Audio, Video, HiFi en Home Theatre Forum FAQ
hoe zit dat nou met hoeveelheid Watt?
Om te beginnen is Watt de eenheid voor vermogen, en vermogen is energie per tijdseenheid. 1 Watt is 1 joule per 1 seconde. In de audio worden mbv transducers omzettingen gemaakt van "energievormen". Zo zet een microfoon akoustische energie om in elektrische energie, en een luidspreker elektrische weer in akoustische. Ook is er een hoop versterking nodig. Om aan te geven hoeveel energie per seconde wordt toegevoegd of omgezet, wordt de Watt gebruikt. Eigenlijk alleen maar voor twee compenten (bij andere componenten is de uitgangsspanning veelzeggender dan uitgangsvermnogen, door torenhoge impedanties en als gevolg daarvan lage vermogens), de versterker en de luidspreker. Een versterker (en dan bedoel ik de poweramp, of eindversterker in het Nederlands), versterkt het ingangssignaal vaak met zo'n factor 40 in spaning gemeten, dat is hetzelfde als dat de versterker ervoor zorgt dat het uiteindelijke signaal 40^2 = 1600 keer zo hoog wordt qua vermogen. Hij voegt dus energie toe aan het signaal. Die ontrekt hij uit het lichtnet, maar moet eerst door een trafo worden omgezet naar 12V DC. Die trafo heeft een beperkte capaciteit, en daardoor heeft een versterker een maximaal vermogen dat ie kan leveren. Dit is afhankelijk van de impedantie die hij moet aandrijven. Dit wordt duidelijk als je naar de volgende formule kijkt:
P (vermogen in Watt) = V^2 (Spanning in Volt) / R (impedantie (=complexe weerstand) in Ohm). Als de impedantie dus hoger wordt, wordt het vermogen wat de versterker moet leveren kleiner. Verder hebben versterkers de neiging om te vervormen als ze harder moeten werken, ze gaan dan harmonieen van het ingangssignaal als uitgang geven, de zogenaamde THD (total harmonic distortion). Daarom moet bij zo'n spec altijd de vervorming gegeven worden. Ook van belang is over welk frequentie gemeten wordt, bijv 1 KHz wat een hogere power spec op levert, of 20-20000Hz, wat veel nuttiger is om te weten. Ook moeten beide kanalen aangestuurd worden om een eerlijke waarde te krijgen, anders wordt de trafo gespaard. En als laatste de tijdsduur waarover het vermogen wordt geleverd. Twijfelachtige fabrikanten willen nog wel eens specs geven die dubieus zijn, en vaak verkregen door snel een condensator leeg te laten lopen. Zo ziet een goede spec er ongeveer uit:
60 Watt continu bij 4 Ohm, 20-20000Hz, 0.05% THD+N (both channels driven)
Voor speakers staat de hoeveelheid Watt voor de hoeveelheid energie per tijdseenheid die de speaker maximaal kan omzetten voordat hij kapot gaat, dit noem je de power handling. Dit wordt beperkt door maximale uitslag (spoel kan buiten magneetveld komen) en thermische effecten, maw hij kan te warm worden. Het is afhankelijk van het frequentie bereik van het ingangssignaal, alhoewel dit nooit wordt vermeld (afgezien bij sommige PA drivers, met name voor hoogfrequente drivers, waarbij soms een minimum ingangs frequentie wordt gegeven bij de power handling). Ook hier is de tijdsduur weer belangrijk. Een hele mooie standaard is AES, bedacht door de Audio Engineering Society, waarbij de speaker het vermogen 8 uur lang moet kunnen verdragen.
Maar wat is nou de connectie tussen het aantal Watts en het volume. Luidsprekers zetten dus elektrische energie om in akoustische energie, maar zoals met alles in dit leven gaat dat niet 100% rendabel, verre van dat zelfs. Een gemiddelde HiFi luidspreker zet minder dan 1% om in akoustische energie, en er zijn zelfs luidsprekers die naar de promille gaan. Een hele rendabele hooghoorn van een PA speaker kan echter wel de 30% rendement halen. Deze spec wordt nooit gegeven bij HiFi speakers, maar wat wel wordt gegeven, is de het geluidsniveau in dBspl wat de speaker geeft als er 1 Watt wordt ingestopt en gemeten op 1 meter afstand (op de zogenaamde reference axis). Deze spec heet de gevoeligheid en zegt heel veel over het rendement. Zo geeft de gemiddelde HiFi luidspreker een spl van 90 (bij een watt op een meter), en een PA laaghoorn 107, en longthrow hooghoorn zelfs 118 dBspl. Nou, als je weet wat je luidspreker voor spl levert bij 1 Watt op een meter afstand, en je weet het vermogen dat je versterker levert, en het vermogen dat je speaker kan hebben, kan je berekenen wat voor een spl je thuis veilig kan halen (veilig voor je apparatuur, misschien niet voor je oren). Daarbij moet je gebruik maken van de dB schaal. De formule voor het rekenen met vermogens voor de dB schaal: aantal dB = 10 log P1/P2
Waarbij de log een 10log voorstelt, en P1 vermogen 1 is, en de ander kan je zelf wel raden. Dus in de situatie van een speaker met een gevoeligheid van 90dB, een 50 Watt versterker en een speaker met een power handling (continu) van 100 Watt, krijg je volgende berekening:
je gaat uit van 1 Watt, waarbij je een spl hebt van 90 dBspl. Daarna ga je het omrekenen: aantal dB = 10 log 50/1 = 10 log 50 = 10 * 1.7 = 17 dB.
Je haalt dus een max spl van 107 dB op je kamer, en 110 als je beide speakers gebruikt (reken maar na). Dit is in een akoustisch doodde kamer, oftwel buiten, dus zonder reflecties, die kunnen het nog behoorlijk verhogen.
Nog wat losse dingen:
- een speaker kan nooit meer als output geven dan erin wordt gestopt (het is een zogenaamd passief element). Dus aan 800Watt speakers heb je weinig als je niet een versterker hebt die ook veel kan leveren.
- al dit rekenen is op zich heel leuk en interessant. Maar als je een HiFi installatie gaat kopen, dan is het laatste waar je je zorgen over hoeft te maken wel het vermogen van de speaker of de versterker. Je kan best een 400 Watt versterker in combinatie met een 100 Watt speaker gebruiken, zo lang je er een beetje voorzichtig mee omgaat. Andersom kan ook natuurlijk.
- speakers en versterkers zijn geen gloeilampen. Dus een versterker levert niet altijd 40 Watt als het een 40 Watt versterker is! En speaker kan je moeilijk als 100 Watt bestempelen, dit is namelijk sterk versimpeld.
- over het algemeen levert je versterker bijzonder weinig vermogen. De schaal is exponentiëel, dus hij schiet keihard omhoog. 1 mWatt (10^-3 Watt) kan genoeg zijn om je uit je slaap te houden, terwijl je op een feestje ineens 50 Watt uit je versterker perst.
Hoeveel Watt heb ik nodig?
Nou, als je het verhaal bij "hoe zit dat nou met Watt?" hebt gelezen, komt het er op neer dat het eigenlijk niet zo gek veel uitmaakt. Het is natuurlijk een beetje wat je wilt. Ben je van plan hosueparties na te bootsen, dan kan je beter een hele gevoelige speaker (plus sub) overwegen met een versterker die makkelijk een paar honderd Watt uitspuugt. Maar voor gewoon harde muziek is er eigenlijk bar weinig verschil in max spl tussen versterkers. Een 100 Watt versterker levert maar een winst van 3dB in max spl op vergeleken met een 50 Watt versterker. Het komt erop neer dat je eigenlijk met elke geluidsinstallatie wel genoeg geluid kan produceren om overlast te creëren (behalve dan hele slechte pc speakers). Dus 50 Watt versterking met speakers een gevoeligheid van 86 dB is goed. Alles wat onder de 86 dB zit, kan je beter wel compenseren door een iets grotere versterker, dus voor een 83 dB speaker 100Watt aan versterking. Dit is maar een leidraad, hiervan afwijken heeft geen ernstige gevolgen.
En mocht dat feestje dan komen, huur dan een PA set, die de gevoeligheid en versterkervermogen (en beveiliging!) heeft om de overburen ook mee te laten genieten.
Hoe zit dat met Ohm?
Ohm is de eenheid van elektrische weerstand (voor stroom). Iedereen kent de beroemde wet van Ohm wel: V (spanning, in Volt) = I (stroom in Ampere) * R (weerstand in Ohm). Of I = V / R of R = V / I
In de audio wordt gewerkt met impedantie ipv weerstand. Impedantie is een zogenaamde cmplexe weerstand, wat ongeveer wil zeggen dat de weerstand afhankelijk is van andere factoren, in dit geval de frequentie van de wisselspanning. De versterker levert een wisselspanning (zo kan je ook je speakers rechtstreeks in een stopcontact steken, dan geven ze heel even een hele harde 50Hz toon weer voor ze de geest geven) die niet alleen variabel is qua amplitude (een audio versterker is een zogenaamde VSVS = Voltage Controlled Voltage Source), maar ook qua frequentie. Nou hebben de speakers een bepaalde impedantie afhankelijk van de frequentie van de spanning die over de speakers staat. Die impedantie bepaalt hoe groot de stroom is die er gaat lopen, en daarmee het vermogen dat wordt afgegeven door de versterker en opgenomen door de speaker. Daarom is van belang wat de impedantie van je speakers is die je aan je versterker hangt. Op de meeste versterkers staat wel achterop wat de impedantie is die je er veilig aan kan hangen, anders moet je in de handleinig kijken voor welke impedanties er een power spec is gegeven (bijvoorbeeld 50 Watt bla bla bij 4 Ohm, wat wil zeggen dat je 4 ohm speakers kan gebruiken). Helaas hebben speakers geen zelfde impedantie over het audio frequentiegebied (20-20000Hz). Zo kunnen 8 Ohm speakers wel een impedantie hebben van 2.4 Ohm bij xxxHz. Dit kan vervelende situaties opleveren voor de versterker, omdat die dan ineens meer dan 3x zoveel vermogen moet leveren. Dit is niet zo'n probleem totdat je je muziek echt hard hebt staan en drie keer zoveel ineens teveel is. Sommige fabrikanten geven dan ook een grafiek van de impedantie, waarop de impedantie tegen de frequentie staat uitgetekend.
Overigens is de impedantie niet een Ohmse weerstand. Wat is namelijk het geval, als je een wisselspanning over een spoel zet (en die zit in een luidspreker), dan geeftt die spoel een inductiespanning terug, zodat de weerstand hoger "lijkt".
Hoe plaats ik mijn luidsprekers?
Nou, dat is nog niet zo makkelijk. Het beste is om gewoon veel te proberen natuurlijk. Maar je kunt wel wat je dingen in je achterhoofd houden bij het proberen:
- niet als te dicht bij muren. Dicht bij muren betekent meer bass, maar ook vaak een boomerig geluid. Andersom, als je problemen hebt met weinig lage tonen kun je dit juist wel doen.
- zorg ervoor dat jij en de speakers ongeveer een driehoek vormen (gelijkzijdig), dus jij evenver van linker en rechter speaker als de twee speakers uit elkaar staan. Dit komt niet erg nauw.
- richt de speakers een beetje langs je heen voor het beste stereobeeld. Als je last hebt van weinig (hele) hoge tonen, kun je ze iets naar binnen draaien zodat de tweeter beter op je oor gericht staat.
- voor subwoofers kun je de truc gebruiken om de subwoofer op de luisterplek neer te zetten, en dan door de kamer (overal en op verschillende hoogten!) te lopen en luisteren waar het het beste klinkt (het beste, niet het hardste!), en dan daar de sub neer te zetten. Maar over het algemeen moet de sub heel erg dicht bij de frontspeakers staan, want afstand tussen deze twee (afstand loodrecht op de lijn tussen de twee frontspeakers), offset genaamd, levert fase problemen op -> afwisselend versterking en verzwakking aan de hand van waar je staat.
Wat is decibel (dB)?
De dB is vooral bekend van de dBspl (waarbij de spl vaak wordt weggelaten), de eenheid van geluidsniveau, waarbij 0 dBspl een geluiddruk inhoudt van 10^-12 Watt/m^2. Maar er zijn er nog veel meer, zoals de dBu, waarbij 0 dBu 0.775V is. Of de dBW, 0 dBW = 1 Watt. Of de dBV, 0 dBV = 1V. Ook kan de dB los gebruikt worden, bijvoorbeeld op VU meters, waarbij met een dB schaal het signaal level wordt weergegeven, waarbij het nulniveau vaak 0 dBu is. Proffesionele versterkers hebben vaak ook een ingangsgevoeligheid van 0 dBu. Ook kan je met dB een versterkingsfactor aangeven. Het komt erop neer dat de dB gebruikt wordt om verhoudingen aan te geven, waarbij dus iets als nulpunt gedefiniëerd moet worden. Die verhoudingen kunnen tussen twee vermogens zijn of tussen twee spanningen, allebei met hun eigen formule:
dB = 10 log (P1 / P2)
Dit is de formule voor het werken met vermogens. De log is een 10log, en de twee vermogens (P1 en P2) hoeven natuurlijk niet Watts maar ook in MW of mW of een andere eenheid voor vermogen, zolang het maar een lineaire schaal bedraagt.
dB = 10 log (V1 / V2)^2 = 20 log (V1 / V2)
Dit is de forumule voor spanningen. De log is weer een 10log, en de twee spanningen hoeven ook niet in Volt, hetzelfde als bij vermogens.
De forumule voor het werken met dBu ziet er zo uit:
dBu = 20 log (V / 0.775)
En voor dBW:
dBW = 10 log (P / 1) = 10 log P
En de beroemde spl functie:
dBspl = 10 log (L / 10^-12)
Waarbij L het aantal Watts per vierkante meter is (W/m^2)
De kwadraat bij de spanningen (of factor twee als je het voor de logaritme zet) is om te corrigeren tussen vermogen en spanning. Een twee keer zo hoge spanning levert namelijk 2^2 =4 keer zo veel vermogen op. Daarom is een xx dB toename altijd hetzelfde, ongeacht of het een toename in vermogen, spanning, vermogen per m^2 enz was.
Ik hoor een brom uit mijn speakers, hoe komt dat?
Ik wil Dolby digital, wat heb ik daar voor nodig?
Ik ga nieuwe speakers kopen, welke zijn nou het beste?
Hoe zet ik wavjes om in mp3s?
Om een wavje te coderen tot een mp3, heb je een zogeheten codec nodig. Deze zijn redelijk goed te vinden op het net, en ook de grote geluidsbewerkings programma's (cooledit, soundforge) hebben er meestal wel eentje. Er is een verschil tussen codecs, en encoders. Een codes is het driver-achtig dingetje wat je wavjes daadwerkelijk codeert, en een encoder is het prorammatje wat de codec aanstuurt. Nou is probleem dat sommige encoders geen codec meeleveren, en je weer moet gaan zoeken op het net. Er zijn verschillende codecs in omloop, hooggewaardeerde zijn de Fraunhof en Lame codec, Xing heeft een slechte reputatie.
De omzetting kan op meerdere manieren gebeuren. Zo kan je het sneller doen door fast modus aan te zetten (niet aanbevolen), en kan je verschillende bitrates gebruiken. Hoe hoger de bitrate, hoe sneller, maar ook hoe groter. De meest gebruikte bitrate is 128 kbit, maar 192 is beter. Bij 192 en hoger is het hoorbare verschil met cd al heel klein, als het er al is.
Wat is "joint stereo"?
Dit wordt gebruikt bij het converteren naar mp3. Alle informatie uit het orspronkelijke stereo signaal dat in het rechter en linker kanaal hetzelfde is, wordt ook maar in één kanaal opgeslagen.
Hoe zet ik MP3's om in WAVjes?
Dit kan met elk geluidsbewerkings-programma, maar ook gewoon met winamp. Zet bij options --> output de ooutput op Nullsoft Disk Writer. In plaats van naar je soundcard, slaat hij de mp3's op als wav!
Kan ik een MP3 bewerken?
Nee, je zult hem eerst om moeten bouwen naar een WAV-file. Een MP3 is te vergelijken met een ZIP-file, die moet je ook eerst uitpakken, voordat je iets met de inhoud kan doen.
Termen
A3D:
AC: wisselspanning. Uit onze stopcontacten komt een 50 Hz 230 V wisselspanning (rms waarde). Een versterker levert ook wisselspanning met een variable amplitude en frequentie. De 50 Hz die uit onze stopcontacten komt, is overigens helaas de meest dodelijke wisselspanning die er bestaat, zelfs de 60 Hz van Amerika is al beter. Helaas kwamen ze hier pas achter nadat het lichtnet al een tijdje bestond (en al een paar mensen gefried waren).
AC3: manier van audio compressie. Slaat vaak op de audio bij DD.
Actief: dit betekent in de audio wereld met versterking.
ADC: Analogue Digital Converter
AES: Audio Engineering Society. Deze organisatie heeft bijv de AES power handling standaard in het leven geroepen (de speaker moet acht uur lang het vermogen kunnen weerstaan).
Ampere: eenheid van stroomsterkte bedacht door meneer Ampere. Is éen coulomb per seconde.
Analoog: traploos signaal, in tegenstelling tot digitaal.
Aspect ratio: geeft de verhouding tussen de breedte en hoogte van het beeld aan. Bijvoorbeeld 4:3 voor gewone tv uitzendingen en16:9 is het breedbeeld formaat.
Audio: betekent "ik hoor" in het latijn, en in het Nederlands zoiets als alles wat met geluid te maken heeft.
Bandpass systeem:
Bass reflex poort: Opening in de kast die ervoor zorgt dat de speaker op een bepaalde frequentie een boost krijgt (lees: iets hogere gevoeligheid). De poort wordt vaak zo gemaakt dat de speaker "geholpen" wordt bij lage frequenties waar de output iets lager is. Nadeel van een bass reflex poort is dat je een verbinding krijgt tussen de voor- en achterkant van de speaker, wat akoustische kortsluiting veroorzaakt. Vaak is dit net beneden de resonantiefrequentie van de poort. Hierdoor gaat een bass flex speaker ook nauwlijks lager dan die resontiefrequentie in tegenstelling tot een gesloten systeem, die een afval heeft van 12 dB/octaaf beneden de kast resonantie frequentie.
Bookshelf: boekenplank. Dit geeft aan dat de speaker niet vloerstaand is.
CD: Compact Disc. Digitaal opslag medium. Voor audio is een 16-bit 44.1KHz ADC gebruikt. Opslag capaciteit is meestal 650mb, oftwel 74min.
Cinch: ander woord voor RCA.
Clippen: een versterker heeft een maximum spanning die hij kan leveren. De eindversterker heeft een vaste versterkingsfactor. Dat heeft als gevolg dat je in de eindversterker een signaal kan stoppen dat niet meer met de versterkingsfactor versterkt kan worden omdat het het maximum output spanning zou overschrijden. Wat er gebeurt is dat de spanning blijft steken op de max output spanning. De sinus wordt als het ware afgevlakt. Wat je krijgt is een soort van blokgolf, dit noem je clippen. Als je een toongenerator hebt die een blokgolf kan laten horen kan je horen hoe verschrikkelijk dat klinkt. Het is erg schadelijk voor je speakers.
coax: kabelsoort. Hierbij zit er een mantel om een kern heen met isolatie ertussen. Bekende toepassing van de coax is dé kabel (van Casema, UPC, enz) of BNC. Wordt ook vaak gebruikt voor digitale signalen.
Composite video: standaard voor video signaal. Alles door één kabeltje, laagste kwaliteit.
Compressie: -verkleinen van ruimte dat iets inneemt. Dit kan lossles gebeuren (zippen bijv) of lossy (mp3 bijv). Beroemde voorbeelden bij audio zijn mp3 en Altrac. De eerste comprimeert zo'n factor 10 (afhankelijk van bitrate) en de tweede zo'n factor vier. De invloed hiervan op audio kwaliteit verschillen.
- verkleinen van dynamiek.
Condensor mic: microfoon die gebruik maakt van een condenser element, vaak duurder dan dynamic mic, en ook vaak beter. Kan ook beter tegen stoten. Dus als je als hobby hebt om te slingeren met je mic, neem dan geen condenser mic

.
Continu: deze term wordt vaak gebruikt bij het raten van versterkers. Vaak houdt dit in dat de toegelaten THD 0.05% is, en als input (en output) 20-20000Hz, en uiteraard gedurende lange tijd. Ook met speakers vaak gebruikt, en terecht.
Crossover: wisselfilter in het Nederlands, en afgekort x-over. Scheidt bijv hoog en laag, of hoog en midden. Een x-over bestaat uit een high pass en low pass filter. Een low pass filter laat alles door beneden een bepaalde frequentie, en een high pass andersom. Dit soort filters zijn geen brick walls. Zo laat een high pass filter ingesteld op 120Hz, ook wel 100Hz tonen door, alleen niet meer zo sterk. De mate waarin de afval is, wordt aangegeven in dB/octaaf. Zo laat een 12 dB/octaaf low pass filter van 2000Hz een 8000Hz toon op -24 dB sterkte door.
Een x-over kan low level en high level zijn, respectievelijk line level en speaker level. Dat wil zeggen, hij kan voor de versterkers, of na de versterker. Voor de versterker is ie meestal ook nog active wat inhoudt dat ie het beetje verlies wat ie veroorzaakt kan compenseren door weer wat te versterken.
DAC: Digital Analogue Converter
DC: gelijkspanning. Komt bijv uit een batterij. Wil je met audio niets mee te maken hebben, levert namelijk geen geluid op, alleen maar een warme speaker

. Als versterkers de geest geven, willen ze nog wel eens DC leveren, hierdoor wordt de speaker snel heel warm en de spoel smelt (vergelijk oppervlakte onder grafiek van een sinus en een DC spanning maar eens). Even een batterij aansluiten kan overigens geen kwaad, en kan heel handig zijn om te kijken of speakers in fase staan aangesloten.
Decibel (dB): schaal voor het werken met spanningen en vermogens bedacht door meneer Bell. Bedoeld voor rekenen met audio-toepassingen. Meestal wordt met dB dBspl bedoeld: de eenheid voor geluidsniveau
dBspl: eenheid van geluidsniveau
dBu: eenheid van spanning waarbij 0 dBu 0.775V is.
dBv: hetzelfde als dBu, werd gebruikt toen dBu er nog niet as.
dBV: eenheid van spanning, 0 dBV is 1V
dBW: eenheid van vermogen, 0 dBW is 1 Watt
Dempingsfactor: deze is gedefinieerd als de impedantie van de speakers gedeeld door de impedantie van de versterker (plus eigenlijk nog de impedantie van de kabels en passieve (als die aanwezig is) x-over. Het idee hierachter is dat als er geen signaal meer is, maar de speaker beweegt nog, dat die dan een inductiespanning geeft. Die inductiespanning kan je het beste kortsluiten (dan is het effect op het geluid het minst) en dit krijg je als de impedantie van de versterker heel laag is. Versterkerfabrikanten gaan van een speaker van 8Ohm uit, en soms wordt nog een frequentiegebied gegeven waarin de gegeven waarde van de dempingsfactor opgaat. Bij normale HiFi versterkers is dit vaak zo'n 40, bij PA versterkers 200 a 1000, en buizenversterkers eerder iets van 5. Het nut van dempingsfactoren boven de 40 is twijvelachtig.
Digitaal: het signaal bestaat uit vaste waarden dus het tegenovergestelde van traploos. Het aantal bits geeft aan hoeveel waarden er beschikbaar zijn (2^aantal bits). Aantal KHz hoevaak per seconde wordt gemeten wat de waarde van het signaal is bij de analoog naar digitaal (of andersom) omzetting.
DIN: Deutsche Industrie Norm. Standaard voor vermogen van versterker. Gemeten wordt met een 1 KHz toon, en toegelaten THD is 1%.
Direct radiator: een niet hornloaded speaker, komt heel veel voor.
DivX: mpeg-4 codec. Is officiëel nog niet eens uit, maar toch al veel gebruikt. Hoge beeldkwaliteit, maar lage framerate. Heeft hoge systeemeisen vanwege complexe compressie.
Dolby digital: manier om geluid op te slaan. Compressie methode is AC3. Houdt niet noodzakelijk in dat het surround betreft, het komt wel het meest voor. Het getal erachter geeft aan hoeveel kanalen er zijn. Zo is dolby digital 4.0 vierkanaals audio, met stereo surround plus links en rechts, en dolby digital 5.1, verreweg de bekendste, vijkanaals: links, center, rechts, right surround, left surround en ook nog een LFE kanaal dat alleen lage tonen bevat.
Dolby digital ready: dit is een versterker of receiver die geen AC3 decoder heeft, maar wel een vijfkanaals versterker is. Dat wil zeggen, er zitten vijf preamps en poweramps in. Aansluiting gaat via zes rca aansluitingen (ook één voor de sub) vanaf de DVD speler (of AC3 decoder).
Dolby surround prologic: decoder die bewerkingen op een stereo signaal doet die er een vierkanaals signaal van maken, waarbij het freq bereik van het midden en achter kanaal worden beperkt. Van het achter kanaal wordt bovendien de fase veranderd. Het center kanaal wordt verkregen door alleen weer te geven wat in het linker en rechter kanaal voorkomt, zo wordt weer gegeven datgene dat eigenlijk al uit het midden had moeten komen.
Dolby stereo: drie kanaals geluid, waarbij het derde, achterkanaal, wordt "verzonnen" dmv faseverschuivingen.
Dolby surround: slaat op geluidsformaat. Zelfde als dolby stereo, alleen dan voor thuis.
Dolby A/B/S: ruisonderdrukking. Hier wordt het signaal eerst compressed (dynamiek verlaagd) en daarna expanded (dynamiek weer verhoogd naar oorspronkelijk niveau). Dit gebeurt met eeen zogenaamde compander. Wordt vooral gebruikt voor tapes. De verschillende letters staan voor de verschillende versies van de ruisonderdrukking.
Driver: zo heet het geheel van conus, magneten en spoel.
DSP: digital signal processor. Vaak een chip die het signaal (evt nadat het in digitaal is omgezet) veranderd. Voegt bijvoorbeeld reverb (galm) toe, of doet fase verschuivingen zodat het geluid ergens anders vandaan lijkt te komen, maar er zijn erg veel mogelijkheden.
DTS: Digital Theatre Sound. Vergelijkbaar met DD, alleen lagere audiocompressie. Nog weinig ondersteuning voor.
DVD: Digital Versatile Disc. Zelfde formaat als cd, maar heeft een opslag capaciteit van 17.4 GB.
Dynamic mic: microfoon met een speaker erin. Maakt gebruik van inductiespanning die wordt opgewekt door een bewegende speaker. Je kan dus met een dynamic mic je muziek spelen, en in je speaker bleren (dat ook weer versterkt wordt, wel andere speaker gebruiken!!!).
Dynamiek: verschil tussen zachste en hardste niveau in bijv een opname of een optreden. Opnames met lage dynamiek klinken slap en levensloos. Het wordt beperkt door veel factoren. Bijvoorbeeld de max spl die je kan halen, de zogenaamde noise floor (belangrijk bij concerten). tape saturation, wat hoorbaar is, enz. Het wordt aangegeven in dB. Zo heeft een cd een max dynamiek (wat er werkelijk aan dynamiek vanaf komt, is natuurlijk afhankelijk van wat erop staat) van 96 dB, en een plaat van dik 60. Een versterker heeft vaak een signal to noise ratio van zo'n 106 dB, wat inhoudt dat die versterker nooit een dynamiek van meer dan die 106 dB kan bieden (misschien ietsjes meer, als een signaal onder het noise level komt, kan het soms toch nog onderscheidbaar zijn).
EAX:
Equalizer: apparaat dat gebruikt wordt om bepaalde delen van het geluid te versterken of verzwakken. Er zijn twee soorten, parametrisch en grafisch. Grafische heeft vaste banden (frequenties die aangepast worden) en vaste Q (hoeveel er wordt "meegenomen" als je bijv 2KHz boost, de steilheid van versterking). Bij een parametrische kan je die twee dingen instellen, maar heeft minder banden. Meest simpele EQ zit op een simpele autoradio, waarmee je met de tone knop het hoog kan aanpassen. Op HiFi versterkers zit vaak een bass en treble regeling, een 2-bands grafische equalizer.
Fase: verschil in graden om radialen met referentiepunt. Het verschil in fase tussen het linker en rechterkanaal een half Pi is, oftewel 90 graden, dan staan ze "uit fase". Dat wil zeggen, als de ene op zijn hoogtepunt is, is de ander in een dal (van een sinus). Hierdoor treedt uitdoving op. Hier wordt gebruik van gemaakt bij noise cancelling. Ook in surround programma's wordt dit gebruikt. Het is hoorbaar door het verdwijnen van de lage tonen (die er meer last van hebben door lange golf) en gekke stereobeeld.
Gesloten systeem: een luidsprekerkast zonder opening.
Gevoeligheid: neem een luidspreker, geef hem één Watt, en meet met een spl meter op één meter afstand in het midden van de luidspreker en je hebt de gevoeligheid. Wordt in een akoustisch dode ruimte gedaan (ook wel eens niet, maar dan moet het vermeld worden). Dit zecht iets over het rendement van een luidspreker (wat veel moeilijker is om te meten). Is ook sterk afhankelijk van de frequentie.
Headroom: wat een versterker of speaker gedurende korte tijd kan leveren/hebben bovenop zijn continue niveau.
Hoorn: dit is een exponentiëel toenemende "toeter" die voor de conus wordt geplaatst. Dit verbetert de coupling van luidspreker en lucht, zorgt ervoor dat de luidspreker minder ver hoeft uit te slaan en voor betere richting van het geluid. Met als gevolg een drastische steiging in gevoeligheid van de speaker. Een hoorn kan front- en backloaded zijn, dus aan de voor- en achterkant bevestigd van de speaker. Er zijn veel verschillende types. Voor de hoge tonen zijn er gewone standaard exponetiële hoorns, maar ook radial en constand directivity (cd) hoorns. Een radial hoorn is een soort van stukje uit een taart, de voorkant is dus niet plat. Een constant directivity is een hoorn die dezelfde uitstraling heeft over een wijd frequentiegebied, dit zorgt voor een constanter geluid door de kamer/zaal. Omdat voor het laag de hoorns mondopening net zo groot moet zijn als 1/4 van de golflengte van de laagste toon die hij kan weergeven. Daardoor zijn ze behoorlijk groot (en als je er een meerdere naast en op elkaar zet wordt "gaan ze ook lager"), en zijn er manieren bedacht om ze wat efficienter "in te pakken". Zo kan ie opgevouwen worden: een folded hoorn. Waarbij voor een W vorm kan worden gekozen, een W-bin, of een krul, een scoop. Of de hoorn wordt gebogen, een bent horn. Een voorbeeld hiervan is een krul, een curled hoorn.
Hoorns worden met name in de PA gebruikt vanwege hun hoge gevoeligheid, maar er zijn ook HiFi fanaten die er bij zweren.
Laser disc: medium voor audio en video. De disc heeft de grootte van een LP.
LFE: Low Frequency Effect. Slaat op het .1 kanaal in DD.
Line level: zo'n -20 tot +10 dBu. Dit is de signaalsterkte voordat het door de power amp is gegaan.
Mic level: zo'n -30 dBu. Deze spanning wordt door de mic veroorzaakt, en wordt versterkt door een mic preamp tot line level.
Mp3: Iedereen heeft ondertussen al een aantal GB. Muziekanten zijn er iets minder blij mee, maar het is hèt digitale opslagformaat geworden van geluid vanwege zijn grootte (zo'n 10x kleiner dan wavjes) en geluidskwaliteit (natuurlijk minder dan het orgineel, maar zeker acceptabel).
Mpeg: Motion Pictures Expert Group. Heeft manieren bedacht om video en audio te comprimeren om het op een cd te krijgen. De derde versie gaat nu door het leven als mp3, en de vierde als divx.
Muziek: afgezien dat het iets heel leuks is om naar te luisteren, is het ook een manier om de power handling te bepalen van een speaker en versterker. Er wordt gemeten met veel vervorming en gedurende korte tijd. Dit bepaalt de headroom van een speaker of versterker.
PA: Public Audio en niet proffesionel audio zoals je misschien dacht. Oorspronkelijk t