wat dacht je van de volgende tekst:Verwijderd schreef op 13 October 2003 @ 00:10:
Zou je een aantal teksten kunnen citeren uit Marcus, Matheus en Lucas waar het tegendeel verkondigd wordt.
Dat laat er toch echt geen twijfel over bestaan dat Jezus alleen de joden wil bekeren, en we mogen toch aannemen dat er voor de schapen buiten Israël andere herders zijn. En dat waren niet de apostelen want in mattheus 19 zegt Jezus:Mattheus 15
24 Hij antwoordde: ‘Ik ben alleen naar de verloren
schapen van het volk Israël gestuurd.’
Ook de 12 appostelen zijn alleen bedoeld voor Israel. één apostel voor elke stam.28 Jezus antwoordde: ‘Ik verzeker jullie: wanneer alles
vernieuwd wordt en de Mensenzoon in al zijn
majesteit op zijn troon zal zitten, zullen ook jullie
die mij gevolgd zijn, plaatsnemen op twaalf tronen
en rechtspreken over de twaalf stammen van
Israël.
De volgende tekst (laatste regels van Markus) is pas 300 jaar na Christus aan het evangelie van Markus toegevoegd en komt in de eerste geschriften niet voor:
Er is dus opzettelijk een tekst toegevoegd aan Markus die suggereert dat Jezus er na zijn dood anders over is gaan denken. En waarom? Omdat het christendom inmiddels een niet-joodse godsdienst is geworden. Israel is immers verwoest door de Romeinen en het joodse volk is vermoord en gedeporteerd.19 Trek eropuit en maak alle volken tot mijn
leerlingen en doop ze in de naam van de Vader en
van de Zoon en van de heilige Geest.
Die uitleg ken ik. Zo staat het in het nog veel latere evangelie van Petrus, maar die uitleg rammelt aan alle kanten.Met de hoeksteen wordt Jezus zelf bedoeld. Hier zou je zelf achter gekomen zijn als je het hele hoofdstuk had gelezen, bijvoorbeeld de gelijkenis voor deze tekst. Verder wordt in het boek Efeze de link ook gelegd tussen de hoeksteen en Jezus.
Dit is duidelijk een verdraaiing van Matheus. Want daar spreekt Jezus niet tot de mensen maar de Farizeeën en opperpriesters.1 Petrus 2
4 Sluit u aan bij hem. Hij is de levende steen,
afgekeurd door de mensen, maar voor God zo
kostbaar dat hij hem uitkoos.
5 U moet zelf de levende stenen zijn waarmee de
geestelijke tempel wordt gebouwd. Vorm een
heilig priesterschap dat geestelijke offers brengt
die God aangenaam zijn door Jezus Christus.
6 Daarom staat er in de Schrift: Ik leg in Sion een
kostbare hoeksteen die ikzelf heb uitgekozen. Wie
in hem gelooft, wordt niet teleurgesteld!
7 Voor u, die gelooft, is hij waardevol. Maar voor
wie niet geloven geldt: De steen door de bouwers
afgekeurd, is de hoeksteen geworden,
8 een struikelblok, een steen waaraan men zich
stoot. Ze struikelen door de boodschap niet te
aanvaarden. Dat is hun lot.
Is Jezus hier het volk dat de vruchten opbrengt? Natuurlijk niet, dat zijn de mensen die het goede nastreven. Wie zijn de bouwers van het geloof? Dat zijn de Farizeeen, de wetsgeleerden. Wie keuren zij af? De mensen die zich niet aan hun wetten houden. Maar voor Jezus zijn deze mensen wel waardevol. Hij kijkt in het hart van de mensen. Hij heeft niets op met de wetten van de mensen, alleen met God's wetten.Matteüs 21
42 Jezus vroeg hun: ‘Hebt u nooit deze woorden uit
de Schrift gelezen? De steen door de bouwers
afgekeurd, is de hoeksteen geworden. Zo gaat de
Heer te werk, het is voor ons niet te begrijpen!
43 Daarom zeg ik u: het koninkrijk van God zal u
worden afgenomen en zal worden gegeven aan
een volk dat de vruchten ervan opbrengt.
Petrus is een grapjas. Hij maakt van de hoeksteen, waarmee bedoeld wordt: een heel belangrijke steen, tegelijkertijd een steen des aanstoots. Maar de boodschap is ook hier weer: als je niet in Jezus gelooft komt je niet in de hemel, eigen schuld. Ook hier zie je weer: Waar Jezus in de eerdere canonische evangeliën de opperpriesters aanvalt, worden die in de latere evangeliën vervangen door de joden en ongelovigen, die Jezus niet willen aannemen.
Dat is ook heel begrijpelijk. De apostelen probeerden mensen te bekeren tot het Christendom, maar Christenen werden zwaar vervolgd. Als je in die situatie geen Christen hoeft te zijn om in de hemel te komen, dan ga je je echt niet aan vervolgingen blootstellen. Jezus gaat in zijn parabels fel te keer tegen de wetgeleerden en stelt voortdurend dat je je niet aan de strenge wetten hoeft te houden om in de hemel te komen, hij stelt de hemel voor iedereen open. Daarom probeert men in later evangelies deze parabels een andere uitleg te geven. Laten we het maar een leugentje om bestwil noemen. Men wilde dit mooie geloof verbreiden, maar met had iets nodig dat de mensen over de streep trekt. Dat is de belofte van de hemel, maar alleen als je Jezus aanvaardt.
Jij negeert tegen wie Christus dit zegt. Namelijk zijn aartsvijanden, de Farizeeën, dat zijn priesters, wetsgeleerden. Hij geeft hier geen godsdienstles, maar houdt hun een spiegel voor, zoals hij dat voortdurend tegen hen doet. Zij zijn de genodigden die niet uitverkoren zijn. De Farizeeën zijn de gelovigen van het type fundamentalist zoals je die vandaag nog steeds veel aantreft. Ze nemen elk woord in de schrift letterlijk.Deze gelijkenis maakt duidelijk dat:
1. Mensen die drukker met de wereld zijn dan met deze zaken zullen er niet komen. De genodigden waren drukker met de wereld en werden gestraft om hun daden. Met de genodigden worden in dit voorbeeld trouwens de Joden bedoeld.
2. De mensen die binnenkomen krijgen een nieuw wit kleed. Dit geeft de vergeving van de zonden dus aan. Die zonden worden hun niet vergeven omdat ze zo goeie daden(zie vers 10 ">>slechte<< en goede.") hebben gedaan, maar omdat Jezus voor hun gestorven is.
Deze gelijkenis heeft dus niks te maken met het lidmaatschap van een of andere kerk.
Hier worden beslist niet de Joden bedoelt want vlak ervoor staat:
De joden overal de schuld van geven doet het evangelie van Johannes. Maar Jezus was een jood, zijn apostelen waren joods, zijn volgelingen waren joods. Jezus predikte alleen maar voor de joden. Ook Paulus predikte in het begin vooral voor de joden. Lees romeinen 1:Matteüs 21 45 Toen de opperpriesters en de Farizeeën zijn
gelijkenissen gehoord hadden, begrepen ze dat hij
het over hen had.
Matteüs 22 1 Opnieuw richtte Jezus zich tot hen met
gelijkenissen.
Als de Joden niet willen overgaan naar het Christendom verandert dat. Lees Kolossenzen 116 Ik schaam mij niet voor het evangelie. Het is een
machtig middel waarmee God iedereen redt die
gelooft, allereerst de Joden, maar ook de niet-Joden..
Hoezo krijgen ze een wit kleed, dat staat er helemaal niet in.27 Aan hen heeft God bekend willen maken hoe rijk
en heerlijk dit geheim is dat onder de niet-Joden
wordt verspreid en dat luidt: Christus woont in u;
hij is uw hoop op de eeuwige heerlijkheid.
Leuk geprobeerd maar iedereen kan zelf lezen dat hier veel sterkere woorden staan zonder als. Het stukje sluit vooral goed aan bij de voortdurende aanklacht die Johannes tegen de joden aanheft. Met de andere canonische evangeliën heeft het niets te maken.Dit stukje sluit gewoon goed aan bij de rest van de bijbel. Jezus zegt met andere woorden: "als ik naar jullie gedrag kijk dan zou ik zeggen dat jullie kinderen van de duivel zijn.". Probeer met deze zin in je achterhoofd het hele hoofdstuk nog eens aandachtig door te lezen.
Nergens in bijv. Matheus wordt er negatief over de joden gesproken. Het zijn de opperpriesters die overal de schuld van krijgen, ook dat zij de menigte hebben opgehitst om Jezus ter dood te laten veroordelen.
In het hele evangelie van Matheus komt het woord joden maar 7 keer voor en nooit in negatieve zin. In het evangelie van Johannes komt het woord joden bijna 50 keer voor en van af het eerste begin in negatieve zin. Overal waar bij matheus en Markus: Farizeeën staat of opperpriesters is dit bij Johannes vervangen door Joden.
6 ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven,’Die dik gedrukte zinnen moet je natuurlijk niet uit de context rukken en verder moet je natuurlijk ook de tekst "Ik ben de weg, de waarheid en het leven,’
antwoordde Jezus. ‘Iemand kan alleen naar de Vader gaan via mij." in je achterhoofd houden.
antwoordde Jezus. ‘Iemand kan alleen naar de
Vader gaan via mij.
Dat is nou weer typisch een zin van: ra ra wie? inderdaad Johannes.
In Johannes staat bijna voortdurend: dit is de waarheid, jullie moeten mij geloven. Het is soms bijna pathetisch. Wie spreekt er zo? Mensen die bang zijn niet geloofd te worden (en dat zijn vaak mensen die de waarheid ook niet spreken). In de andere canonische evangelies heeft Christus die onzekerheid helemaal niet. Hij is zelfverzekerd en de mensen geloven hem.
Daar verkondigt hij ook niet dat hij God is, maar in Johannes wel en kennelijk voelt Johannes zelf al aan dat dit nauwelijks te verkopen is en daarom slooft hij zich zo uit te vertellen dat het waarheid is. Hier treedt de fundamentele verandering in het Christendom op. Waren voorheen de christenen nog joden, hier begint de scheuring. Veel joden willen hun God niet opgeven voor Christus en daarom moeten ze het ontgelden. Dat geeft de kerk meteen de gelegenheid om te verklaren dat de joden niet langer het uitverkoren volk van God zijn, maar dat dit nu overgegaan is op de christenen, want de joden hebben God vermoord. Op dit moment begint 2000 jaar antisemitisme. Voor de christenen werden de joden een bron van frustratie. Zij gaven vaak een andere uitleg aan het oude testament, maar zij waren de oorspronkelijke eigenaars. Dat zij in Christus weigerden God te zien en zelfs geen Messias was een doorn in het oog.
Dat heet predestinatie en dat heeft Calvijn bedacht, mede op basis van Paulus, om toch te kunnen zeggen dat iemand naar de hel gaat en daar wordt ook druk gebruik van gemaakt. Dat staat weer haaks op de leer van Christus, want die stelt heel duidelijk:Het is natuurlijk waar dat wij niet moeten oordelen wie of wie niet in de hemel komen, maar we kunnen wel zeggen of de weg die iemand volgt juist of onjuist is aan de hand van de bijbel.
In de oudste evangelien van Markus, Matheus en Lucas vind je de woorden van Christus. In de latere evangelieen vind je de woorden van volgelingen, die het inmiddels niet joodse geloof hebben aangepast om te midden van vervolgingen het hoofd boven water te houden. Na 2000 jaar moeten we daar eens door heen leren zien en het geloof ook met verstand benaderen, dan ontmoet je een andere Christus en die is zeker niet de mindere.Matteüs 7
1 ‘Oordeel niet over anderen; dan zal God niet
oordelen over u.
[ Voor 33% gewijzigd door Verwijderd op 13-10-2003 16:56 ]