Ik heb hier even een probleempje voor iedereen die in evolutie geloofd:
Als de mens de hoogste vorm van de evolutie is, waarom is hij dan zo VERREKTE inefficient?
koel... Tot nu toe heb ik die altijd gebruikt tegen creationisten

Tenslotte, als god, in zijn oneindige wijsheid en omnipotentie, ons geschapen heeft, heeft ie zich er wel met een jantje-van-Leiden vanafgemaakt...
Maar om je vraag te beantwoorden: Er is een grens aan wat mogelijk is, dat lijkt me duidelijk. Geen enkel organisch wezen kan met mach 3 over de steppe rennen tenslotte, dat lukt echt niet, wat je ook doet...
Verder is het zo dat elke specialisatie betekent dat een dier ergens anders slechter in wordt. Bijvoorbeeld de mens: Doordat wij rechtop lopen, moeten we een (vergeleken met veel andere dieren) nogal fragiele skeletstruktuur hebben, gewoon omdat anders rechtop lopen niet mogelijk is. Onze handen zijn heel beweeglijk en veelzijdig, maar de "handen" van veel andere dieren zijn veel en veel sterker. Vogels kunnen vliegen, maar om dat te kunnen hebben ze overal opofferingen moeten maken, met name op het gebied van stevigheid: ze kunnen zich gewon geen extra gewicht verloorloven. Zo geldt voor elke eigenschap de Cruijf-quote: "elk foordeel hep sn nadeel"
Vaak moet je ook eventjes iets verder denken om te zien waar de nadelen liggen van een voordeel... zie jouw eigen voorbeelden.
Ik bedoel, als alleen de goede eigenschappen evolueren, dus de eigenschappen die de meeste voordelen bieden om te overleven, hoe komt het dan dat we mannetjes en vrouwtjes hebben? Ik bedoel, het is toch veel makkelijker als iedereen beide is? Zoals bij de LAAGSTE en MINST ontwikkelde levensvormen?
Hier zeg je het zelf al: dit is alleen mogelijk bij (sommige van de) laagste en minst ontwikkelde soorten. Deze soorten hebben immers een eenvoudig geslachtssystem, veel eenvoudiger dan bijvoorbeeld mensen.
Geslachtsorganen kosten ruimte, hebben gewicht, en moeten energie krijgen om te werken. Een dier moet er minimaal 1 set van hebben, dat is duidelijk, anders kan het niet evolueren. Maar als het een dubbele set heeft (bijvoorbeeld 1 mannelijke en 1 vrouwelijke) moet het er dubbel zoveel energie en ruimte voor opofferen. Dit nadeel is in het geval van ingewikkelde diersoorten met ingewikkelde geslachtsorganen erg groot, en bij levensvormen die minder ingewikkeld zijn, kleiner. Vandaar dat je dit bijna alleen maar ziet bij lagere diersoorten.
En hoe verklaren jullie het ontstaan van bijvoorbeeld de ogen? Probeer dat eens uit te leggen met kleine stapjes van evolutie, steeds een beetje beter? Als het oog niet in een keer perfect is, dan is het geen voordeel, maar een nadeel -> dus zal door de evolutie weer verdwijnen
ah, het oog. Lees en huiver
Het is voor een primitief zeewezen voordelig om te weten waar het licht vandaan komt. Immers, zo kan hij zich orienteren op de omgeving. Zo kan het voor een planktonetende vis heel voordelig zijn om te weten waar het licht vandaan komt, als hij daar namelijk naartoe zwemt komt ie in de voedselrijke bovenste lagen van de zee terecht.
Stel je nu eens voor dat in een populatie van vissen die volkomen blind zijn, een mutante vis geboren wordt die ergens op zijn lichaam een paar lichtdetecterende cellen heeft, bijvoorbeeld gemuteerde zenuwcellen in de huid van zijn kop. Bijna alle dieren hebben een bilaterale symmetrie, het is dus niet onlogisch te overonderstellen dat deze cellen aan beide kanten door het zelfde gemuteerde gen worden aangezet tot het vormen van lichtgevoelige cellen.
Dit dier heeft nu aan beide kanten van zijn hoofd lichtgevoelige cellen. Nu kan hij dus zien van welke kant het licht komt en ernaartoe gaan! Immers, als alleen aan de rechterkant licht op zijn cellen komt, moet hij een beetje meer naar rechts zwemmen tot het licht aan beide kanten even sterk op zijn cellen schijnt.
Deze vis heeft dus een enorm voordeel tov zijn blinde soortgenoten... Na een paar generaties zullen alle vissen van die soort dit hebben.
Maar evolutie stopt hier niet. een paar lichtgevoelige cellen aan iedere kant doen nog niet zoveel, er zullen er snel meer bijkomen.
Op een gegeven moment muteert er een vis die evenveel cellen heeft als de rest, maar waarbij de cellen toevallig in een "kuiltje" liggen. Bij deze vis worden dus, afhankelijk van de richting van het licht, meer of minder cellen gestimuleerd. Denk maar aan maankraters op de zon, met een donkere en een lichte zijde, waaraan je kan zien waar de zon staat. Deze vis kan dus nog beter de richting van het licht vinden dan zijn sortgenoten, en heeft dus ook een voordeel, enz.
Het is natuurlijk voordelig om dat kuiltje steeds dieper te hebben, omdat dan de richting van het licht beter bepaald kan worden. Ondertussen gaat de ontwikkeling van het aantal cellen gewoon door...
Op een gegeven moment zal er een vis ontstaan die nog slechts een zeer klein gaatje heeft bij zijn "kuiltje". Dan gaat het camera obscura effect meespelen. Dit was een truuk die men gebruikte om een beeld te projecteren. Je laat het licht van buiten door een heel klein gat in een muur schijnen, en binnenin plaats je een scherm waarop dit beeld geprojecteerd wordt. Zo heb je een soort camera. Het kuiltje van dat dier kan net zo werken, ook zonder lens... opnieuw een klein voordeel tov de rest.
de lichtintensiteit en de scherpte van het beeld is nu natuurlijk niet groot. als er over het gat van het kuiltje een laagje doorzichtige cellen komt, kunnen die als primitieve lens werken en zo de scherpte verbeteren. Zo ontstaat, beetje bij beetje, de lens van het oog. Elke verbetering eraan biedt het ider dat die variant heeft, een klein voordeel...
Ik denk dat je het nu wel snapt. Het is nog lang geen menselijk oog, maar dat wordt het vanzelf, doordat elke verbetering (spiertjes rond de lens om te kunnen focussen, enz) een voordeel is voor het organisme dat die verbetering heeft. Zo kan door heel veel kleine stapjes een orgaan als het oog ontstaan.
En ik kan nog wel wat meer voorbeelden geven... ''k heb er onlangs een stukje over geschreven, als ik thuis ben, dan zal''k het wel posten..
ben benieuwd...