Het gaat er niet zozeer om welke vormen van bewaarneming er bestaan, maar óf dit wel een bewaarnemingsovereenkomst betrof.
Ter info
art. 7:201 lid 1 BW (huur) vs.
art. 7:600 BW (bewaarneming)
1 Huur is de overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder, zich verbindt aan de andere partij, de huurder, een zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken en de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie.
Bewaarneming is de overeenkomst waarbij de ene partij, de bewaarnemer, zich tegenover de andere partij, de bewaargever, verbindt, een zaak die de bewaargever hem toevertrouwt of zal toevertrouwen, te bewaren en terug te geven.
Huur: je
krijgt als huurder de beschikking over een zaak (bijvoorbeeld een schuurmachine)
Bewaarneming: je
geeft een zaak in bewaring (bijvoorbeeld een schuurmachine)
De zaak kan in het eerste geval ook een onroerende zaak zijn, zoals een opslagbox. De zaak kan in het tweede geval een doos met speelgoed zijn. Maar de TS heeft naar ik begrijp geen speelgoed afgegeven aan het bedrijf.
Wat de TS beschrijft komt op mij dus over als huur. Niet als bewaarneming. Je geeft immers bij een 'self storage' niet een zaak of meerdere zaken aan een bewaarnemer. Het hele bedrijfsconcept is juist dat je
zelf zaken opslaat. Zo zou je in jouw voorbeeld ipv een jas in bewaring geven ook een locker kunnen huren waarin je die jas opbergt. Dat laatste moet je zelf verzekeren, maar als de jas wordt gestolen draag je bij afwezigheid van braakschade doorgaans wel zelf de schade. Dat is bij een woning niet anders, hoe vervelend dat ook kan zijn voor het slachtoffer wiens eigendom wordt gestolen.
En hoe zou het bedrijf de inhoud van een opslageenheid moeten verzekeren als het onbekend is wat er wordt opgeslagen? Ik denk dat een exoneratiebeding in dat geval niet onredelijk bezwarend is, hoewel dat bij een consumentenovereenkomst wel wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn (
art. 6:237 aanhef en onder f BW). Of het dus relevant is of de AV juist ter hand zijn gesteld is ook maar de vraag, mocht er een exoneratiebeding in de AV staan.
Ik begrijp dus van de TS dat er op grond van passages op de website zou kunnen worden beargumenteerd (volgens de adviseur) dat er sprake is van bewaarneming. Dan mag zo zijn, maar dan moet je nog steeds wel daadwerkelijk zaken in bewaring geven.
Samengevat lijkt mij dit een huurovereenkomst geweest voor een ruimte op grond van
art. 7:230a BW. Zie ook onderstaande tussenarrest en in het bijzonder r.o. 4.4-4.9:
https://deeplink.rechtspr...d=ECLI:NL:GHARL:2021:4755
Het gebruik van een opslagcontainer voor inboedel waarvan een bedrijf alleen de sleutel had en op het terrein van dat bedrijf stond was een huurovereenkomst. De verhuurder mocht echter de sleutel niet aan een ander in gebruik geven (uiteraard) en moest ingrijpen als een ander zich toegang zou proberen te verschaffen tot de container.
Het hof oordeelde wel dat de verhuurder van de container de huurder eerder had moeten informeren, Ik weet niet of dat in het geval van de TS ook een rol speelde. Maar in het tussenarrest was een schadevergoeding op grond van die tekortkoming niet toewijsbaar.
Maar goed, het is onmogelijk om op een forum zoals dit alle relevante feiten te overzien. Als de TS dus (niet) handelt op basis van wat ik noem, dan blijft het risico dat samenhangt met die keuze uiteraard bij de TS. Het lijkt mij persoonlijk op basis van wat ik las in dit topic onwaarschijnlijk dat een rechter de overeenkomst als bewaarneming duidt.