Op woensdag 25 april 2001 12:34 schreef Lord Daemon het volgende:
Nu ff een paar leuke probleempjes. Deze zijn wel goed te doen, en zit helemaal geen verschrikkelijk rekenwerk bij. De eerste is echt erg gemakkelijk, en ze worden steeds moeilijker (denk ik), maar geen van allen zijn ze erg ingewikkeld.
(1) Ieder getal kan je schrijven als het produkt van priemgetallen. Bijvoorbeeld: 9 = 3x3, 11 = 11, 150 = 2 x 3 x 5 x 5. Bewijs dat dit geldt voor alle getallen.
(2) Bewijs dat er oneindig veel priemgetallen zijn.
(3) Stel, je hebt een vierkant met zijden x. Op iedere hoek zit een torretje, en ieder torretje is verliefd op het torretje rechts van hem. Allemaal gaan ze even snel kruipen, in de richting van hun geliefde. Welke afstand moet een torretje afleggen voordat hij bij zijn geliefde is? (Die dus zelf op een derde torretje verlief is, etc. Waar vindt de ontmoeting plaats? In wat voor figuur is er gelopen?)
Lord Daemon
Oplossing voor 1:
Neem een natuurlijk getal (alle natuurlijke getallen zijn eindig groot), zeg x. Stel er is geen priemgetal te vinden waardoor x deelbaar is. Dan is x dus zelf een priemgetal en is de factorisatie het getal zelf.
Als het wel deelbaar is dan houd je r over. Of dit is zelf een priemgetal of het is weer deelbaar door een priemgetal. Etc.
Dit moet een keer stoppen anders krijg je een oneindig lange lijst van factoren en dus een oneindig groot getal en dat is in tegenspraak met de aanname dat we een natuurlijk getal hadden gekozen.
Voor 2:
Dit is ook een vrij bekend probleem. Het bewijs van Euclides:
Stel er zijn eindig veel priemgetallen. Laten we die p1, p2, p3 t/m pn noemen.
Neem nu het getal dat het product van p1 t/m pn + 1 is.
Dit getal is noch door p1, noch door p2, noch door p3 deelbaar (etc). De rest die overblijft is de hele tijd 1.
Kortom, het getal dat we hebben gevonden is of zelf een priemgetal, of het is deelbaar door een ander priemgetal dan dat uit de lijst p1 t/m pn.
Hoe dan ook, p1 t/m pn zijn dus niet alle priemgetallen. Dus er kan geen eindig aantal priemgetallen zijn.
En met 3 ben ik ook nog bezig om de afstand te bedenken.
[edit]
Wil je echt iets bewijzen bewijs dan dat er oneindig veel tweeling-priemgetallen zijn.
Dat zijn paren n en n+2 waarbij n en n+2 allebei een priemgetal zijn. Bijvoorbeeld 3 en 5, en 5 en 7. Of 17 en 19.
Of bewijs dat elk getal groter dan 3 uitgedrukt kan worden als de som van 2 priemgetallen, 2+2 = 4, 6 = 3+3, 20 = 17+3.