Laatst hadden we het met filosofie over de volgende stelling:
Het is principieel niet uit te sluiten dat wij geen mensen van vlees en bloed zijn, maar hersenen in een vat met fysiologische vloeistof, aangesloten op een supercomputer.
Deze stelling kwam voort uit een stukje tekst van een de Amerikaanse filosoof Hillary Putnam. Dat stukje tekst zag er omgeveer als volgt uit:
Argument tegen: als we werkelijk hersenen in een vat zouden zijn, dan zouden we dat niet kunnen zeggen of denken. De woorden die we als hersenen in een vat gebruiken, kunnen namelijk niet naar de echte werkelijkheid verwijzen: daar hebben we wegens het ontbreken van zintuigen geen enkel contact mee. Maar de woorden 'hersenen' en 'vat' moeten, om duidelijk te maken wat we bedoelen, nu juist wel naar die echte werkelijkheid verwijzen.
Hoe denken jullie over deze stelling?? Zijn jullie het er mee eens of niet, en waarom wel of niet?
.edit: een aantal argumenten toegevoegd
Het is principieel niet uit te sluiten dat wij geen mensen van vlees en bloed zijn, maar hersenen in een vat met fysiologische vloeistof, aangesloten op een supercomputer.
Deze stelling kwam voort uit een stukje tekst van een de Amerikaanse filosoof Hillary Putnam. Dat stukje tekst zag er omgeveer als volgt uit:
Argument voor: onze ervaring van de werkelijkheid wordt altijd bemiddeld door onze zintuigen: de werkelijkheid zelf nemen we niet waar. Daardoor is het in principe niet mogelijk dat we ons omtrent die werkelijkheid vergissen en valt niet uit te sluiten dat we hersenen in een vat zijn.Stel, je bent geopereerd door een kwaardaardige wetenschapper. Deze slechterik heeft je hersenen uit je schedel gehaald en ze in een vat met fysiologische vloeistof (=soort van sterk water ofzo) gestopt, waar in ze blijven leven. De zenuwuiteinden zijn verbonden met een supercomputer, wat jou de illusie geeft dat alles volkomen normaal is. er schijnen mensen en dingen te zijn, je ziet de lucht enz., maar in feite is alles wat je ervaart het resultaat van elektrische stroompjes die van de computer naar jouw zenuwuiteinden worden gestuurd, De computer is zo geavanceerd dat als jij je hand probeert op te steken, hij ervoor zorgt dat je 'ziet' en 'voelt' dat je je hand opsteekt. Door een bepaald programma te gebruiken kan de kwaardaardige wetenschapper ervoor zorgen dat je elke situatie 'ervaart' die hij maar wil. Hij kan ook de herinneringen aan de hersenoperatie uitwissen, zodat je niet beter weet dan dat je altijd al in deze situatie geweest bent. De computer kan je zelfs laten denken dat je bent geopereerd door een kwaardaardige wetenschapper, die je hersenen uit je schedel heeft gehaald en ze in een pot met fysiologische vloeistof heeft gestopt, waarin ze blijven leven. de zenuwuiteinden zouden zijn verboinden met een supercomputer, wat jou de illusie geeft dat.......
Argument tegen: als we werkelijk hersenen in een vat zouden zijn, dan zouden we dat niet kunnen zeggen of denken. De woorden die we als hersenen in een vat gebruiken, kunnen namelijk niet naar de echte werkelijkheid verwijzen: daar hebben we wegens het ontbreken van zintuigen geen enkel contact mee. Maar de woorden 'hersenen' en 'vat' moeten, om duidelijk te maken wat we bedoelen, nu juist wel naar die echte werkelijkheid verwijzen.
Hoe denken jullie over deze stelling?? Zijn jullie het er mee eens of niet, en waarom wel of niet?
.edit: een aantal argumenten toegevoegd