Ik moest in eerste instantie lachen, maar ergens is het best een goede optie. Het sluit aan bij
het advies van de RvS dat er meer lijn en visie moet komen in de aangifte inkomstenbelasting:
Bij de vormgeving van het boxenstelsel in 2001 was een evenwichtige belastingheffing van vermogens in de verschillende boxen een hoofddoelstelling. Dat evenwicht dreigt volgens het IBO vermogensverdeling steeds verder uit beeld te raken. Bij de keuze voor de vormgeving van box 3 is het daarom van belang oog te houden voor de wijze waarop dezelfde vermogensbestanddelen in de andere boxen worden belast en de daarmee samenhangende evenwichtigheid van belastingheffing.
De kritiek van de RvS is sowieso wel interessant om te lezen. De kritiek is anders dan veel van de argumenten die hier voorbij komen.
Allereerst verschilt de methodiek met box 2 en box 1 (die laatste begrijp ik niet helemaal):
Bij box 1 en box 2 wordt uitgegaan van een vermogenswinstbelasting terwijl in het voorgestelde box 3-stelsel de hoofdregel een vermogensaanwasbelasting is. De toelichting maakt niet duidelijk waarom gekozen is voor een van box 1 en box 2 afwijkende behandeling van dezelfde vermogensbestanddelen in box 3. Dit kan leiden tot boxarbitrage
Hoewel de RvS niet stelt dat uitstel (zoals een vermogenswinstbelasting) mogelijk moet zijn (zoals sommigen hier wensen), verschilt dat wel met box 2, en dat vindt de RvS wel een probleem:
Eén van de redenen om een vermogensaanwasbelasting in te voeren in box 3 is het voorkomen van langdurig uitstel van belastingheffing. Eenzelfde langdurig uitstel doet zich echter voor in box 2.
De drempel is de RvS ook niet gelukkig mee:
In box 3 wordt een verliesverrekeningsdrempel van € 500 voorgesteld. Dit in tegenstelling tot box 1 en box 2 waar het volledige verlies in aanmerking wordt genomen.
Hier niet besproken, maar wel een aardige: roerende zaken zijn vrijgesteld, onroerende zaken niet. De motivatie ontbreekt echter.
De toelichting biedt geen inzicht waarom het eigen gebruik van roerende zaken vrijgesteld is, terwijl het eigen gebruik van onroerende zaken belast is.
Ook weinig hier genoemd: de uitvoerbaarheid is een rode vlag voor de RvS. Dit weegt heel zwaar voor de RvS:
Gezien de complexiteit van het voorstel, de impact op de uitvoering en de gevolgen voor het doenvermogen lijkt dit voorstel haaks te staan op de ingezette beleidslijn om deze aspecten een prominentere rol te laten spelen bij de afweging van beleidskeuzes en het invoeren van nieuwe fiscale regelingen. [….] De uitvoeringstoets van de Belastingdienst bij het wetsvoorstel geeft een negatief oordeel (rode vlag) op de vier aspecten interactie burgers/bedrijven, maakbaarheid systemen, handhaafbaarheid en complexiteitsgevolgen. Alleen over het aspect fraudebestendigheid is de Belastingdienst iets minder negatief (gele vlag).
Al met al vindt de RvS het geen goed voorstel, maar om hele andere redenen dan in dit topic genoemd worden. En ik kan me wel aansluiten bij de RvS.