ik het niet duidelijk gemaakt. Het is geen nieuwe regel. Het is mijn interpretatie om een 50/50 W/R invoer te garanderen. De WW of WR refereert niet naar de invoer zelf maar naar de conditie van de ballen in de zak vanwege een invoer.
Bekijk het zo vanuit wat de opties zijn als je 4x achter elkaar een pure 50% om-en-om invoer gebruikt"
W+W-W=W . . . eindconditie 1 . . .de eerste mogelijkheid
W+R-W=R. . . eindconditie 2. . . de tweede mogelijkheid
WW-W=W. . .eindconditie 3. . . de derde mogelijkheid
W+R=W. . . eindconditie 4. . . vervalt
Dit betekend dat van de 3 overgebleven mogelijke situaties de invoer niet meer 50% evenredig op wit en rood verdeeld is. Je hebt slechts 3 testen uitgevoerd en de invoer heeft een 2/3 overmacht voor wit. Omdat hier een test verwijderd is kan je niet meer spreken over een gelijkmatige kans voor wir-rood van de invoer van de ballen. Als je doorgaat in plaats van opnieuw te beginnen krijg je dit:
W+W-W=W . . . eindconditie 1 . . .de eerste mogelijkheid. . .kw=1
W+R-W=R. . . eindconditie 2. . . de tweede mogelijkheid. . .kw=0
WW-W=W. . .eindconditie 3. . . de derde mogelijkheid. . .kw=1
W+R-W=R. . .eindconditie 4. . . de vierde mogelijkheid. . .kw=0
Als je nu naar de invoer kijkt zie je dat het perfect 50/50 verdeeld is voor rood en wit. Dit komt neer op:
2 keer een Test van 1 uitvoering met 2 mogelijkheden elk met R of W als eindconditie
OF
1 keer een Test 2 uitvoeringen met 4 mogelijkheden elk met R of W as eindconditie.
In beide versies van de testen is de kans voor wit 1/2 en de invoer voldoet aan de condities voor Vraag 16
Voor de 2/3 oplossing krijg je systematisch een blok van 3 testen waarin de invoer scheef is en niet 50/50 verdeeld is. Ik herhaal deze gebeurtenissen:
W+W-W=W . . . eindconditie 1 . . .de eerste mogelijkheid
W+R-W=R. . . eindconditie 2. . . de tweede mogelijkheid
WW-W=W. . .eindconditie 3. . . de derde mogelijkheid
W+R=W. . . eindconditie 4. . . vervalt
Drie mogelijkheden waarvan de invoer opties de W,R,W volgorde heeft en dit is geen 50/50 verdeling. . . .
Bedenk hierbij dat het hier om "verschillende mogelijkheden" gaat. . .niet om 3 willekeurige uitvoeringen met elk een invoer van 50% R en W.
Hieruit volgt dat de 3 overblijvende mogelijkheden uit een SCHEVE 2/3 W/R invoerdistributie komen. Als je dit als Vraag 16 beschouwd dan wordt de 50/50 R/W invoer niet gehandhaafd. Het is dan volstrekt duidelijk dat je 2/3 krijgt voor de kans voor wit.
Het 2/3 antwoord vervalt.