Benadski schreef op 04 november 2003 @ 12:18:
Een normale TL brandt wel op een lagere spanning als ie eenmaal aan is, dit komt denk ik omdat het plasma in die buis minder afkoeling ondergaat (en dus een lagere weerstand heeft, denk aan P=V
2/R ). Het oppervlak glas per cm
3 gas wordt namelijk minder naarmate de buis dikker wordt. En minder glas per hoeveelheid gas betekent natuurlijk minder warmteverlies! Ik weet niet of het zo werk, maar zo zie ik het voor me. Ik heb geen CCFLs gestudeerd.

Het branden van een TL heeft vrij weinig te maken met warmte (waarschijnlijk dat ze het daarom ook wel 'koudlicht' noemen).
Heb je even...?
Brandt een TL-buis nog niet, dan zit er in de buis een gas (ik weet zo even niet meer welke), waarvan de atomen niet geladen zijn. Er zijn dan dus geen vrije ladingsdragers in de buis, dus is de weerstand bijna oneindig hoog.
Dan komt de starter... Die zorgt ervoor dat er door de beide gloeidraden (aan de uiteinden van de buis) een stroom gaat lopen. De draden gaan gloeien, waardoor er elektronen vrijkomen. Gebeurt verder nog niet zo veel mee...
De stroom door de gloeidraden loopt ook door een klein neonlampje in de starter (je ziet ze daarom soms dus oplichten). De starter wordt warm, waardoor op een gegeven moment een bi-metalen contactje wordt verbroken. De stroomkring van de gloeistroom wordt hierdoor verbroken.
De smoorspoel (ook wel voorschakelapparaat of trafo genoemd) reageert op deze plotselinge verandering van stroom door een vrij hoge inductiespanning te produceren. Deze spanning komt op de twee uiteinden van de TL te staan.
De elektronen (die nog steeds rond de gloeidraden zwermen) worden nu ineens behoorlijk versneld door deze hoge spanning. De bedoeling is nu dat ze zo hard tegen de gas-atomen opbotsen, dat die atomen een elektron kwijtraken (die wordt dus gewoon weggestoten). Dit noemt men ionisatie. De extra vrijgekomen elektronen worden natuurlijk ook versneld, waardoor er een kettingreactie ontstaat. Bovendien worden de ionen ook versneld, zij kunnen ook weer botsen. Een groot aantal gasatomen wordt nu geioniseerd.
Een ion is geladen, dus het gas bestaat nu gedeeltelijk uit vrije ladingsdragers. Dit betekent, dat de weerstand van de buis behoorlijk afneemt. Er gaat een stroom door de buis lopen van ionen enerzijds en 'losgestoten' elektronen anderzijds. Deze deeltjes ioniseren onderweg ook steeds weer nieuwe gasdeeltjes, waardoor er een stroom kan blijven lopen. De smoorspoel begrensd nu de stroom door de buis, omdat deze anders veel te hoog zou worden.
Wanneer een elektron en een ion elkaar weer tegenkomen, kunnen ze ook weer recombineren. Hierbij komt energie vrij (eigenlijk hetzelfde principe als kernfusie, maar dan wat minder heftig...). Deze energie komt vrij in de vorm van straling (meestal hard-UV) en het grootste deel wordt door de coating op de wand van de TL omgezet in zichtbaar licht.
Om de buis brandende te houden, moeten er minstens evenveel atomen geioniseerd worden als er weer recombineren (anders zijn op een gegeven moment je ionen op...). De recombinatiesnelheid is o.a. afhankelijk van het soort gas en de concentratie ervan.
De houdspanning is dus afhankelijk van de recombinatiesnelheid en van de efficientie van de ionisatie.