Tuurlijk!
Eerst wat het balanspunt is, dan hoe de app het meet, dan de test zelf. En er zit een verrassing in de meetdata die ik zelf niet had zien aankomen.
Wat het balanspunt is
De buitentemperatuur waarboven je huis zichzelf warm houdt. Je huis verliest warmte
evenredig met het verschil binnen/buiten (dat is je UA, in watt per graad), en het
krijgt gratis warmte terug: zon, apparaten, de koelkast, jezelf. Zolang die gratis
warmte het verlies dekt hoeft je pomp niets te doen. Waar het omslaat:
code:
1
| balanspunt = binnentemperatuur - (gratis warmte / UA) |
Reken maar mee. Twee huizen, allebei 20 graden binnen, allebei 600 W gratis warmte:
- Goed geïsoleerd, UA = 150 W/K: 20 - 600/150 = 16 graden
- Matig geïsoleerd, UA = 400 W/K: 20 - 600/400 = 18,5 graden
Dus het slechtere huis stookt tot hóger buiten door, zou je zeggen.
En dat blijkt in de praktijk niet te kloppen
Ik heb het nagekeken over de installaties in de monitor, opgedeeld naar
isolatieniveau (UA per m2 woonoppervlak, 195 installaties met ingevuld oppervlak):
code:
1
2
3
4
5
| band (W/K per m2) n mediaan UA balanspunt
< 0,7 12 72,5 W/K 16,0 C
0,7 - 1,0 27 159,2 W/K 17,0 C
1,0 - 1,4 66 191,0 W/K 16,0 C
>= 1,4 90 250,7 W/K 15,5 C |
De UA varieert met een factor 3,5 over die banden. Het balanspunt beweegt nauwelijks,
en als het al iets doet dan de verkeerde kant op.
De verklaring is dat mijn rekensom de gratis warmte gelijk hield, en dat klopt niet:
een groter huis (met meer lekkage) heeft ook meer bewoners, meer apparaten en meer glas. Mijn hypothese is dat gains en UA samen opschalen, dus gains/UA blijft ongeveer hetzelfde. Het balanspunt is daarmee veel meer een eigenschap van hoe je woont dan van hoe je huis geïsoleerd is.
Even over UA zelf, want daar gaat de test over
De ondergrens van UA wordt niet door isolatie bepaald maar door ventilatie. Je kunt
niet onder je verse-luchtbehoefte isoleren:
code:
1
| UA_ventilatie = 0,34 Wh/(m3.K) x debiet x (1 - rendement WTW) |
Die 0,34 is de warmtecapaciteit van lucht. Bij 150 m3/h verse lucht is dat 51 W/K
zonder WTW, en 7,7 W/K met een goede WTW op 85%. Dat is de harde bodem, ook als je
schil perfect zou zijn. De rest is schil. Doorgerekend met normale U-waarden:
code:
1
2
3
4
5
6
| passiefhuis vrijstaand, 150 m2 ~ 90 W/K (0,6 W/K per m2)
nieuwbouw BENG, 150 m2 ~ 140 W/K (0,9)
flink gerenoveerd jaren 60, 150 m2 ~ 185 W/K (1,2)
spouw gevuld + HR++, geen WTW ~ 340 W/K (2,3)
ongeisoleerd rijtje, enkel glas ~ 520 W/K (4,7)
ongeisoleerd vrijstaand, enkel glas ~ 1100 W/K (7,3) |
Een factor 12 tussen passiefhuis en ongeïsoleerd, en dat is ook meteen waarom je in
deze cijfers ziet dat niemand een warmtepomp in de onderste twee zet: de vloot in de monitor houdt op rond 1,4 a 2 W/K per m2, niet bij 7. De mediaan ligt op 204,5 W/K.
De test
Het balanspunt moet tussen de 8 en de 22 graden uitkomen. Daarbuiten zakt het oordeel
van "betrouwbaar" naar "indicatief": de lijn blijft staan, maar ik zeg erbij dat je er niet op moet rekenen.
Waarom precies die twee grenzen:
- Onder de 8: dat zou betekenen dat je huis bij 8 graden buiten zichzelf nog
warm houdt. Met de vlootmediaan van 200 W/K is dat 12 x 200 = 2.400 W gratis warmte,
continu, ook in december om 4 uur 's nachts. Dat kan niet. - Boven de 22: die grens ligt net boven kamertemperatuur, en dat is geen toeval. Het niveau van de lijn komt uit je zonvrije nachturen, en daar geldt balanspunt = binnentemperatuur - (gratis warmte / UA). Stook je op 20 of 21 graden, dan kan dat alleen boven de 22 uitkomen als de gefitte gratis warmte negatief is: bij een UA van 200 W/K moet er dan 200 a 400 W bíj in plaats van af. Het model zegt dan dat je 's nachts structureel meer levert dan het temperatuurverschil verklaart, en dat is geen huiseigenschap maar meestal een meetprobleem: leidingverlies naar een onverwarmde ruimte, een koud deel dat meestookt, of een buitensensor die te warm meet.
Die laatste is de schoonste: een graad te warm schuift het balanspunt exact een graad omhoog terwijl de helling gewoon blijft staan. Stook je zelf op 23, dan kan een hoog balanspunt overigens prima kloppen en is mijn poort te streng. Tapwater en ontdooien zijn het in elk geval niet, die uren gooi ik er sowieso uit.
Waarom is dat balanspunt dan nuttig? Je kunt je UA niet zelf controleren; niemand weet uit zijn hoofd of 210 W/K klopt voor zijn huis. Een balanspunt kun je wél beoordelen, want je weet ongeveer wanneer je verwarming in het voorjaar uit kan. En omdat de knik en de helling uit dezelfde fit komen, is een onmogelijk balanspunt een goede reden om ook die helling te wantrouwen. Eén getal dat je kunt narekenen als proxy voor een getal dat je niet kunt narekenen.
Hoe het gemeten wordt
Niet met de formule hierboven, want dan moeten we je gratis warmte al kennen. Het komt uit een knik in je eigen data. Per hele dag zet ik het gemiddelde geleverde vermogen de gemiddelde buitentemperatuur. Dat geeft twee stukken: links een schuine lijn (hoe kouder, hoe meer je stookt) en rechts een vlak stuk rond nul. Waar die twee elkaar raken ligt je balanspunt, en de helling links ervan is je UA.
Het knikpunt wordt gezócht, niet aangenomen: 8 tot 20 graden in stappen van een halve graad, 25 kandidaten, beste R2 wint, bij gelijkspel de laagste. Er komt geen kamertemperatuur aan te pas, wat prettig is want die is niet voor iedere installatie beschikbaar. Detail dat telt: juist de dagen waarop je pomp bijna niets deed tellen mee. Die leggen het vlakke stuk vast, en dus de knik.
Het is trouwens niet de enige poort. Er moet minstens 60 dagen data zijn, minstens 12 graden spreiding in buitentemperatuur, en de onzekerheid op de helling (2 x standaardfout gedeeld door UA) moet onder de 6% voor "betrouwbaar" en onder de 10% om überhaupt advies te geven.
Waar het mis gaat
Hoe beter je huis, hoe slechter de meting. In de best geïsoleerde band is die relatieve onzekerheid 42% met een R2 van 0,43; in de slechtst geïsoleerde band 10% met een R2 van 0,87. Logisch als je erover nadenkt: een huis met een lage UA produceert een klein verschil in vermogen per graad, tegen exact dezelfde ruis van weer en bewoners. Een passiefhuis is dus juist het geval waar je in de app een label "indicatief" krijgt.
En bij een handvol installaties ligt het balanspunt tegen of boven de 20 graden, de bovenrand van mijn zoekraster. Dan vindt de fit geen knik en valt de app terug op een oudere methode.
De controle
Er zit een tweede getal in de app dat niets van het eerste weet: de stookgrens. Die komt niet uit natuurkunde maar uit gedrag. Per hele graad buitentemperatuur tel ik hoeveel procent van de uren je pomp echt stookte, en de hoogste graad die nog boven de 5% komt is je grens. Over 386 pompen met minstens 2.000 uurwaarnemingen ligt die mediaan op 15,5 graden (p10 13,5, p90 19,5). Het gefitte balanspunt ligt mediaan op 16,0.
Twee methodes die niets van elkaar weten, een halve graad uit elkaar. Dat is voor mij de sterkste aanwijzing dat de knikfit doet wat hij hoort te doen.
Wat zien jullie bij je eigen installatie, en klopt dat met wanneer je verwarming feitelijk stilvalt? En vooral: herkent iemand het patroon dat het balanspunt níet meebeweegt met isolatieniveau? Ik ben benieuwd of dat bij jullie ook zo uitpakt.