Tegen
glazenwasserHet probleem met de evolutietheorie is dat hij/zij niet te testen dus niet te falsificeren is. "Falsifiability" is een noodzakelijke eigenschap van een wetenschappelijke theorie. Het is meer een levensfilosofie van wetenschappers, je kan zeggen een soort van geloof.
Dit is onwaar. Karl Popper's theorie van falsificatie wordt al zo'n 30 jaar niet meer geaccpeteerd door de wetenschapsfilosofie. Het is voldoende aangetoond dat geen enkele theorie geflsificeerd kan worden, aangezien fouten altijd gezocht kunnen worden in meetfouten, verkeerde randvoorwaarden, beperkte toepasbaarheid, etcetera.
De evolutietheorie kan daarentegen wel meer en minder waarschijnlijk gemaakt worden. Stel dat alle levensvormen op aarde een geheel andere innerlijke opbouw van de cel hadden. Dan was de evolutietheorie wel zeer onwaarschijnlijk. Echter, alle levensvormen hebben dezelfde algemene celopbouw. De evolutietheorie is waarschijnlijker geworden.
De theorie voorspelt ook dat eigenschappen overerven; en wel aangeboren eigenschappen, niet verworven eigenschappen (Lamarckisme). En wat bleek een aantal decaden na Darwin? Inderdaad werkt het erven van eigenschappen rpecies zo als Darwin had moeten postuleren. Was dit niet het geval geweest, dan was de evolutietheorie zo dicht bij falsificatie geweest als maar mogelijk is.
Zo kan je tientallen dingen opnoemen. Gedrag kan precies verklaard worden uit evolutie (zie The Selfish Gene, waarin onder andere verschillende vormen van altruïsme verklaard worden). Evolutie wordt constant waargenomen. Etcetera. De evolutietheorie voldoet aan alle eisen voor een wetenschappelijke theorie.
En dat kan de evolutietheorie nou net niet. De evolutietheorie beweert dat alle leven een (1) oorsprong heeft. Daar is geen enkel bewijs voor, alleen maar een hoop mitsen en en maren. Ook met de evolutietheorie in handen kan je er alleen maar een slag naar slaan, je moet er echt in geloven.
Dit is helemaal niet waar. Zoals Unicorn al zei: dat zegt de evolutietheorie helemaal niet. Deze zegt alleen dat de huidige soorten via mutaties en non-random selectie uti oudere soorten zijn ontstaan,
niet dat iedere soort uit 1 oersoort is ontstaan. Voor hetzelfde geld waren het er 2 of 3 of 10.
Wat wel belangrijk is (en exact tegen jouw verhaal in gaat), is dat het
ontzettend waarschijnlijk is dat alle soorten uit 1 soort zijn ontstaan: het is vrij onlogisch om aan te nemen dat twee maal abiogenese twee maal tot precies dezelfde vorm van voortplanting (DNA, RNA) met zelfs exact dezelfde codons had geleid.
Dat beweer ik ook niet. Voor micro-evolutie zijn inderdaad bewijzen. Voor macro-evolutie, evolutie over soortgrenzen heen is geen enkel bewijs. Laat de evolutie-theorie daar nu net over gaan.
Onwaar. Ten eerste gaat de evolutietheorie over alle soorten van evolutie in levende wezens.
Ten tweede, en veel belangrijker, is er helemaal geen onderscheid tussen micro- en macro-evolutie. Veel evolutiestappen achter elkaar noemt men (dat wil zeggen, met 'men' bedoel ik niet serieuze wetenschappers, maar creationisten en ander anti-evolutionistisch tuig

) macroevolutie; een enkele stap microevolutie. Lekker boeiend: uit microevolutie volgt logischerwijs dat macroevolutie ook bestaat, alleen moet je dan wat langer wachten.
Het is als roepen: Afrika en Amerika zullen helemaal niet 100 kilometer uit elkaar drijven! Ja, een paar centimeter per jaar, dat zien we wel, maar 100 kilometer is nog nooit waargenomen!
Als je het over paarden en ezels hebt, ja. Die stammen af van, misschien, een oerpaard.
Als je het hebt over mussen en muizen, nee. Nergens zijn die tot gelijke voorouders te herleiden.
Mensen <-- aapachtigen <--- insekteneters <--- eerste zoogdieren <--- reptielen
Mussen <---- vogels <---- retielen
Zo moeilijk is het toch niet. Daarbij zijn een mus en een mens bijna hetzelfde eigenlijk. De overeenkomst op cellulair niveau is verbazingwekkend.
De eiwitten waar genen voor coderen, zijn enorm complex en gespecialiseerd voor hun taak. Ze bestaan uit 100 tot duizenden aminozuren. Een gemiddeld eiwit is, zeg maar, 300 aminozuren lang. Dat betekent dat er 20 tot de macht 300 mogelijkheden zijn om dat eiwit te maken. Er zijn (geschat) 10 tot de macht 80 atomen in het heelal. Bij de mens treedt gemiddeld één mutatie per generatie op, bij fruitvliegjes één op 100 generaties. Nieuwe genen kunnen onmogelijk door vrije mutaties ontstaan. Er zijn te veel mogelijkheden, te weinig mutaties en de eiwitten zijn te gespecialiseerd.
Kleine rekensom. We hebben een random eiwit van 300 aminozuren; en willen dat ombouwen tot een eiwit met 300 volledig andere aminozuren. Zeg dat er 20 soorten aminozuren zijn, en dat er maar 1 pad van mutaties is dat tot het doel leidt, de rest leidt tot uitsterven.
Iedere mutatie heeft een kans van 1/20 om goed te zijn; de rest sterft uit. We nemen de mens: 1 mutatie per 20 jaar, en een zeer conservatieve schatting van 1000 mensen. (Door zo weinig mensen te nemen gaan we het feit tegen dat mutaties zich niet meteen verspreiden; we zeggen gewoon dat er steeds 1000 mensen zijn met het meets 'recente' gen.)
Er zijn in iedere generatie 1000 mutaties, waarvan (percentage nog niet upgedate genen) * 50 goede. Dus in het begin zijn er 50 mensen met goede mutaties; daarna zijn het er steeds minder, omdat mutaties elkaar ook weer ongedaan kunnen maken. Stel dat deze mensen er 220 jaar over doen om weer tot 1000 individuen te komen. Dan zijn er na 250 jaar dus 1000 individuen met een goed gen, die weer verder gaan muteren. (Ja, een vette simplificatie.)
Tijsduur per generatie:
250 * 50 / aantal goede mutaties = 250 * 50 / (50 * [300 - aantal generaties] / 300 ) = 250 * 300 / [300 - aantal generaties]
Dus: T(n) = 250 * 300 / [300 - n], voor n=0 tot 299 tellen we dit op.
Ik heb hier ff geen BASIC, maar zelfs als ik de belachelijke schatting maak dat het benaderd wordt door n iedere keer op 297 te stellen (wat dus echt een *veel* te groot resultaat op gaat leveren), kom ik uit op T(totaal) = 250 * 300 * 100 = 7.5 miljoen jaar. Dat is vrij weinig, voor het creeeren van een geheel nieuwe eiwit!
Natuurlijk was dit slechts een slecht model, maar ik heb wel veel aannames in jouw voordeel gedaan; dus ik denk dat we wel kunnen concluderen dat er best genoeg tijd is voor de creatie van een eiwit.