Confusion schreef op vrijdag 03 december 2004 @ 08:58:
Dat is het zoveelste beroep op emotie in de draad, door karikaturisering van de overweging van mensen die het met je oneens zijn. Het is geen geldig argument om te suggereren dat mensen die het niet met je eens zijn blijkbaar 'aan fundamentele regels twijfelen'.
Het heeft niets met emotie te maken. Ik presenteerde een berekening die bestond uit één expliciete basisregel (en een paar impliciete), twee simpelere gevallen die ik voorrekende, en die ik vervolgens invulde. Als mijn antwoord niet klopt, dan moet er een van de volgende dingen aan de hand zijn:
• mijn aannames kloppen niet;
• de gebruikte rekenregels kloppen niet;
• ik heb niet goed ingevuld/uitgerekend.
Dat is kille wiskunde; daar komt geen emotie aan te pas. Naar mijn mening valt alleen over het eerste punt te discussiëren.
Beetje flauw om het dan op 'emotie' te gooien terwijl ik het probleem juist exact probeer te benaderen. Overigens was het dusty die suggereerde dat men de gebruikte regel niet accepteerde en hij spreekt natuurlijk niet voor iedereen die het met me oneens is; m.a.w. andere mensen kunnen andere redenen hebben om mijn uitleg te verwerpen.
Ik zei dan ook alleen dat
als het zo is dat men de regels die ik gebruik niet gelooft,
dan houdt het wat mij betreft op, want deze regels vormen de basis voor de kansrekening zoals ik (en waarschijnlijk iedereen die zich er wel eens mee bezig heeft gehouden) die kent. Ik kan geen andere, betere regels verzinnen.
Ik heb die regel ook nog weleens uit de axiomas bewezen. De vraag is of de regel toepasbaar is op deze vraag. Het is eenvoudig vragen te verzinnen waarop deze regel niet toepasbaar is en waarop blinde toepassing tot een verkeerd antwoord leidt.
Dat ben ik met je eens. Dat is discussie op het eerste punt, en daar is enige ruimte in.
Als iemand constateert dat de vraag voor hem ambigu is, dan is de vraag ambigu. Dat hoeft niet voor iedereen zo te zijn, hoewel je de ambiguiteit wel moet kunnen uitleggen.
Zo'n insteek werkt alleen als je er van uitgaat dat alles subjectief is en niets is wat het lijkt. Dat is wel heel filosofisch.
Niemand weet zeker wat de vraagstelling is, want wat je op het scherm ziet is slechts de interpretatie van wat lichtpuntjes die op je netvlies vallen; misschien staat er wel heel iets anders. Toch kunnen we het (blijkbaar) wel eens worden over hoe de vraagstelling luidt. Op dezelfde manier zouden we het wel eens moeten kunnen worden over de mogelijke interpretaties van de vraag, onder een gangbaar gebruik van de Nederlandse taal.
Ik vind dat er maar één geldige interpretatie is en daarmee is de vraag wat mij betreft dus niet ambigu. Het slaat nergens op om te stellen dat
in de huidige context (Nederland, 2004, enzovoorts) elke willekeurige interpretatie zinnig is.
De vraag is voor mij ambigu omdat de manier waarop deze vraag gesteld is het onmogelijk maakt het goede antwoord te krijgen door de vraag 'meerdere keren af te spelen'.
Waarom kan dat niet? Je kan toch het experiment uitvoeren en die gevallen die niet voldoen (als je als eerste een rode bal trekt) buiten beschouwing laten?
Dan treedt er een experimentators-instinct in werking: leuk die theorie, maar blijkbaar is de kans op een witte bal als eerste gewoon 1.
De kans dat je als eerste een witte bal trekt
gegeven dat je als eerste een witte bal trekt is inderdaad 1. Dat strookt ook met de vraagstelling.
De waardering van die kans nadert bij meerdere trekkingen naar 1 en dus nadert de kans op een witte bal die overblijft naar 1/2. Dat dat in een pathetisch universum zou zijn, maakt niet uit: de wetenschapsquiz bevat wel vaker pathetische vragen.
Wat heeft een pathetisch

universum er nu weer mee te maken? Ik kan me wel voorstellen hoe je, door het niet zo nauw te nemen met de kansrekening, op 1/2 komt, maar volgens mij kan je dit hardmaken met een
berekening noch met een
experiment. Je beperkt je ook steeds tot een 'raar verhaal' of pathetische vraagstellingen en waagt je niet aan een daadwerkelijke uitwerking. Toch wil ik alleen dat aannemen voor waarheid, omdat ik alleen daar de fout in kan aanwijzen (als die er is).