Verwijderd schreef op vrijdag 10 december 2004 @ 14:19:
Als je alles terug naar de Oerknal herleidt, dan reist de vraag in mij: Wat zorgde in dat ogenblik ervoor dat alles verlopen is zoals die nu is? Welke universele Grondwet heeft ervoor gezorgd dat de honderd elementen zo geordend gerangschikt zijn in de periodieke tabel van Mendelejev? Wat zorgde voor de verhoudingen tussen alle deeltjes op de eerste plaats? Wie of wat bepaalde de wetten van de universum op zo'n manier dat de krachten die daarin spelen harmonieus op elkaar zijn afgestemd? Wat bepaalde de snelheid van het licht? Zouden we tegenwoordig andere formules gebruiken als er op het moment van de explosie een paar atomen meer of minder geweest zijn? Of zouden we niet bestaan als dat het geval was? Hoe kan uit niets iets ontstaan? Tijdens de big bang zijn de fenomenen kennelijk op een onveranderbare wijze vastgesteld en wij moeten dus nu genoegen nemen met de formules. De formules maken de wereld om ons heen meer begrijpelijk, maar niet per se verklaarbaar.
We kennen dingen (het heelal, straling, materie) alleen door waarnemingen. Maar zelfs voor waarnemingen heb je theorie nodig om op het idee van bepaalde waarnemingen te komen.
Aan een beperkt aantal feiten onttrekken we ter verklaring een aantal kernbegrippen waarop we een theorie baseren.
Weten of een theorie goed is lijkt onmogelijk. We hebben alleen een test of nieuwe feiten zich in laten passen en verklaren.
Popper heeft een poging gedaan met zijn falsificatie. Maar dan nog kunnen we een theorie niet testen.
Vaak of zelfs meestal is een theorie of een vergelijking heel onnauwkeurig getest. Denk maar aan de wet van Boyle. Alleen dankzij onnauwkeurige meetapparatuur vond Boyle die wet. Dankzij dat kun je weer praten over een ideaal gas en dat kun je weer gebruiken in de warmteleer enz. Het is dus heel belangrijk dat je niet te nauwkeurig meet, in tegenstelling wat altijd beweerd wordt.
Bovendien word een theorie vaak gehandhaafd ook al klopt hij niet omdat we niets anders hebben en veel verklaard wordt. Vaak worden begrippen tot sleutelbegrippen verklaard en tot axoma verheven (wet behoud energie).Soms roept men ook wiskundige eenvoud te hulp.
Objecten uit de wereld bezitten bepaalde eigenschappen en daarom gedragen ze zich zoals ze zich gedragen, hoe onbegrijpelijk we dat (soms) ook vinden.
Wij hebben de elementen gerangschikt in het periodiek systeem. Maar dat zegt toch niets. Linnaeus rangschikte het planten en dierenrijk. Doch al dat gerangschik hoeft geen diepere betekenis te hebben.
Klokken makers rangschikken ook klokken.
Vraag aan iemand waarom een tandwiel zeg 13 en niet 14 tanden heeft en hij zal zeggen dat ook 14 wel kan maar dat misschien 13 makkelijker te maken is of sterker, maar er eigenlijk niets dieps achter zit.
Waarom valt in een waterval dat ene druppeltje nu zo, botst vervolgens met een ander, valt in twee druppels uiteen, ...
Die vraag is waarschijnlijk niet eens zinvol, laat staan dat we het kunnen beschrijven.
Waarom beweegt licht met die snelheid? Misschien is dat een intrinsieke eigenschap van licht. Als ik bijvoorbeeld tussen twee willekeurig bewegende platen iets hards rol wordt het vanzelf een bol (vergelijk het maken van een deegbolletje tussen je handen). Ook dat is iets heel vanzelfsprekends. Maar het beschrijven heel lastig.
We kunnen objekten alleen beschrijven als we daar de geschikte hulpmiddelen voor hebben en de juiste denkpatronen. Bovendien moeten objecten bepaalde eigenschappen bezitten die onveranderlijk zijn. Zouden spin, lading, traagheid enz. zo maar veranderen van het ene moment op het andere, dan zou beschrijven heel moeilijk zijn.
Juist dankzij de onveranderlijkheid kunnen er formules opgesteld worden.