ernstoud schreef op vrijdag 17 februari 2023 @ 11:50:
[...]
Aangezien Delta aangegeven heeft de Adtran 400 serie te “ondersteunen”, ondanks het feit dat dat een totaal ongeschikte GPON serie is, gewoon de ONT ID (op de sticker: ADTN1234567890) doorgeven, vraagt men naar het model dan heb je dus een device uit de 400 serie. Ze vragen er zelf om dat klanten meegaan in deze flauwekul

.
En ze mogen niet blacklisten. Of de 621i werkt of niet is irrelevant. Ze moeten hem authenticeren. Lukt dat niet mogen ze uiteraard wel verdere support weigeren. Probleem is dat je als klant dus niet kunt zien of men een poging waagt om het device te authenticeren. Je moet maar wachten tot een LED op de ONT groen wordt,
Over niet mogen blacklisten heb ik al bericht dat dit wellicht niet klopt (verkeerde lezing). Over certificeringen is het wellicht ook interessant om dit te lezen:
https://www.acm.nl/sites/.../nota-van-bevindingen.pdf
"6.4 Blacklist, whitelist en vrijwillige certificeringsschema’s
I. Aanbieders wijzen op artikel 7 Beleidsregel die aangeeft dat een aanbieder geen limitatieve
lijsten van geschikte apparatuur mag hanteren en andersoortige lijsten door ACM getoetst
zullen worden. Aannemende dat hier wordt gedoeld op ‘blacklisten’ van apparatuur, lijkt dit
niet in het belang van de consument.
Reactie van de ACM: De ACM doelt hier niet op een zwarte lijst maar enerzijds op de
zogenaamde white list (het enkel mogen gebruiken van apparaten die op een lijst zijn
opgenomen) en anderzijds op lijsten met
gecertificeerde eindapparaten waar een fabrikant
met een geschikt eindapparaat alleen met veel moeite ook op kan komen. Dergelijke lijsten
zijn inderdaad problematisch voor eindgebruikers omdat deze dan onnodig gelimiteerd
worden in hun keuze. De ACM zal dan ook artikel 3 van het Besluit eindapparaten
handhaven. Advieslijsten waarop makkelijk toegang kan worden verkregen door fabrikanten
van eindapparaten zijn naar oordeel van de ACM niet problematisch.
De ACM beschouwt certificeringsschema’s om met een bepaald apparaat op een dergelijke advies lijst te komen in beginsel wel als een overtreding van artikel 3 van het Besluit eindapparaten. Het gebruik
van de zogenaamde zwarte lijsten is alleen mogelijk voor eindapparaten die het netwerk
en/of andere eindgebruikers verstoren. Fabrikanten van eindapparaten die op deze blacklist
staan moet wel de mogelijkheid gegeven worden om van de blacklist afgehaald te worden
als zij de problemen hebben opgelost. In een geschilprocedure kan de ACM uiteindelijk
vaststellen of een aanbieder wel afdoende de technische specificaties van het
netwerkaansluitpunt gepubliceerd heeft.
II. Aanbieders beargumenteren dat artikel 7 lid 1 onder b Beleidsregel miskent dat de
internationale standaardisering niet zo volledig is dat er zelfs maar certificering zal bestaan
die garandeert dat apparatuur onder alle omstandigheden werkt op alle netwerken. Het
probleem aan deze bepaling is dat internationale standaarden vaak meerdere
implementaties kennen, waardoor het goed mogelijk is dat de implementatie op een
bepaald netwerk niet overeenkomst met de implementatie van een eindapparaat, terwijl
beide wel aan internationaal erkende standaarden voldoen.
Reactie van de ACM: De ACM creëert ruimte voor aanbieders om rekening te houden met
internationale standaarden die een vorm van certificering voorschrijven. Dat dit thans nog
niet aan de orde is, sluit niet uit dat dit in de toekomst nog wel kan gaan voorkomen. Verder
schetsen deze reacties wederom het belang van adequaat specificeren van de
netwerkaansluitpuntspecificaties inclusief eventuele implementatiekeuzes door de
aanbieders zodat fabrikanten eindapparaten kunnen ontwikkelen die met desbetreffende
gekozen implementatie compatibel zijn. Niet compatibel eindapparaten kunnen op een
zwarte lijst gezet worden."