De Standaard heeft een lang artikel over Cherson gepubliceerd. De getuigenis van deze man is anoniem opgetekend om zijn veiligheid te verzekeren.
Inleiding:
Een van de weinige burgers die nog overblijven in de Oekraïense havenstad beschrijft zijn dagelijkse strijd om te overleven onder de Russische bezetting. ‘Ik denk aan wat er na de oorlog zal gebeuren.’
Een inwoner van de stad verklaart:
‘Meer dan acht maanden nadat Russische soldaten Cherson ingenomen hebben, ligt de stad er somber bij. Alles is bevroren. Na drie uur in de namiddag zie je niemand meer op straat. In de voormiddag komen mensen buiten om boodschappen te doen, en daarna zitten ze thuis.’
‘De Russen roven Cherson leeg. Ze nemen alles mee: standbeelden van Soevorov, Oesjakov, Potemkin en Margelov zijn van hun sokkel gehaald; brandweerwagens, ambulances en bureaustoelen verdwijnen ook. Ze dringen appartementen binnen. Zelfs de ramen van het stadhuis zijn weggehaald. Er is een complete en georganiseerde plundering van de stad aan de gang.’
Wat de communicatie betreft:
‘Er is amper internet in Cherson. De communicatiemedia liggen plat, en zelfs de Russische tv-zenders hebben hun uitzendingen stopgezet. Daarom doen er zoveel geruchten de ronde. We horen het artillerieduel van Oekraïne met Rusland, en we wachten om bevrijd te worden.’
Deze persoon vertelt over zijn persoonlijke ervaringen met de Russen:
‘In de bezette stad gaan de dagen langzaam en eentonig voorbij. Je moet iets zoeken om je tijd te vullen. Ik voel me niet veilig. De Russische soldaten kunnen je op straat tegenhouden en opsluiten. Ze kunnen je appartement binnenbreken, alles doorzoeken en meenemen wat ze willen. Mijn appartement is al doorzocht, en we werden vastgehouden in de datsja. Ze dachten dat we schutters waren. Ze sloegen me in elkaar en gooiden me in de gevangenis. Ze namen mijn reisuitrusting af: rugzakken, tent, geld, een telefoon en een laptop, maar ze vonden niets belastends. Een dag later lieten ze me weer vrij, onder huisarrest. Nu verkeert de stad in chaos. Ik zal teruggaan naar de datsja om mijn vriend te helpen verhuizen naar de rechteroever. Iedereen die in de datsja’s woont, heeft te horen gekregen dat ze tegen het eind van de week moeten vertrekken. Wie Cherson wilde verlaten en daar ook toe in staat was, heeft dat gedaan. Als je wou vertrekken, had je ofwel heel veel geld ofwel een eigen auto nodig. Wie het zich niet kon veroorloven, is in Cherson gebleven.’
Wat denkt deze persoon over de evacuatie?
‘In mijn ogen is deze “evacuatie” een vrijwillige deportatie van de bevolking. De Russen chanteren en intimideren mensen. Ze hebben mensen per boot over de Dnjepr gezet en vervolgens weggevoerd met bussen. We weten niet waar die personen zich nu bevinden.’
Deze persoon is in elk geval bereid om te vechten:
‘Ik ben bereid om te vechten. Ik heb voorraden voedsel en water aangelegd, de gasbrander klaargemaakt en beslist waar mijn reserveverblijf zal zijn. Het valt me enorm zwaar om af te wachten, maar ik geloof in de bevrijding. Ik denk dat het deze maand nog zover zal zijn. Voor de mensen in het bezette Cherson komt het er nu vooral op aan om te overleven. Ik denk aan wat er na de oorlog zal gebeuren.’
Uit
‘Ik geloof in de bevrijding van Cherson, en wel nog deze maand’