Je hebt zeker gelijk dat de nu aan ons bekende natuurwetten een abstractie zijn van de natuur, maar wie zegt dat dat de natuur niet aan regels voldoet? Dat wij die regels niet volledig kennen, is geen argument.Natuurwetten zijn een orde die de intelligente mens in de fundamentele chaos van de wereld aanbrengt. Natuurwetten zijn een abstractie van de natuur; geen "recept" voor de natuur.
Daar had ik het niet over. Natuurlijk kan er orde bestaan zonder dat er intelligent leven is, maar intelligent leven is niet mogelijk in een heelal waarin geen enkele orde bestaat. Orde en regelmaat kunnen er alleen zijn als er wetten zijn om die orde en regelmaat mee te beschrijven.Als er geen intelligent leven is, is er niets om orde waar te nemen in de wereld, maar toch gaat de wereld gewoon door...
Nu komen we op het oude filosofische probleem: Maakt een omvallende boom geluid als er niemand is om het te horen? Ofwel, in hedendaagse termen: Collapst een golffunctie OMDAT er iemand naar kijkt? Aangezien beide antwoorden op een bepaalde manier logischzijn, en absoluut onbewijsbaar, hebben we hier een probleem. Jij ontkent dat er orde kan zijn als niemand het waarneemt, en dat kan ik niet weerleggen. Ik vind het echter wel onzinAls die eigenschap van logische orde inherent (a priori) in de wereld aanwezig is, dan betekent dat dat er een a priori intelligentie moet zijn die die orde onafhankelijk van de mens in de wereld plaatst of geplaatst heeft. Orde vereist een intelligente waarnemer, en als die orde onafhankelijk is van menselijke waarneming dan moet er een andere intelligentie zijn die dat doet...
------------------------------
Voor een beter begrip van mijn standpunt moet je een strict onderscheid maken tussen de natuurwetten zoals wij ze nu kennen, en de natuurwetten waaraan het heelal gehoorzaamt. Wij gebruiken wiskunde om regelmaat in het heelal te beschrijven, en door die regelmaat te extrapoleren kunnen we voorspellingen doen. De wiskundige beschrijvingen van de achterliggende regelmaat worden steeds beter, in de zin dat de voorspellingen steeds nauwkeuriger worden. Dit zijn onze natuurwetten.
Maar het feit dat we uberhaupt voorspellingen kunnen doen die uitkomen, impliceert dat de regelmaat die wij waarnemen, ook werkelijk bestaat. Die achterliggende regelmaat bedoel ik als ik het heb over de natuurwetten waaraan het heelal gehoorzaamt. Wij kennen die wetten niet, we benaderen ze slechts met onze wiskundige beschrijvingen.