Verwijderd

weet iemand misschien de wiskundige omschrijvingen van de periodieke functies, sin(X)=...... en dan bedoel ik dus niet een flinke taylorreeks maar de exacte formule.
Die Taylorreeks is de exacte definitie van sin en cos. Wel als oneindige som dan.

Dus: sin(x) is per definitie Ek=0..oo -1k * x2k+1/(2k+1)!

(edit: dat somteken doet het niet ofzo? Naja, die E moet dus een grote sigma voorstellen)

  • Essence
  • Registratie: Januari 2002
  • Laatst online: 13-09-2011
Leuk dat dit topic weer boven komt borrelen. Ik heb toen ik mijn promotieonderzoek ff niet meer zag zitten, me een tijdje verdiept in hoe/wat van de praktische berekening van PI. Alles wat ik toen heb uitgezocht, heb ik in LaTeX vorm gegoten bij wijze van "oefen" publicatie.

Ik geef het hierbij aan GoT met de hoop dat iemand dit nog even door LaTeX kan halen en in een wat gemakkelijker formaat ergens beschikbaar kan stellen voor alle pi-tweakers (in Word, HTML?).

Thanx,

Martin

\documentstyle[11pt]{article}
\title{ {\huge De Berekening van $\pi$ in de Praktijk} }
\author{ \\ \\
{Dr. Martin E. Los} \\ \\ \\ \\
}
%\begin{document}
\maketitle
\begin{abstract}
{\noindent
In dit artikel laat ik zien, hoe je in de praktijk een
groot aantal decimalen van $\pi$ kan berekenen.


Allereerst geef ik een uitgebreid historisch overzicht
van de jacht op decimalen van $\pi$ door de eeuwen heen.
Vervolgens worden de snelle Borwein algorithmes
besproken, die gebruikt worden in alle moderne berekeningen.
Tenslotte geef ik praktische aanwijzingen voor het oplossen
van de problemen die je tegen komt wanneer je deze Borwein
algorithmes wilt implementeren.


Hopelijk is dit artikel een compact naslagwerk over $\pi$.
Wie nog meer details wil weten, verwijs ik naar de omvangrijke
literatuurlijst aan het eind van dit artikel.
}
\end{abstract}
\begin{document}

\newpage
\section{Een Historisch Overzicht}


De eerste~\cite{BECKMANN} die $\pi$ interessant~\cite{SAGAN}
genoeg vond was Archimedes. Hij probeerde $\pi$ te benaderen door
de oppervlaktes te berekenen van gelijkzijdige polygons met een
groeiend aantal zijden. Triest genoeg kwam hij niet verder dan
$\frac{6336}{2017.25} < \pi < \frac{14688}{4673.5}$
( $3.1405 < \pi < 3.1428$ ).
Dit krijg je met 96 gelijkzijdige polygons (probeer dit niet thuis!).
Archimedes gooide er het bijltje bij neer en vond dat $\frac{22}{7}$
in de praktijk voldeed.


In begin 1600 berekende een 'idiot savant' genaamd Ludolph von Ceulen
35 decimalen van $\pi$ met behulp van Archimedes' methode.
Gelukkig vond Gregory in 1671 de arctangens serie (of Taylor expansie): \\

$\arctan x = x - \frac{x^{3}}{3} + \frac{x^{5}}{5} - \frac{x^{7}}{7} + \cdots $ ,
zodat $\frac{\pi}{4} = 1 - \frac{1}{3} + \frac{1}{5} - \frac{1}{7}
+ \cdots $ \\


\noindent
Deze reeks en variaties die ietwat sneller convergeren, leidden in de
komende 300 jaar tot een paar vermeldenswaardige berekeningen.


In 1706 deed John Machin met $\pi = 16 \arctan (\frac{1}{5}) - 4 \arctan (
\frac{1}{239})$ een succesvolle gooi naar de honderd decimalen. Johann Dase
berekende in 1844 met
$\pi = 4 \arctan (\frac{1}{2}) + 4 \arctan (\frac{1}{5}) +
4 \arctan (\frac{1}{8})$ tweehonderd decimalen en tenslotte produceerde
William Shanks met dezelfde reeks in 1873 zelfs 707 goede decimalen.


Metius, een Nederlands wiskundige rond 1700, kwam met de eerste
praktische bijdrage. Hij vond de (4-de orde kettingbreuk~\cite{CIJSOUW})
benadering voor $\pi$ die ook nog gemakkelijk te onthouden is.
Schrijf de oneven numbers 1, 3 en 5 elk tweemaal achter elkaar : 113355.
Snijd vervolgens dit getal in de twee delen 113 en 355, deel 355 door 113
en voil\`{a} het antwoord $3.14159292$ is bijna $3,141592654 \dots$


In 1949 werd de eerste computerpoging gewaagd door
Rietweisner~\cite{RIETWEISNER} op de beroemde kamervullende ENIAC en hij
vond 2037 decimalen gebruik makend van Machin's reeks.
Daniel Shanks (misschien wel familie van William, geen idee ...)
berekende in 1962~\cite{SHANKS} samen met John Wrench en hun beider vriend
de IBM 7090 (die het meeste werk deed), ruim $100.000$ decimalen gebruik
makend van
$\pi = 24 \arctan (\frac{1}{8}) + 8 \arctan (\frac{1}{57}) +
4 \arctan (\frac{1}{239})$.


De echte doorbraak kwam in 1976 toen Brent~\cite{BRENT} en
Salamin~\cite{SALAMIN} onafhankelijk van elkaar een algorithme vonden
om $\pi$ te berekenen dat een kwadratische convergentie heeft.
Het is vreemd dat het zolang duurde voordat dit algorithme gevonden werd,
want de noodzakelijke relaties waren allang bekend bij Gauss~\cite{GAUSS}
en Legendre. Tevens had in het begin van deze eeuw de Indiase wiskundige
Ramanujan~\cite{RAMANUJAN} in zijn beroemde maar onleesbare 'notebooks'
ook al een kwadratisch convergerende formule neergekalkt, te weten :
\\[
\frac{1}{\pi} = \frac{1}{4} \left( \frac{1123}{882} -
\frac{22583}{882^{3}} \frac{1}{2} \frac{1 \cdot 3}{4^{2}} +
\frac{44043}{882^{5}}
\frac{1 \cdot 3}{2 \cdot 4} \frac{1 \cdot 3 \cdot 5 \cdot 7}{4^{2} \cdot 8^{2}} - \cdots
\right)
\]
De eerste factor in de teller gaat als $1123+21460 k$, met
$k=0,1,2,3,\ldots$


In de begin jaren tachtig hebben de Borwein's~\cite{BORAGM,BORPI,NEWMAN}
(2 broertjes neem ik aan)
de methode van Brent en Salamin gegeneraliseerd, hetgeen leidde tot een
een klasse van algorithmes voor het berekenen van $\pi$. Deze algorithmes
hebben de eigenschap dat ze bij elke iteratie $n$ keer meer decimalen
van $\pi$ op te leveren. Hoewel $n$ heel groot kan zijn, worden in de
praktijk alleen de algorithmes met lage $n$'s gebruikt omdat de hogere
niet effectiever zijn in een computer implementatie wegens hun hogere
complexiteit.


Gebruik makend van deze algorithmes berekenden Kanada en Tamura in
1983~\cite{KANADA} al 16 miljoen decimalen en David Bailey~\cite{BAILEYPI}
in 1986 $29.360.000$ decimalen.
In 1987 rapporteerde Kanada dat hij meer dan 134 miljoen decimalen
had berekend en zover ik weet gaat men nog altijd door ... \\


\noindent
Nu vraag je je misschien af waarom 'serieuse' mensen dit enorme aantal
decimalen van $\pi$ nodig hebben?


Allereerst is het nog niet bewezen dat de decimalen van $\pi$ willekeurig
zijn, hoewel wel bewezen is dat $\pi$ irrationeel is (Lambert, 1766).
Gegenereerde decimalen kunnen dus, omdat ze tot nu toe alle willekeurigheids testen doorstaan hebben, gebruikt worden om grote en niet repeterende
willekeurige getallenrijen te genereren.


Verder vormt dit soort berekeningen een prima test voor de
betrouwbaarheid van een computer. Het gaat immers om triljoenen
arithmetische operaties die tot een specifieke rij getallen moet leiden.
In alle latere computerpogingen is $\pi$ ter controle dan ook twee
keer berekenend met verschillende algorithmes, omdat de kans op fouten niet
meer verwaarloosbaar meer is bij berekeningen van deze omvang.


\section{De Borwein Algorithmes}


Ik zal hieronder de Borwein algorithmes met $n=2$ en $n=4$ introduceren.
Merk op dat je multi-precisie tools nodig hebt om ze te kunnen gebruiken,
vanaf het begin moet namelijk gerekend worden met het gewenste aantal
eind decimalen.\\


\noindent
Voor het kwadratisch ($n=2$) convergerende algorithme voor $\pi$, zet
$a_{0} = \sqrt{2}$, $b_{0} = 0$, $p_{0} = 2 + \sqrt{2}$ en itereer :
\\[ a_{k+1} = \frac{ \sqrt{a_{k}} + 1/ \sqrt{a_{k}} }{2} \]
\\[ b_{k+1} = \frac{ \sqrt{a_{k}} (1 + b_{k}) }{ a_{k} + b_{k} } \]
\\[ p_{k+1} = \frac{ p_{k} b_{k+1} (1 + a_{k+1}) }{ 1 + b_{k+1} } \]
\noindent
Dan convergeert $p_{k}$ kwadratisch naar $\pi$. De iteraties geven
vervolgens respectivelijk $3, 8, 19, 40, 83, 170, 345, 694, 1392,
2788 \ldots$ correcte decimalen.\\


\noindent
Voor het Borwein algorithme dat viermaal het aantal decimalen oplevert
per iteratie, start met $a_{0} = 6 - 4 \sqrt{2}$, $y_{0} = \sqrt{2} - 1$
en itereer dan :
\\[ y_{k+1} = \frac{ 1 - (1 - y_{k}^{4})^{1/4} } { 1 + (1 - y_{k}^{4})^{1/4} } \]
\\[ a_{k+1} = a_{k} (1 + y_{k+1})^{4} - 2^{2k+3} y_{k+1} (1 + y_{k+1} + y_{k+1}^{2}) \]
\noindent
Hiermee convergeert $a_{k}$ naar $\frac{1}{\pi}$.

\section{Andere Formules met $\pi$}


De twee natuurconstanten $e$ en $\pi$ zijn trouwens direct aan elkaar
gerelateerd. Een interessante relatie is :
\\[ e^{i \pi} + 1 = 0 \]
\noindent
Deze elegante formule met $0, 1, i$ en $\pi$ hebben we aan Euler te danken.


\noindent
Er zijn nog twee andere verassende formules die $e$ en $\pi$ met elkaar verbinden. Allereerst
\\[ e^{\pi} = 32 \prod_{j=0}^{\infty} \frac{a_{j+1}}{a_{j}} \]
\noindent
waarbij $a_{0}=\sqrt{2}$, $b_{0}=1$ en
\\[ a_{j}=\frac{a_{j-1} + b_{j-1}}{2} \]
\\[ b_{j}=\sqrt{a_{j-1} b_{j-1}} \]
\noindent
$a_{j}$ en $b_{j}$ worden respectievelijk arithmetisch en geometrisch
gemiddelde (AGM, Arithmatic Geometric Mean) genoemd. \\


\noindent
De volgende relatie is ook heel fraai :
\\[
\frac{e}{\pi} = \frac{ \sum_{j=0}^{\infty} \frac{1}{j!} }{ \sqrt{6\sum_{j=1}^{\infty}\frac{1}{j^{2}}} }
\]
\noindent
en volgt direct uit de Taylor expansie van $e$ in combinatie met
$\sum_{j=1}^{\infty} \frac{1}{j^{2}} = \frac{\pi^{2}}{6}$.
\section{Elementaire Arithmetische Operaties}


Zoals gezegd volgt uit de bovenstaande algorithmes dat je een aantal
elementaire arithmetische operaties zelf moet implementeren voor
{\bf arbitraire} precisie. De implementatie voor optellen en aftrekken
is slechts het zelf bij houden van een carry. Ik zal hier efficiente
algorithmes geven voor vermenigvuldigen, delen en tenslotte worteltrekken.


Een schat aan informatie over elementaire operaties is te vinden
in de eenmans encyclopedie 'The Art of Computer Programming' van
Donald Knuth~\cite{KNUTH} : een meesterwerk dat eigenlijk in geen
enkele boekenkast meer mag ontbreken.

\subsection{Vermenigvuldiging}


Jammer genoeg is de gewone 'lagere school methode' erg inefficient bij
een groot aantal decimalen, nl. orde $n^2$ voor het vermenigvuldigen van
twee getallen van $n$ decimalen.


De snelste~\cite{SCHOENHAGE,BAILEYFFT} vermenigvuldigingsmethoden maken
gebruik van F(ast) F(ourier) T(ransforms)~\cite{SWARZTRAUBER,SEDGEWICK}
maar ik zal simpelere alternatieven noemen. Ze zijn niet zo snel als FFTs,
maar wel redelijk eenvoudig te implementeren.


Als je maar een $n$-decimale nauwkeurigheid hebt en je moet de getallen
$A$ en $B$ vermenigvuldigen die beide $n$ decimalen groot kunnen zijn,
past het resultaat $C = A B$ niet altijd in $n$ decimalen, want dat kan
$2n$ decimalen groot zijn. In plaats van vermenigvuldigen van
afzonderlijke decimalen, kun je $A$ en $B$ opsplitsen in een $h$oog en
een $l$aag deel, zodat :
\begin{eqnarray}
C = & A B \nonumber \\
= & (10^{n/2} A_{h} + A_{l}) (10^{n/2} B_{h} + B_{l}) \nonumber \\
= & A_{h} B_{h} 10^{n} + ( A_{h} B_{h} + A_{l} B_{l} - (A_{h}-A{l})(B_{h}-B_{l}) ) 10^{n/2} + A_{l} B_{l} \nonumber
\end{eqnarray}
\noindent
Nu hoef je slechts de vermenigvuldigingen $A_{h} B_{h}$, $A_{l} B_{l}$ en
$(A_{h}-A{l})(B_{h}-B_{l})$ uit te voeren waarvan de uitkomsten allen
in $n$ decimalen passen. Vervolgens moet je schuiven en optellen.


Het bovenstaande algorithme kan recursief uitgevoerd worden door $A$
en $B$ herhaald in tweekn te splitsen totdat de stukken klein genoeg
zijn om met normale precisie de 3 vermenigvuldigingen uit te voeren.
Dit leidt tot een algorithme dat van de orde $n^{1.52}$ is.


Een andere mogelijkheid tot vermenigvuldigen wordt duidelijk wanneer
je beseft dat $A B = \frac{1}{2}(A+B)^{2} - A^{2} - B^{2})$.
Hiermee is ook een redelijke multi-precisie vermenigvuldiging te
implementeren omdat kwadrateren met reciproke operaties gedaan kan
worden wegens : $x^{2} = 1/(\frac{1}{x} - \frac{1}{x+1}) - x$

\subsection{Delen : de Reciproke}


Delen is een combinatie van een vermenigvuldiging met een reciproke
operatie. In plaats van $C = \frac{A}{B}$ bereken je dus eerst
$\frac{1}{B}$ en vermenigvuldigt vervolgens met $A$.
Vermenigvuldigen is hierboven al behandeld, dus hoe berekent men
$\frac{1}{B}$ ?


Aangezien $\frac{1}{B}$ het nulpunt is van de functie $f(x) = B -
\frac{1}{x}$, kun je het effectief met Newton iteratie berekenen :
het nulpunt van een functie $f(x)$ is de limiet $k \rightarrow \infty$
van $x_{k+1} = x_{k} - f(x_{k})/f'(x_{k})$.


Voor onze $f(x)$ moet je dus $x_{k+1} = x_{k} (2 - B x_{k})$ itereren.
Newton iteratie heeft het voordeel dat het aantal goede decimalen
verdubbelt bij iedere iteratie. Je hoeft dus niet gelijk vanaf het
begin van de berekening van $\frac{1}{B}$ met de volle nauwkeurigheid
te werken, maar verdubbelt deze bij iedere opvolgende iteratie.

\subsection{Worteltrekken}

Ook worteltrekken~\cite{ALT} laat zich het best door Newton iteratie temmen.
Het handigste is om niet $\sqrt{A}$ rechtstreeks met iteratie te berekenen,
maar $\frac{1}{\sqrt{A}}$ en vervolgens het geheel te completeren met
een laatste volle precisie vermenigvuldiging met $A$.
De Newton iteratie $x_{k+1} = \frac{x_{k} (3 - A x_{k}^{2})}{2}$ voor
$\frac{1}{\sqrt{A}}$ heeft namelijk het voordeel dat die geen deling meer
bevat (behalve delen door 2, maar dat is triviaal) en dat scheelt een stuk.


Natuurlijk laat dit alles zich generaliseren voor een $n$-de machts wortel
van $A$, zoek dan met Newton iteratie naar het nulpunt van
$f(x) = A - x^{n}$.

\section{Slot Opmerkingen}


In de praktijk kan er veel gewonnen worden door vanaf het begin decimaal
te rekenen met een eigen BCD-implementie omdat je uiteindelijk toch de
decimale representatie van $\pi$ wilt zien. Conversie van binair of
hexadecimaal naar decimaal is een zeer tijdrovende laatste operatie!


Wie niet zo geinteresseerd is in een zeer groot aantal decimalen of wie
gewoon een bloedsnelle computer heeft kan het onderstaande
C-programmaatje (voor 200 decimalen, maakt gebruik van de arctangens
reeks en getallenbases transformaties) gebruiken en/of aanpassen.

\begin{verbatim}
#include<stdio.h>
int b,c=2800,d,e=0,f[2801],g;
main()
{
while (b!=c) f[b++]=2000;
while (c!=0)
{
d=0 ; g=c*2-1; b=c;
while (b!=0)
{
d*=b; d+=f[b]*10000; f[b]=d%g; d/=g; g-=2; b--;
}
c-=14; printf("%.4d",e+d/10000); e=d%10000;
}
}
\end{verbatim}
\noindent
Voor de Borwein algorithmes is het natuurlijk handig als je van
tevoren beslag kunt leggen op de expansie van $\sqrt{2}$ met hetzelfde
aantal decimalen waarin je $\pi$ wilt berekenen, omdat $\sqrt{2}$ expliciet
verschijnt in de startwaardes van de iteraties~\cite{DUTKA}.\\


\noindent
Ter controle tenslotte, de eerste 100 decimalen van $\pi$ zijn :
\begin{verbatim}
3.14159 26535 89793 23846 26433 83279 50288 41971 69399 37510
58209 74944 59230 78164 06286 20899 86280 34825 34211 70679
\end{verbatim}

\noindent
De decimalen 990 t/m 1000 zijn {\tt 92164201989}
en de decimalen 4999990 t/m 5000000 zijn {\tt 20764619715}.


\begin{thebibliography}{99}
\bibitem{ALT}
H. Alt, ``Square Rooting Is as Difficult as Multiplication'', \\
Computing 21, pp. 221-232 (1979). \\
\bibitem{BAILEYFFT}
D.H. Bailey, ``A high performance fast Fourier transform algorithm for \\
the CRAY-2'', Journal of Supercomputing, v. 1, pp. 43-60 (1987). \\
\bibitem{BAILEYPI}
D.H. Bailey, ``The Computation of pi to 29,360,000 Decimal \\
Digits Using Borweins' Quartically Convergent Algorithm'', \\
Math. of Comp., v. 50, pp. 283-296 (1988). \\
\bibitem{BECKMANN}
P. Beckmann, ``A History of Pi'', Golem Press, Boulder, CO, 1971. \\
\bibitem{BORAGM}
J. M. Borwein, P.B. Borwein, ``The arithmatic-geometric mean and fast \\
computation of elementary functions'', SIAM Rev., v. 26, pp. 351-366 (1984). \\
\bibitem{BORPI}
J.M. Borwein, J.P. Borwein, ``More quadratically converging \\
algorithms for pi'',Math. Comp., v. 46, pp. 247-253 (1986). \\
\bibitem{BRENT}
R.P. Brent, ``Fast multiple-precision evaluation of elementary \\
functions'', J. Assoc. Comput. Mach., v. 23, pp. 242-251 (1976). \\
\bibitem{CIJSOUW}
P.L. Cijsouw, ``Commensurabiliteit en kettingbreuken'', Zenit, \\
Juni 1986, in Sterrenkunde op de huiscomputer, p. 213. \\
\bibitem{DUTKA}
J. Dutka, ``The Square Root of 2 to 1,000,000 Decimals'', \\
Math. of Comp., v. 25, pp. 927-930 (1971). \\
\bibitem{GAUSS}
C.F. Gauss, ``Werke'', Goettingen, 1863; 2nd ed., 1876, v. 2, p. 499-502. \\
\bibitem{KANADA}
Y. Kanada, Y. Tamura, ``Calculation of pi to 10,013,395 \\
Decimal Places Based on the Gauss-Legendre Algorithm and Gauss \\
Arctangent Relation'', Computer Centre, University of Tokyo, 1983. \\
\bibitem{KNUTH}
D. Knuth, ``The Art of Computer Programming'', Vol. 2: Semi- \\
numerical Algorithms, Addison-Wesley, Reading, Mass., 1981. \\
\bibitem{NEWMAN}
D. J. Newman, ``A Simplified Version of the Fast Algorithms of \\
Brent and Salamin'', Math. of Comp., v. 44, pp. 207-210 (1985). \\
\bibitem{RAMANUJAN}
S. Ramanujan, ``Modular equations and approximations to pi'', \\
Quart. J. Pure Appl. Math., v. 45, 1914, p.350-372; Collected papers \\
of Srinivasa Ramanujan, Cambridge 1927, p. 29-39. \\
\bibitem{RIETWEISNER}
G. Rietweisner, ``An ENIAC determination of pi and e to more \\
than 2000 decimal places", MTAC, v. 4, 1950, p. 11-15. \\
\bibitem{SAGAN}
Carl Sagan, ``Contact'', Arrow Books, 1986, ISBN 0-09-046950-2. \\
\bibitem{SALAMIN}
E. Salamin, ``Computation of pi using arithmetic-geometric mean'', \\
Math. of Comp., v. 30, pp. 565-570 (1976). \\
\bibitem{SCHOENHAGE}
A. Schoenhage, V. Strassen, ``Schnelle Multiplikation grosser \\
Zahlen'', Computing 7, pp. 281-292 (1971). \\
\bibitem{SEDGEWICK}
R. Sedgewick, ``Algorithms'', ISBN 0-201-06673-4, Chapter 41 : \\
The Fast Fourier Transform, pp. 583-593. \\
\bibitem{SHANKS}
D. Shanks, J.W. Wrench, Jr., ``Calculation of pi to 100,000 \\
decimals'', Math. of Comp., v. 16, pp. 76-99 (1962). \\
\bibitem{SWARZTRAUBER}
P. Swarztrauber, ``FFT algorithms for vector computers'', Parallel \\
Comput., v. 1, pp. 45-64 (1984).
\end{thebibliography}
\end{document}

  • Essence
  • Registratie: Januari 2002
  • Laatst online: 13-09-2011
Op zondag 20 januari 2002 20:08 schreef FutureCow het volgende:
nope nix gekopieert.. heb hier nog wel aantekeningen liggen kom maar langs :)
Geloof ik. Je hebt hetzelfde uitgevonden als Archimedes (zie mijn eerder post in dit forum)

  • Essence
  • Registratie: Januari 2002
  • Laatst online: 13-09-2011
Op zondag 02 juni 2002 15:22 schreef Essence het volgende:
Ik geef het hierbij aan GoT met de hoop dat iemand dit nog even door LaTeX kan halen en in een wat gemakkelijker formaat ergens beschikbaar kan stellen voor alle pi-tweakers (in Word, HTML?).
Aanvulling: ik heb zelf voorlopig even geen toegang tot een linux bak met latex, vandaar .... en kon alleen nog maar mijn originele .tex file vinden. HELP.

  • Essence
  • Registratie: Januari 2002
  • Laatst online: 13-09-2011
Op maandag 21 januari 2002 11:47 schreef AxzZzel het volgende:
Pi van Windows
code:
1
pi =(ongeveer tekentje)  3,1415926535897932364626433832795
Mmmm da's "al" fout op 18-de decimaal want:
pi ~ 3.14159 26535 89793 23846 26433 83279 50288 41971 69399 37510 58209 74944 59230 78164 06286 20899 86280 34825 34211 70679 ....

Ik houd het gewoon op 355/113 :z

  • Zip McOccup
  • Registratie: Februari 2001
  • Laatst online: 21-01 10:50
Op vrijdag 29 maart 2002 15:29 schreef Diadem het volgende:

[..]

Maar niet bij sinus. Tenminste ik heb er nog nooit van gehoord. Het zou nogal verwarrend zijn aangezien afgesproken is dat sinn(x) = [sin(x)]n.

Overigens hebben we het over f-1(x) en niet f(x)-1

<small>Dit is trouwens echt ultieme insectenliefde</small>
sinn(x) = [sin(x)]n <-- Dit geldt dus wel!!!

  • pirke
  • Registratie: Augustus 2001
  • Laatst online: 14:26
Op zondag 02 juni 2002 15:22 schreef Essence het volgende:
Ik geef het hierbij aan GoT met de hoop dat iemand dit nog even door LaTeX kan halen en in een wat gemakkelijker formaat ergens beschikbaar kan stellen voor alle pi-tweakers (in Word, HTML?).
LaTeX roelt btw :)

en ik denk dat pdf een betere oplossing is ipv word bestandje, anders is het hele idee van LaTeX weer weg he?

  • Boudi
  • Registratie: Oktober 2000
  • Laatst online: 10-01 00:41

Boudi

Always Coca Cola

Op zondag 02 juni 2002 15:22 schreef Essence het volgende:

Ik geef het hierbij aan GoT met de hoop dat iemand dit nog even door LaTeX kan halen en in een wat gemakkelijker formaat ergens beschikbaar kan stellen voor alle pi-tweakers (in Word, HTML?).
Bij deze, de PS versie en een PDF versie... PDF ziet er niet echt super uit, kon zo snel geen goede converter vinden, maar t is iig leesbaar :)

PostScript
PDF

Met of zonder mayonaise?


Verwijderd

Op zondag 20 januari 2002 23:20 schreef blobber het volgende:

This technique is based on the work of the eccentric Indian
mathematician Srinivasa Ramanujan.
Even het trieste verhaal van Ramanujan vertellen.

Ramanujan wordt door sommigen (zoals mijn docent getaltheorie) gezien als de meest geniale wiskunde ooit. Hij heeft jaren lang in één of ander bos gewoond in India, waar hij alleen maar wiskunde deed (in z'n eentje). Toen hij wat van zijn resultaten naar een Engelse wiskundige stuurde, heeft die ze meteen doorgestuurd naar de authoriteit op dat gebied omdat hij er zelf vrij weinig van begreep, maar wel genoeg om in te zien dat die Ramanujan ofwel gek, ofwel geniaal moest zijn.

Ze hebben toen besloten om hem naar Engeland te halen, waar hij een paar jaar gewerkt heeft, maar al op veel te jonge leeftijd is overleden. Gezegd werd dat dat kwam doordat hij zich nooit echt thuis gevoeld heeft in Engeland...

Een waargebeurd verhaal van een legende binnen de wiskundige.

  • Essence
  • Registratie: Januari 2002
  • Laatst online: 13-09-2011
Op woensdag 05 juni 2002 14:47 schreef Boudi het volgende:

[..]

Bij deze, de PS versie en een PDF versie... PDF ziet er niet echt super uit, kon zo snel geen goede converter vinden, maar t is iig leesbaar :)

PostScript
PDF
Boudi, bedankt!

  • Larry4
  • Registratie: Augustus 2000
  • Niet online
Op woensdag 05 juni 2002 14:47 schreef Boudi het volgende:

[..]

Bij deze, de PS versie en een PDF versie... PDF ziet er niet echt super uit, kon zo snel geen goede converter vinden, maar t is iig leesbaar :)

PostScript
PDF
Heyyy Boudi ;)

ff betere pdf gemaakt ;) voor de mense die geen ghostview hebbe.
betere PDF

Verwijderd

als je het 1000e decimaal van PI wilt berekenen moet je eerst het 999e weten, tenminste op je rekent steeds verder.
Nu hoorde ik ooit dat er een alghoritme is waar je als input de zoveelste decimaal geeft en alghoritme geeft dan de waarde terug, zoiets:

0 >> alghoritme >> 3
1 >> alghoritme >> 1
2 >> alghoritme >> 4

Op die manier, zonder alle tussenliggende decimalen te berekenen, heel vaag. Maar het leuke is dat het enkel en alleen werkte in hexadecimaal.

  • BitByter
  • Registratie: Juli 1999
  • Laatst online: 09-01 08:55

BitByter

Prutst dit forum

Op maandag 21 januari 2002 23:10 schreef RickN het volgende:

[..]

Idd, alleen het feit dat Pi een oneindige nonrepeterende reeks cijfers is zegt nog niet dat dan ook elke eindige reeks cijfers ook in Pi voor moet komen. Intuïtief zou je misschien zeggen van wel, en misschien is het ook wel zo, maar je kunt het niet bewijzen (Iig niet met de argumenten die ik hierboven gaf).
o nee?

stel nou dat pi oneindig is
dat zou betekenen dat elke reeks oneindig vaak voorkomt in pi, waarom zou het [b]niet[b] in pi voorkomen, pi is oneindig dus alles komt er oneindig veel in voor. probeer je 's in te denken hoe lang oneindig duurt

pi is naar mijn mening allesomvattend, oneidnig, het stopt niet, nooit niet,

alleen 1 ding begrijp ik niet, de definitie van oneindig was dacht ik, (net zoals tijd) het is nooit begonnen, en het eindigt nooit, maar pi begint wel ergens...

Verwijderd

o nee?
stel nou dat pi oneindig is
dat zou betekenen dat elke reeks oneindig vaak voorkomt in pi, waarom zou het niet in pi voorkomen, pi is oneindig dus alles komt er oneindig veel in voor.
Nee hoor. Kijk maar naar dit getal bijvoorbeeld:

0,101001000100001.. enz (dus steeds een nul meer tussen de enen). Dat getal gaat ook oneindig door en is niet repeterend. Maar de zeer simpele reeks "2" komt er niet in voor.
alleen 1 ding begrijp ik niet, de definitie van oneindig was dacht ik
De definitie van pi is uiteraard niet "dat het oneindig" is. De officiele definitie van pi staat hier bovenaan deze pagina. Dit legt eenduidig het getal vast wat we pi noemen, en van dit getal is bewezen dat het transcedent is. Dat willen zeggen: het is geen rationaal getal (dus is niet te schrijven als breuk, ofwel is niet reperterend), en het is zelfs niet algebraïsch (= geen nulpunt van een veelterm, zoals de wortel van 2 bijvoorbeeld wel is).

Maar dit zegt niets over het wel of niet voorkomen van bepaalde cijferreeksen.

  • FCA
  • Registratie: April 2000
  • Laatst online: 10:25

FCA

Op donderdag 06 juni 2002 21:39 schreef unteraarsch het volgende:
als je het 1000e decimaal van PI wilt berekenen moet je eerst het 999e weten, tenminste op je rekent steeds verder.
Nu hoorde ik ooit dat er een alghoritme is waar je als input de zoveelste decimaal geeft en alghoritme geeft dan de waarde terug, zoiets:

0 >> alghoritme >> 3
1 >> alghoritme >> 1
2 >> alghoritme >> 4

Op die manier, zonder alle tussenliggende decimalen te berekenen, heel vaag. Maar het leuke is dat het enkel en alleen werkte in hexadecimaal.
Dat is de volgende fomule (van MathWorld
Afbeeldingslocatie: http://mathworld.wolfram.com/p2img243.gif

Verder is Pi niet oneindig, oneindig betekent namelijk groter als elk getal. Het aantal niet repeterende decimalen van Pi is oneindig, aangezien Pi irrationaal is.

Verandert z'n sig te weinig.


  • Koekje
  • Registratie: Oktober 2003
  • Niet online

Koekje

GoT-lurker

sina=B/1
oxB=pi
o=oneindig
180/o=a
:9
onder voorbehoud van fouten..

There are 10 types of people in this world. Those who understand binary, and another 9 who don't give a s**t.


  • Confusion
  • Registratie: April 2001
  • Laatst online: 01-03-2024

Confusion

Fallen from grace

Tjah, deze kick was niet nodig; het voegt niets nuttigs toe.

[ Voor 32% gewijzigd door Confusion op 30-12-2003 21:06 ]

Wie trösten wir uns, die Mörder aller Mörder?

Pagina: 1 2 Laatste

Dit topic is gesloten.