Het alibibureau - Peter de Zwaan
Ik leerde Peter de Zwaan kennen (als schrijver, niet persoonlijk) toen hij de Bob Evers-serie overnam nadat Willy van der Heide was overleden. Nou is de BE-serie een typische jongensboekenserie - wel wat rauwer, want pistolen/zware criminelen etc, dan andere jeugdserie zoals over inspecteur Arglistig of motorclub Goldwing. Maar nog steeds zijn het in de kern brave jongens uit een gegoed milieu die helpen een misdaad recht te zetten.
Hoe anders zijn de hoofdpersonen in de literaire thrillers die uit het brein van Peter de Zwaan komen. Vaak levend aan de onderkant van de samenleving, met een schimmig verleden. Of schimmig werk. Zo ook Suz Kcrams, die uitvinders helpt hun product op de markt te brengen. Met ondersteuning van z'n secretaresse, een ex-call girl, met wie hij ook een verhouding heeft. Daarnaast heeft hij een alibibureau, dat alibi's verschaft aan mensen die bijvoorbeeld op stap willen met hun minnaar/minnares zonder dat het thuisfront dat weet. Maar ook aan zware criminelen.
Als Suz een bericht op z'n antwoordapparaat afluistert waarin een meisje om hulp vraagt, raakt hij geintrigeerd. Het doet 'm denken aan z'n eigen dochter. Op zoek naar het meisje raakt hij verwikkeld in een sexuele mishandelingszaak en zijn er vooral vragen, heel veel vragen. Geholpen door z'n secretaresse en oude schoolvriend Charlie probeert hij de antwoorden te vinden.
Kenmerkend bij De Zwaan is de altijd naamloze stad die slechts summier beschreven wordt. Sowieso wordt er weinig uitgebreid beschreven in boeken van De Zwaan. Waar Tolkien 4 pagina's kan uitweiden over een boom, beschrijft De Zwaan een achterstandswijk, waar jonge meisjes zich prostituren, jongens misdaden plegen en z'n beste maat een schuiladres heeft in een paar zinnen. Kernachtig maar doeltreffend, en zeer passend bij de verhalen van De Zwaan. De dialogen zijn ook zeer raak geschreven.
Het Alibibureau vond ik spannend, ik wilde steeds weten hoe het verhaal verder ging. Was een klein beetje teleurgesteld in het afgeraffelde einde, maar een ander zou dat misschien kernachtig noemen

En De Zwaan wilde natuurlijk binnen de 300 pagina's blijven (inside joke, lees het boek om het te snappen).