Naar aanleiding van onderstaand krantearikeltje kwam de vraag in mij op of atheisme niet ook als een religie aangemerkt zou kunnen worden, zij het in een soort ´omgekeerde´vorm. Hier hangen volgens mij een aantal ´goede agnosten´rond en hopelijk kunnen zij en andere mij een antwoord geven op deze vraag?
Ok, religie is dus universeel wat betekent dat ook de atheist behoefte heeft aan een vorm van religie wat het atheisme wellicht is, zoals ook deze Herman van der Ley atheisme als een religie beschouwt. Is dat zo?
Religie kent twee (hoofd)dimensies: zingeving en verklaring. (hoe) Komen deze twee dimensie tot uiting in atheisme?
Daarnaast (of daarbinnen) zijn er blijkbaar nog 6 dimensies. (Hoe) komen deze tot uiting in het atheisme?
Wellicht zien anderen hele andere definities van religie waar atheisme weer wel of niet aan voldoet.
ik hoor het graag....
De eerste vraag is natuurlijk: wat maakt iets tot een religie?Religie en Filosofie, dinsdag 1 oktober 2002
'Agnosten zijn betreurenswaardig laf'
Koert van der Velde
Velen geloven niet echt meer dat God bestaat, maar ook het geloof dat God niét bestaat heeft het moeilijk. Nederlands enige en oudste organisatie van atheïsten is op sterven na dood. ,,We slapen helemaal.''
'Steeds vaker wordt er negatief gereageerd op het atheïsme'', stelt Jan Vis, jarenlang het boegbeeld van het atheïsme in Nederland. ,,En het erge: die reacties komen niet van de gelovigen, van wie zoiets volkomen normaal zou zijn, maar juist van wie wij min of meer als geestverwanten beschouwen: wetenschappers, filosofen, journalisten en kunstenaars.''
Dat kan niet, dus geeft Vis deze 'geestverwanten' een ouderwets pak rammel. ,,De ware atheïst kent geen twijfel als het over bovenmenselijke spirituele machten gaat: die bestaan niet! Maar dit soort zekerheid stoort moderne geestverwanten van de atheïst. Zij vinden dat je niet zeker kunt zijn. Dat lijkt heel erg tolerant, maar in feite is het volgens mij onmiskenbaar een uiting van betreurenswaardige intellectuele lafheid.''
In plaats van 'atheïst' noemt men zich 'agnost', denkt Vis. ,,Veel van hen zou je best atheïst kunnen noemen, maar dat willen ze niet. Onbewust, ergens in de diepte, is er toch een soort vrees dat er misschien wel meer kan zijn. Daar heb ik heel wat bonje over gehad: 'Waarom hou je nou een slag om de arm? Je mag best geloven, maar kom daar dan eerlijk voor uit'.''
Ook de moderne christelijke theologie spelen het atheïsme parten. Nu ook theologen als Kuitert zeggen dat God een creatie van mensen is, wat moet de atheïst dan nog? Vis: ,,Ik snap niet wat er met die man aan de hand is. Hij doet pittige uitspraken, dat wel. Maar vroeger kende ik een gewezen dominee die ook dingen zei als 'God bestaat niet', maar dan zat er wel een addertje onder het gras: volgens hem bestaan alleen dingen, en God is geen ding maar púúr zijn. In Kuiterts verhaal moet ook wel een dubbele bodem zitten.''
Échte atheïsten zijn schaars in deze wereld, zegt Vis. ,,Sommigen zijn het van geboorte. Anderen hebben zoals de christelijke vrijdenker Bart de Ligt ooit zei 'een spoorwegongeluk' gehad. Het geloof heeft niet aan hun verwachtingen voldaan en daarom hebben ze zich ervan afgekeerd. Maar een klein deel is atheïst geworden als noodzakelijke conclusie van een denkproces. Dat zijn de filosofen, dat zit al als je jong bent in je te broeien.''
Filosoof Vis is al een aantal jaar geleden ontevreden uit de Vrije Gedachte gestapt, die hij jaren geleid heeft. Op tv mocht hij in de zendtijd voor levensbeschouwelijke stromingen eens per maand een kwartiertje volpraten, maar toen daarover een conflict losbarstte, bleef de bijna 150 jaar oude vereniging verweesd achter. Het tijdschrift kwam vorige jaar nog maar enkele malen uit, alle regionale afdelingen zijn inmiddels opgeheven. Wie oude contactpersonen belt krijgt steevast opmerkingen in de trant van: ,,we slapen helemaal'' en ,,het is een ontzettend kinderachtig groepje''.
Volgens Roel Bar, de tegenwoordige voorzitter van De Vrije Gedachte, gaat het 'niet heel slecht' met de vereniging. ,,We zijn vergrijsd, en het is lastig om activiteiten van de grond te krijgen.'' Maar dat probleem hebben de kerken en de politieke partijen ook. ,,Het grootste probleem zijn de agnosten, die van: 'ik weet niet of er wat is, en 'zo ja, dan merk ik het wel'. Men vindt het tegenwoordig lastig zich nog duidelijk uit te spreken op levensbeschouwelijk gebied.''
Om de meute wakker te krijgen, zaagt Vis zijn planken het liefst van het dikste hout, maar als hij tegenwoordig naar De Vrije Gedachte luistert, hoort hij nooit gezaag meer, zelfs niet dat hele zachte van een figuurzaag. ,,Waar waren ze om te protesteren tegen het gebed in de troonrede? Waar zijn ze om te wijzen op het gevaar van de islam? Bar reageert: ,,Dat hebben we allemaal wel eens geprobeerd, maar de pers is er niet meer in geïnteresseerd. Het is zinloos om persberichten te blijven sturen.''
Op internet toont Vis hoe het ook kan: lekker dikke planken met de spreekwoordelijke motorzaag. ,,De kwaliteit van het bij de islam behorende heilige boek is nog beroerder dan de christelijke Bijbel. Het is verbijsterend hoe duister, plat en kortzichtig de er in verkondigde 'wijsheden' zijn. Voeg daar nog bij de niet aflatende vervloekingen van ongelovigen en joden en men heeft ruim voldoende argumenten om de hele zaak bij het vuilnis te zetten.''
,,Het ouderwetse vijandsbeeld van het christendom was niet langer vol te houden'', constateert Vis, maar de islam biedt volgens hem weer volop mogelijkheden voor een onvervalst atheïstisch geluid. ,,Volgens de islam is een cultuur als de westerse volstrekt uit den boze en moet op grond daarvan bestreden en vernietigd worden. Inmiddels heeft men daarmee stilzwijgend een aanvang gemaakt.''
Copyright: Trouw
http://www.flwi.rug.ac.be/cie/RUG/deley19.htmHerman de Ley, hoogleraar religie, universiteit van Gent: Bij de bespreking van een religie of godsdienst - christendom, judaïsme, islam... -, in het kader van een cyclus over "mens en religie", ligt het voor de hand dat voorafgaandelijk zou aangegeven worden, wàt religie of godsdienst voor iets is. Anders gezegd: dat althans zou vertrokken worden van een definitie van wat onder "religie" dient verstaan te worden. Wanneer we daarvoor te rade gaan, nochtans, bij de "experts" op dit gebied, antropologen, sociologen, godsdienstwetenschappers, theologen en noem maar op, doen we een curieuze vaststelling:
a) enerzijds bestaat er, sedert jaar en dag, een quasi consensus dat religie een algemeen of universeel menselijk verschijnsel is: m.a.w. het religieuze, het hebben van religieuze gevoelens of aspiraties, het geloven in en het vereren van bovennatuurlijke krachten, van god(en), enz., zou kenmerkend zijn voor de menselijke natuur als zodanig - wat tot de stelling leidt dat "er nimmer een volk (is) gevonden, dat geheel gespeend was van godsdienstig besef, hoe primitief van aard dan ook"2.
Dit is de stelling van de "universaliteit van de religie".
b)anderzijds, en tegenstrijdig met die "vanzelfsprekendheid" van religie, is er in de betreffende literatuur geen definitie van "religie" te vinden, die algemene instemming heeft gevonden3.
(...)
Die mythe omtrent de "val" van de mens - a.h.w. de definitieve "scheiding" tussen mensen en god(en) - vinden we onder een of andere vorm ook in andere culturen terug11. Hij drukt a.h.w. een "antropologische waarheid" uit: nl. dat de menselijke soort (homo sapiens sapiens) haar ontstaan te danken heeft aan een (plotse) breuk met de natuur12. De mens heeft op dat ogenblik, in tegenstelling tot de andere levende wezens, de gelukkig-makende symbiose - eenheid en harmonie - met de natuurlijke omgeving definitief verloren; hij/zij is zich "bewust" geworden, zowel van zichzelf als van zijn/haar situatie. Maar dat is natuurlijk een wat misleidende formulering: pas het teloorgaan van die symbiose was het eigenlijke geboorteuur van de mens; strikt genomen, heeft de mens als zodanig niéts "verloren"13. Hoe dan ook, dit "bewust-worden" vinden we in Genesis, 3.22, uitgedrukt met de woorden:
"En Jahwe God zei: Nu de mens in de kennis van goed en kwaad als een van ons (!) is geworden...".
Bewust geworden, is de mens ook eenzaam geworden - en dat deed, dat doet nog altijd, pijn. Eenzaamheid en ongelukkig-zijn behoren a.h.w. tot de existentiële uitgangspositie van de mens, tot de "condition humaine", en vragen om geheeld te worden. Citeren we in dit verband Whitehead's omschrijving van religie, nl.:
"religie is wat de mens doet met zijn eigen alleen-zijn".
Bewust (geworden), werd/wordt de mens geconfronteerd met de "chaos" van het leven: rampen, lijden, schaarste, toeval, pijn en dood15. Dat pijnlijke "ontwaken" in een vreemde, vijandige omgeving wordt in Genesis, 3.16-19, als volgt uitgedrukt:
"En tot de vrouw heeft (Jahwe God) gezegd:
Zeer zwaar zal ik maken de lasten van uw zwangerschap: met pijn zult gij kinderen baren. Naar uw man zal uw begeerte uitgaan, hoewel hij over u heerst.
En tot de man heeft hij gezegd:
Omdat gij hebt geluisterd naar uw vrouw en hebt gegeten van de boom die ik u had verboden, zal de grond vervloekt zijn omwille van u! Zwoegend zult gij van hem eten, alle dagen van uw leven. Distels en doornen zal hij voortbrengen, met veld-gewas zult gij u voeden. In het zweet zult ge u werken voor uw brood, tot gij terugkeert naar de grond, waaruit gij zijt genomen: gij zijt stof, en tot stof keert gij terug"16.
Wou/wil de mens kunnen leven, dan moest/moet hij/zij die chaos bezweren, moest en moet hij/zij een minimale, symbolische orde kunnen brengen. Vandààr dus "religie": religie" is niet méér (maar ook niet minder) dan (een poging tot) bezwering van de chaos. Zoals de bekende Amerikaanse cultuurantropoloog Clifford Geertz schrijft in zijn bekende bundel, The Interpretation of Cultures (1973): er zijn wel degelijk grenzen aan wat de mens kàn begrijpen, aan wat hij/zij aan lijden kàn verdragen en accepteren. Religie is z.i. dan een poging om door middel van (de symbolische constructie van) een "algemene zijnsorde" de wereld of het leven begrijpelijker, draaglijker en in zekere mate ook rechtvaardiger te maken.
(...)
In het licht van het voorgaande dient alleszins een groot vraagteken te worden geplaatst bij de universaliteitsthesis. Een bespreking, nochtans, die zich beperkt tot één of meer van de grote openbaringsgodsdiensten - judaïsme, christendom en islam - kan bezwaarlijk voorbijgaan aan die thesis en het eraan gekoppeld mensbeeld. In wat volgt, daarom, wil ik het fenomeen "religie" - de oorsprong en functie ervan - beknopt maar kritisch duiden vanuit het zelfbegrip dat werkzaam is binnen deze religieuze traditie (met inbegrip, binnen de christelijke sfeer, van atheïsme en vrijzinnigheid). Weliswaar niet zonder de waarschuwing dat dergelijke "immanente" evidenties (bv. inzake de menselijke natuur) niet zonder meer overdraagbaar zijn op analoge, zeg we maar: symbolische constructies in andere culturele milieus.
(...)
De vaak extreme wisselvalligheden van het leven, m.a.w., dwongen/dwingen de mens zich fundamentele vragen te stellen over de natuur der dingen en de zin van het menselijke bestaan. Religies leveren dus antwoorden op vragen die de dagelijkse routine overstijgen, en "religie" als zodanig kan bijgevolg omschreven worden als "kennis" omtrent het waarom der dingen. Antropologen onderscheiden in dit verband twee dimensies in religie: een verklaringsdimensie en een zingevingsdimensie. In de eerste dimensie, aldus J.Tennekes, gaat het om
"het zoeken naar verklaringen die het mogelijk maken de gebeurtenissen in de feitelijke werkelijkheid te beïnvloeden... en beheersen";
in de tweede om
"het zoeken naar zingeving aan het bestaan en het streven naar gemeenschap met zoiets als een 'laatste werkelijkheid'".
Hoewel de meeste religies ongetwijfeld een combinatie bieden van beide dimensies, wordt het eigen karakter van elke concrete religie mede uitgemaakt door het domineren van één van beide.
(...)
Godsdiensten zijn bijzonder complexe fenomenen. Geschematiseerd laat die complexiteit zich analyseren in een zestal aspecten of dimensies die we bij godsdiensten in een of andere verhouding altijd kunnen terugvinden. Ik steun me hierbij op het overzichtswerk van Ninian Smart, The Religious Experience of Mankind22.
3.1. De rituele dimensie:
Elke religie pleegt zich althans ten dele uit te drukken door middel van bepaalde riten of rituelen: gebeden, aanbidding, offerandes, dansen, e.d. Voor die religieuze praxis werden/worden materiële structuren opgetrokken zoals tempels, kerken, altaren, enz. Bekende voorbeelden van ritueel zijn de misviering in de Rooms-Katholieke Kerk en de liturgie in de Orthodoxe Kerk. Beide (maar de tweede in nog veel sterkere mate dan de eerste) hebben een heel formeel en geëlaboreerd karakter en gaan gepaard met enige pracht en praal23. Maar ook de meest eenvoudige vormen van godsdienst behelzen altijd enigerlei vorm van ritueel.
"Ritueel" is dan een vorm van menselijke activiteit waarin de concrete, uitwendige gedragingen verwijzen naar een (minstens even belangrijk) innerlijk aspect; het gaat m.a.w. om een symbolische handeling die de mens moet in staat stellen, in contact te treden met een "onzichtbare" wereld of althans een algemene zijnsorde (rituelen hoeven niet per se gekoppeld te zijn aan geloof in enigerlei transcendente werkelijkheid).
3.2. De mythologische dimensie:
Die "algemene zijnsorde", of "onzichtbare wereld" vinden we, behalve in een rituele praxis, ook gesymboliseerd in verzamelingen van mythen, verhalen, beelden, enz. Die verhalen vormen oorspronkelijk a.h.w. het "script" van de rituelen (of omgekeerd: een ritueel is een dramatische actualisering van de mythische waarheid). Onderwerp ervan vormen niet enkel de daden van God of de goden (bv. het scheppingsverhaal in boek Genesis, de Babylonische scheppingsmythe Enuma Elish). Ook "historische" gebeurtenissen die in het kader van de traditie een religieuze betekenis hebben gekregen, kunnen "gemythologiseerd" worden:
3.3. De doctrinale dimensie:
De "doctrine" of "leer" van een godsdienst poogt wat geopenbaard is en/of uitgedrukt in de mythologische en symbolische taal van het geloof en het ritueel, te systematiseren en organiseren; d.w.z. er een intellectuele kracht aan te geven. Dat leidde (althans in het christendom en de islam) in een eerste faze tot de formulering van (beknopte) credo's of belijdenissen, en vervolgens tot de "rationalisering" van het geloof in de theologie. Toch moet alle doctrinale elaboratie in eerste instantie gebeuren m.b.v. de symbolen en mythen die werkzaam zijn in die bepaalde religie24. De grens tussen mythologie en doctrinale dimensie is daarom niet altijd gemakkelijk te trekken. De doctrinale arbeid is hoedanook heel belangrijk: de uitbouw van een coherent systeem van doctrines resulteert in de constructie van een omvattend wereldbeeld. De klassieke belichaming ervan binnen het christendom was het oeuvre van Thomas van Aquino (13de eeuw: zijn Summa Theologiae); maar ook in de islamitische kalâm werd door theologen (met name de zogenaamde Muctazila) uit de Koran een uitgewerkt, "atomistisch" wereldbeeld afgeleid25.
3.4. De ethische dimensie:
Godsdiensten bevatten meestal morele gedragsregels: "geboden" en verboden, die dan samen de goddelijke "Wet" uitmaken (vgl. de "Tien Geboden" van Mozes). Die geboden schrijven voor hoe de individuen zich te gedragen hebben. Op die manier wordt een samenleving a.h.w. gecontrolleerd en gemodelleerd door de morele regels van de dominante godsdienst en worden de ethische opvattingen in een samenleving in belangrijke mate bepaald door de betreffende godsdienst.
Er moet echter een onderscheid worden gemaakt tussen de morele leer, vervat in de mythologie en/of doctrine van een religie, en de sociologische feiten: vgl. het christelijke adagium "bemin je naaste zoals jezelf". Tussen beide bestaat er altijd een zekere spanning; zodra die evenwel te groot wordt, komt het voortbestaan van de betreffende godsdienst in het gedrang26.
Niet onbelangrijk in dit verband is dat de meeste godsdiensten na verloop van tijd geïnstitutionaliseerd worden: d.w.z. ze gaan deel uitmaken van het "establishment" - wat hen de mogelijkheid geeft om, wanneer nodig, hun religieuze richtlijnen middels politieke repressie afdwingbaar te maken, maar wat tegelijkertijd onvermijdelijk de kloof tussen de leer en de praktijk nog groter maakt.
3.5. De sociale dimensie:
Hoewel elke menselijke zingeving in laatste instantie een louter subjectieve aangelegenheid is, is religie nooit een zaak van een individu alléén. Zoals dat geformuleerd wordt in Mediawijzer Geestelijke Stromingen27:
"Godsdienst ontstaat en functioneert per definitie in een groep, een gemeenschap, een gemeente. Dit sluit dan natuurlijk niet uit dat een godsdienst of godsdienstige groepering de hoogste (religieuze) waarde kan toekennen aan het individu... Maar in je eentje kun je geen godsdienst beheren en continueren".
Een godsdienst is derhalve niet louter een geloofssysteem: zij vereist ook in mindere of meerdere mate een organisatie, en heeft bijgevolg een maatschappelijke betekenis. De religieuze en ethische idealen worden trouwens vaak aangepast aan de sociale omstandigheden, en/of gebruikt om de bestaande maatschappelijke verhoudingen te legitimeren28.
De wijze waarop een godsdienst geïnstitutionaliseerd wordt, hangt in belangrijke mate af van de aard van de rituelen.
Wanneer bv. de doctrine vereist dat bepaalde ceremoniën of sacramenten worden uitgevoerd door een speciale, religieus geordineerde categorie van personen ( "priesters", m.a.w.)-, wordt het karakter van het religieus instituut mede bepaald door de tegenstelling tussen "clerus" en "leken" en door de noodwendigheid om een professionele priesterkaste in stand te houden en te beschermen.
Van groot belang is ook de institutionele omgeving binnen dewelke de religie ontstaat of een religieuze gemeenschap zich vestigt.
Het christendom bv. ontstond binnen een gevestigde, "heidense" politieke orde: het Romeinse imperium; de islam in een tribale samenleving; vandaag moeten moslimgemeenschappen in Europa zich institutionaliseren binnen de context van een seculiere rechtsstaat, enz.
3.6. De ervaringsdimensie:
Op het persoonlijke vlak is de (hoop op) religieuze ervaring - als een ontmoeting met het "heilige" -, naast eventuele externe effecten (bv. de genezing van ziektes, financieel of militair succes, enz.), een zeer belangrijke motivatie voor de gelovige29. Maar dergelijke religieuze ervaringen - aan de authenticiteit waarvan niet moet getwijfeld worden - zijn natuurlijk van nog veel groter belang bij de zogenaamde "Stichters" van de godsdiensten: bv. Paulus, op zijn tocht naar Damascus (Handelingen, ix.1-9); of Mohammed, die rond zijn 40ste levensjaar, tijdens zijn meditaties in een grot, de engel Gabriël ziet verschijnen30.
Vanzelfsprekend mag de authenticiteit van de religieuze ervaringen niet verward worden met de waarheid van het "object" ervan (in de zin dat ze het objectief bestaan van het "heilige" a.h.w. zouden bewijzen).
Ok, religie is dus universeel wat betekent dat ook de atheist behoefte heeft aan een vorm van religie wat het atheisme wellicht is, zoals ook deze Herman van der Ley atheisme als een religie beschouwt. Is dat zo?
Religie kent twee (hoofd)dimensies: zingeving en verklaring. (hoe) Komen deze twee dimensie tot uiting in atheisme?
Daarnaast (of daarbinnen) zijn er blijkbaar nog 6 dimensies. (Hoe) komen deze tot uiting in het atheisme?
Wellicht zien anderen hele andere definities van religie waar atheisme weer wel of niet aan voldoet.
ik hoor het graag....