11. Een kroeg heeft 26 stamgasten. Hoe groot is de kans dat twee van de stamgasten op dezelfde dag jarig zijn?
a) 30 procent.
b) 60 procent.
c) 80 procent.
12. Op een biljarttafel van 1 bij 2 meter ligt een biljartbal los van de band. Hij wordt zonder effect weggestoten en rolt vervolgens 3 meter. Hoeveel banden kunnen er maximaal zijn geraakt?
a) 4.
b) 5.
c) 6.
13. Wat gebeurt er als je een met water gevuld plastic boterhamzakje vlak boven een brandende kaars houdt?
a) De zak blijft heel en het water wordt warm.
b) Er springt prompt een gat in de zak en het water dooft de kaars.
c) De zak gaat sterk krimpen.
14. Neemt de aantrekkelijkheid van misdaadfilms op televisie toe in tijden van oorlog?
a) Ja, het kijken naar misdaadfilms wordt aantrekkelijker.
b) Nee, het kijken naar misdaadfilms wordt minder interessant.
c) Nee, oorlog of geen oorlog, het heeft geen invloed.
15. Een opgeblazen ballon met een gewichtje eraan is in een vijver geplaatst. In de evenwichtstoestand raakt de bovenkant van de ballon juist het wateroppervlak. Iemand duwt de ballon iets naar beneden. Wat gebeurt er?
a) De ballon stijgt weer naar de oorspronkelijke hoogte.
b) De ballon zakt verder in het water.
c) De ballon blijft hangen op het nieuwe niveau.
a) 30 procent.
b) 60 procent.
c) 80 procent.
12. Op een biljarttafel van 1 bij 2 meter ligt een biljartbal los van de band. Hij wordt zonder effect weggestoten en rolt vervolgens 3 meter. Hoeveel banden kunnen er maximaal zijn geraakt?
a) 4.
b) 5.
c) 6.
13. Wat gebeurt er als je een met water gevuld plastic boterhamzakje vlak boven een brandende kaars houdt?
a) De zak blijft heel en het water wordt warm.
b) Er springt prompt een gat in de zak en het water dooft de kaars.
c) De zak gaat sterk krimpen.
14. Neemt de aantrekkelijkheid van misdaadfilms op televisie toe in tijden van oorlog?
a) Ja, het kijken naar misdaadfilms wordt aantrekkelijker.
b) Nee, het kijken naar misdaadfilms wordt minder interessant.
c) Nee, oorlog of geen oorlog, het heeft geen invloed.
15. Een opgeblazen ballon met een gewichtje eraan is in een vijver geplaatst. In de evenwichtstoestand raakt de bovenkant van de ballon juist het wateroppervlak. Iemand duwt de ballon iets naar beneden. Wat gebeurt er?
a) De ballon stijgt weer naar de oorspronkelijke hoogte.
b) De ballon zakt verder in het water.
c) De ballon blijft hangen op het nieuwe niveau.
