Strider schreef op 11 april 2004 @ 22:32:
Toch niet hoor, over ongeveer 15 jaar is het te duur om aardolie uit de grond te halen.
250jaar is onzin wat je zegt, als je wat verder zou zoeken dat kom je vanzelf op die 15 jaar uit.
Voorbeeldje: waarom denk je dat er een paar topmannen bij shell weg zijn gegaan toen het bekend werd dat er minder aardolie reserves zijn als dat er gedacht was? als er voor 250jaar! nog aardolie genoeg in de grond zat dan was er echt geen probleem geweest bij shell.
Omdat dat ging over de bewezen reserves die Shell heeft. Dat er nog zat aardolie is betekent niet dat die ook in het bezit van Shell is.
Verder, ik lees elke maand de kijk. 2 jaar geleden stond een artikel in kijk over aardolie, maar toen duurde het nog 17 jaar, nu een paar maanden geleden stond er weer een artikel in de kijk over aardolie en nu was het 15 jaar.
Ik heb laatst een interessant artikel in de intermediar gelezen en daar stond dus dat er genoeg reserves zijn voor zo'n 250 jaar (aardolie+gas)

Het wordt ongetwijfeld steeds duurder om het spul uit de grond te pompen, maar de techniek staat ook niet helemaal stil en de prijzen worden nu kunstmatig hooggehouden. Dat hoeft dan dus ook niet meer.
Als er nog voor 250 aan aardolie in de grond zou zitten, dan was er in irak echt geen heibel geweest over die olie

In Irak was ook geen heibel over olie, dat Frankrijk en Rusland niet mee wilden doen, omdat ze dan hun oliecontracten zouden kunnen verliezen betekent niet automatisch dat Amerika er heenging voor de olie! Maar dat zijn weer hele andere discussies.
Ik zocht ff op de site van intermediar en kwam dit tegen
Is de aarde op?
Wil de mensheid in 2050 nog genoeg eten, drinken, en brandstof hebben, dan zullen we twee extra aardbollen moeten aanslepen. Dit sombere perspectief schetst het Wereld Natuur Fonds. Dat de brandstof binnenkort op is, voorspelde de Club van Rome ons al in 1972. Krijgen de doemdenkers dan toch gelijk?
Door Chris Sprangers
Einde al vaker voorspeld
Een nieuw tijdperk
Waarheen met het afval?
Living Planet Report
Economische frictie
Einde al vaker voorspeld
Het einde van de voorraad fossiele brandstof is al heel wat keren nakend geweest. Al in de Middeleeuwen wist men zeker dat de voorraad turf de Renaissance niet zou halen, reden waarom men belasting ging heffen op turf. In het Engeland van de achttiende eeuw kwam, vooral na de uitvinding van de stoommachine rond 1770, de laatste boom in zicht, waarna de kolenwinning een hoge vlucht nam. Aan het begin van de vorige eeuw werden kolen geleidelijk vervangen door olie. Niet omdat de kolen op waren, maar omdat olie schoner en goedkoper was en makkelijker in het gebruik. Later kwam daar het aardgas nog eens bij. Ook ten aanzien van olie en gas is de afgelopen decennia met enige regelmaat voorspeld dat de laatste druppel of zucht niet lang meer op zich zou laten wachten. Nog twintig jaar, zo voorspelde de Club van Rome in 1972. Sindsdien zijn de bewezen olie- en gasvoorraden alleen maar groter geworden.
'Het probleem met olie is dat we er te veel van hebben, niet te weinig', zegt Jaap Hanekamp, zelfstandig gevestigd chemisch onderzoeker en zegsman voor het Heidelberg Appeal Nederland, een organisatie die zich bezighoudt met het correct gebruik van wetenschappelijk feitenmateriaal in politiek gevoelige onderwerpen - zoals het milieu. 'Als je octaan gewoon in een auto kunt gooien om het te verbranden, heb je duidelijk te veel. En bij tal van oliewinplaatsen wordt het methaan nog gewoon afgefakkeld, weggegooid dus. In feite is het heel spijtig dat olie nog zo goedkoop kan zijn, want pas als de prijs van olie stijgt, doordat de winning duurder wordt, zal men naar alternatieven gaan zoeken.' Waarmee gezegd is dat het energieprobleem eerder een economische dan een geologische aangelegenheid is.
Bij Shell denken ze er al net zo over. Ook hier hebben de gevleugelde woorden 'Het stenen tijdperk is niet geëindigd omdat de stenen op waren' opgang gemaakt. 'Ik zie ons op termijn een nieuw energietijdperk binnenstappen, terwijl er nog veel olie in de grond aanwezig is', zei vorige maand CEO Exploratie en Productie Walter van de Vijver tegen Shells huisorgaan Shell Venster.
Een nieuw tijdperk
Hoe dat nieuwe tijdperk eruitziet, weet ook Shell niet, maar de maatschappij, die per slot moet leven van aardolie en aardgas of van wat daarvoor eventueel in de plaats komt, beraadt zich natuurlijk terdege op de toekomst. 'Het bijzondere van het punt waarop we nu staan', zegt Ewald Breunesse, strategieplanner voor Shell Nederland, 'is dat we voor het eerst in de geschiedenis niet op een monocultuur zijn aangewezen. We kunnen nu kiezen uit meerdere energiebronnen. Voorheen was het eerst kolen, toen olie, toen olie en gas, maar nu is het spectrum ineens veel breder.'
Hoe breed dat spectrum is, blijkt uit de twee scenario's die Shell heeft uitgezet, die de uiteinden weergeven van het gebied waarbinnen de veranderingen naar alle waarschijnlijkheid zullen plaatsvinden. 'Het eerste scenario, Dynamics as usual, gaat uit van een ontwikkeling die maatschappelijk gestuurd wordt, net zoals dat nu al het geval is. Vrijwel overal is dat een democratisch proces, waardoor je nooit één richting uitgaat. De gebruikelijke dynamiek zal de boventoon voeren. En dat betekent dat we de komende dertig jaar nog wel veel fossiele brandstof zullen gebruiken - maar dan wel de schoonst mogelijke. En dat daarnaast nieuwe energievormen verder zullen worden ontwikkeld en ingezet.' Waarbij de gedachten uitgaan naar zonnecellen, windmolens, waterkracht, brandstofcellen en - wie weet - kernenergie.
Maar het zou ook heel anders kunnen gaan. Het tweede scenario dat Shell voor ogen heeft, The Spirit of the Coming Age, gaat uit van een trendbreuk. 'Dat scenario wordt door de mens in zijn rol van consument aangedreven', zegt Breunesse. 'Een consument die gemak en vrijheid zoekt. Dat zal hem worden geleverd in de vorm van de brandstofcel, het consumentenapparaat van de toekomst. In die cel wordt brandstof omgezet in elektriciteit. Overdag zet je dat ding in je auto, 's avonds parkeer je hem naast je huis en voedt hij je licht en verwarming. Die elektriciteit kun je op meer of minder discutabele manieren produceren.'
Waarbij het voor de hand ligt dat waterstof daarbij een grote rol zal spelen. 'Want je ziet dat de afgelopen twee eeuwen de koolstofcomponent in onze brandstoffen steeds kleiner is geworden ten opzichte van de waterstofcomponent', zegt Hanekamp. 'Zonder dat we er erg in hadden, heeft er zich een proces van decarbonisatie afgespeeld.' Overgang op een waterstofhuishouding zou een logische apotheose zijn van deze trend.
Waarheen met het afval?
Brandstof genoeg dus: olie, gas, steenkool, uranium - in principe voor honderden jaren. Daarin zit hem het probleem niet. Waar het wel zit, is in wat er overblijft als de brandstoffen gebruikt zijn. Kernenergie is op zich schoon; de bezwaren richten zich vooral op waar we met het hoogradioactieve afval heen moeten als het spul opgebruikt is. Over fossiele brandstoffen zou niemand zich druk maken als het afval uit water in plaats van kooldioxide zou bestaan. En zelfs bij windmolens gaat iets dergelijks op: als de stroom geleverd is, staan die dingen nog steeds de horizon te vervuilen, iets waartegen nu al driftig bezwaar wordt gemaakt.
Zijn tegen deze achtergrond de geruststellende scenario's die Shell zichzelf en ons voorhoudt nog reëel? Waarschijnlijk zij ze het reëelst denkbare, omdat ze stoelen op economische mechanismen. 'Dergelijke langetermijnontwikkelingen worden gemaakt op het speelveld van de wereldhandel', zegt Hanekamp, 'en niet in de politiek'.
Hij raakt daarmee de essentie van de huidige milieustrijd: aan de ene kant staan zij die klaarblijkelijk geloven in de goedheid van de mens en de maakbaarheid van de samenleving. Zij vinden dat de mens bewust moet worden gemaakt van waar hij mee bezig is, waarna die mens verstandige keuzes zal maken en - bijvoorbeeld - in zijn energiebehoefte zal gaan voorzien op een manier die het duurzaam voortbestaan van een leefbare aarde garandeert.
Living Planet Report
Het Wereld Natuur Fonds is een van de partijen die zich vanuit deze optiek inzetten. In zijn tweejaarllijks Living Planet Report laat het WNF onder meer het energieverbruik van iedere wereldburger zien, gemeten aan het aantal hectares land dat nodig is om de CO2 die hij daarbij genereert op te nemen: de 'voetafdruk'.
Het staat er niet met zoveel woorden, maar dat rijke landen een zestien maal zo grote voetafdruk hebben als arme, suggereert dat het wel een beetje minder kan. En op zijn minst kan het WNF, aldus woordvoerder Marie Christine Lanser, meewerken aan het bewerkstelligen van wereldwijde afspraken en reglementen zoals die getroffen zijn en worden in Kyoto en Johannesburg: 'Met het Living Planet Report 2002 in de hand kunnen wij de regering-Balkenende duidelijk maken welk standpunt ze einde deze maand bij de conferentie in Johannesburg zou moeten innemen.'
Aanspraak maken op de redelijkheid van de mens is ook de kant die Greenpeace nadrukkelijk kiest. Wijzend op het gevaar van een opstapeling van CO2 in het milieu, zegt campagnemedewerker Hans Altevogt: 'Wij staan een trendbreuk voor. We moeten nú kiezen of we door willen gaan met fossiele brandstoffen, of moeten overstappen op duurzame energiebronnen - wind en zon. Wij vinden het laatste. In het afvangen van CO2 zien wij geen heil. Er zijn niet genoeg putten om die CO2 in op te slaan. En bovendien is het opslaan in de grond ook niet zonder gevaar, zoals we indertijd gezien hebben met Lake Monoun en Lake Nyos in Kameroen, waar in 1984 en 1986 grote CO2-bellen uit loskwamen, die tezamen 1.800 doden tot gevolg hadden. Het is niet te hopen dat de industrie een uitweg vindt voor het CO2-probleem, want dat zou de ontwikkeling van duurzame energiebronnen danig in de wielen rijden. En eens zullen we daar toch naartoe moeten. Nog steeds ontbreekt helaas de benodigde sense of urgency.'
Economische frictie
Dat de bedoelde overstap met de nodige economische frictie gepaard zal gaan, ziet Altevogt ook wel. 'Zo zou het heel mooi zijn als bij wijze van eerste hulp aan het milieu de kolengestookte elektriciteitscentrales zouden overstappen op aardgas, wat zonder veel moeite zou kunnen. Dat dat niet gebeurt, heeft met heel andere dan milieuoverwegingen te maken. Bijvoorbeeld omdat kolen zo goedkoop zijn, doordat de Duitse overheid zijn kolenmijnen met acht miljard euro heeft gesubsidieerd. Daaraan zie je ook hoe een overheid met subsidies en belastingen kan sturen. Wij moeten haar zover zien te krijgen dat ze de goede kant op stuurt.'
Dat de ideale situatie niet in één klap te bereiken is, ziet Altevogt wel in. Greenpeace beseft dan ook wel dat je zeker in het begin met tussenoplossingen genoegen zult moeten nemen: 'Het zou al heel mooi zijn als we China en India zo ver zouden kunnen krijgen hun industrialisatieproces met gas te voeden, in plaats van met kolen. Maar uiteindelijk moeten we naar duurzame bronnen: wind en zon. Hoe prachtig zou het niet zijn als we in de Sahara een gigantisch zonnepanelenveld zouden hebben met een stelletje waterstoffabrieken eromheen.'
Tot die tijd is er nog heel wat evangelisatiewerk te verrichten. 'Wij hebben sinds een jaar een schonere benzine op de markt', zegt Breunesse. 'Die is een paar eurocent duurder dan gewone benzine. Als het goed was, zouden we sindsdien alleen nog maar die schone hebben moeten verkopen. Nu, ik kan u verzekeren: dat is niet het geval.' Maar dat zal over drie jaar wél het geval zijn. Want dan wordt die schonere benzine verplicht gesteld.
Volgens mij was het dit artikel waar ook die grafiek bijstond van reserves voor 250 jaar. Shell gaat dus er dus in ieder geval vanuit dat de komende 30 jaar er nog veel aardolie verbruikt zal worden. Ze hebben de reserves dan wel een paar procent moeten bijstellen, maar die 30 jaar zal geen complete onzin zijn, en daarmee is ook niet gezegd dat Shell denkt dat het dan op is, maar dat het tot die tijd de belangrijkste bron van energie is. In ieder geval is er wel uit op te maken dat die 15 jaar waarschijnlijk dikke onzin is
[
Voor 87% gewijzigd door
Oscar Mopperkont op 11-04-2004 23:54
]