De European Accessibility Act (
hier te vinden) stelt alleen globale minimumeisen aan de toegankelijkheid voor (onder meer) financiele diensten. Vooral overweging 39 en 40 zijn hier van belang. In overweging 40 valt het volgende te lezen: "
De passende toegankelijkheidsvoorschriften moeten ook gelden voor identificatiemethoden, elektronische handtekening en betalingsdiensten, aangezien deze noodzakelijk zijn voor het sluiten van transacties op het gebied van bankieren door consumenten.". Verder gelden voor bankdiensten deze specifieke eisen: "
door te zorgen voor identificatiemethoden, elektronische ondertekening, beveiliging en betalingsdiensten die waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust zijn" en "
door ervoor te zorgen dat de informatie begrijpelijk is, namelijk maximaal van de moeilijkheidsgraad B2 (hoger middenniveau) van het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen van de Raad van Europa." (Afdeling IV onder e).
Van belang hier is dus dat er op grond van de European Accessibility Act nergens een verplichting bestaat om een alternatieve identificatiemethode aan te bieden buiten de app of website om. Er gelden enkel eisen voor wat betreft de gebruikersinterface en functionaliteit van de website of app zelf. Dit is zelfs niet het geval wanneer het gaat om biometrische gegevens (zie Bijlage I, Afdeling I, lid 2 onder k).
Wat WERO hier dus lijkt te doen is toetsen aan standaarden die een uitwerking zijn van de European Accessibility Act. De Consumentenbond lijkt het over iets anders te hebben maar maakt niet duidelijk waarover. Verder heeft de Consumentenbond een nogal vervelend 'track record' als het gaat om het (bijvoorbeeld in de Geldgids) toetsen van de kwaliteit en tarieven van financiele dienstverleners. Er is m.i. bijvoorbeeld onevenredig veel aandacht voor de diensten en tarieven van de Nederlandse grootbanken en onevenredig weinig voor fintech en buitenlandse aanbieders. Kortom: ING zal na een paar brieven en wat publiciteit ook hier wel mee weg gaan komen bij de Consumentenbond.