Nederland vergrijst. De bevolking groeit tegenwoordig relatief langzaam, maar de babyboomers bereiken na 2010 massaal de pensioensgerechtigde leeftijd. Dit heeft een aantal gevolgen voor de sociale zekerheid, die deels op een omslagstelsel gebaseerd is: De zorg voor ouderen wordt deels gefinancierd door de huidige generatie. Wanneer de grote groep babyboomers met pensioen gaat, zal het beroep op de gezondheidszorg stijgen, en zullen bovendien meer ouderen een AOW-uitkering aanvragen. Tegelijkertijd zullen minder mensen werken voor het salaris van deze ouderen.
Volgens http://www.regering.nl/trefwoordenregister/42_16447.jsp zal het aantal ouderen per hoofd van de beroepsbevolking stijgen van 0,22 nu tot 0,43 in de ergste jaren van de vergrijzing. Een verdubbeling dus. Laten we ervan uitgaan dat de kosten van de zorg voor ouderen per werknemer ook verdubbelen. Deze aanname is wellicht niet geheel gerechtvaardigd omdat de kosten van de gezondheidszorg per hoofd van de bevolking nog steeds stijgen, hoewel dit volgens http://www.leeftijd.nl/p0060.html grotendeels te danken is aan de introductie van nieuwe (dure) medische technieken en niet aan de vergrijzing van de patient.
Goed, de kosten van het onderhoud van ouderen verdubbelen dus. Laten we eens nagaan hoe zwaar deze verdubbelde kosten drukken op de schouders van de werkenden. Hiertoe zijn een paar gegevens van belang: De druk die ouderenzorg nu uitoefent, en de groei van de welvaart door economische groei.
In Nederland is er een systematische economische groei van ongeveer 2%. Tijdens conjuncturele neergang, zoals nu, bedraagt deze minder dan die 2% en kan deze zelfs tijdelijk onder de 0 duiken, terwijl deze in tijden van economische voorspoed over de 4% heen kan gaan. In dit betoog negeer ik de conjuncturele invloeden omdat ik naar een veel langere termijn kijk. De 2% economische groei is dan een goed gemiddelde.
Uitgaande van deze 2% economische groei, zien we dat het netto nationaal product, ofwel datgene wat we met zijn allen per jaar produceren, elke 35 jaar verdubbelt. Aangezien we datgene wat we met zijn allen produceren ook met zijn allen verdienen, is het gemiddelde inkomen van de Nederlander sinds 1969 tweemaal zo hoog geworden, na correctie voor inflatie. En daarmee zou, bij gelijkblijvende belastingdruk, ook de overheid sindsdien tweemaal zoveel te besteden hebben. Op de korte en middellange termijn zal deze structurele economische groei wel aanhouden. Op de lange termijn natuurlijk niet, maar aangezien het hele kapitalistische systeem aaneen hangt van de onvermijdelijkheid van structurele economische groei is dat een andere discussie die ik hier niet wil voeren. Het is in ieder geval niet onrealistisch te voorspellen dat de economie door innovatie tot 2020 nog steeds met 2% per jaar zal groeien.
De piek van de vergrijzing zal rond 2020 vallen: De babyboomers, de mensen geboren van 1945-1955, zullen dan tussen de 65 en 75 jaar oud zijn, genoeg om gepensioneerd te zijn maar niet oud genoeg om massaal te sterven. Na 2025 zullen de babyboomers sterven en zal de druk op de werkenden afnemen en stabiliseren op 0.35 oudere per werknemer. Vandaar dat ik 2020 als rekenjaar neem.
Ten opzichte van nu zal de economie dan 37% gegroeid zijn. Is 37% meer inkomen per werkende genoeg om de kosten van tweemaal zoveel ouderen per werkende te betalen, of gaan werkenden erop achteruit? Daartoe moeten we beschouwen hoeveel procent van die belasting nu richting ouderenzorg gaat.
Allereerst de kosten van de gezondheidszorg voor ouderen. De totale kosten van de gezondheidszorg bedragen in 2004 41 mld euro (bron: miljoenennota), ofwel ongeveer 10% van het BBP. Hiervan wordt 44% door ouderen geconsumeerd. Laten we, zoals boven al gezegd, aannemen dat de kosten van 1998 voor ouderen verdubbelen (in werkelijkheid wordt verwacht dat de 44% stijgt tot 61% in 2035, weliswaar 61% van een gestegen budget, dus zal de verdubbeling die ik hier noem niet heel gek zijn) en dat dus in 2020 de totale kosten van de gezondheidszorg voor ouderen 36 mrd zullen bedragen. Daar komt de AOW dan nog bij: Bij gelijkblijvende AOW zullen de kosten van AOW in 2020 4 miljoen mensen een AOW uitkering ontvangen. Deze zal dan dus ruwweg 44 miljard kosten (we betalen een oudere ongeveer 960 euro per maand als deze zijn hele leven gewerkt heeft). Het totaal van AOW + zorgkosten bedraagt dan dus 80 miljard. De extra kosten vanwege de vergrijzing bedragen de helft daarvan (we hebben nu tenslotte ook al ouderen), dus 40 miljard.
het NNP bedraagt nu ruwweg 230 miljard euro. Een stijging van 37% betekent dat we in 2020 ongeveer 85 miljard meer verdienen.
De conclusie is dus dat de welvaartsgroei in de 16 jaar tussen nu en 2020 prima in staat is de kosten van de vergrijzing te compenseren. Sterker nog, we zullen er in 2020 qua welvaart nog steeds beter aan toe zijn dan nu, hoewel de vergrijzing een serieuze hap neemt uit de groei van ons inkomen. Maar hij zal ons niet tot de bedelstaf dwingen, of zelfs maar een achteruitgang in welvaart veroorzaken. Snijden in de sociale zekerheid om de vergrijzing te bekostigen, zoals het kabinet doet, is in ieder geval niet noodzakelijk vanuit het oogpunt van de vergrijzing.
Natuurlijk is het beeld in bovenstaande post op bepaalde punten simplistisch. Zo heb ik de daling van het aantal WAOers omdat deze met pensioen gaan (meer dan 400.000 WAOers zijn nu al ouder dan 55 jaar en zullen in 2020 allang met pensioen zijn), niet meegerekend. Wat ik ook niet meegerekend heb is dat ouderen wel degelijk een inkomen hebben: Namelijk een zelf bij elkaar gespaard inkomen uit pensioensfondsen, en dat dus niet alle kosten die de zorg voor ouderen kost, door werkenden gedragen hoeven worden. Een ander effect dat moeilijk mee te rekenen is, is het effect van de daling van de beroepsbevolking op de economische groei wanneer de babyboomers met pensioen gaan. Ik denk echter niet dat dat een drastisch effect zal hebben. Ten eerste zitten er over de grens miljoenen Duitsers en oost-europeanen te wachten op werk, en aangezien arbeidsmigratie binnen de EU gemakkelijk is, zullen zij hier banen op kunnen vullen. Ten tweede kan (en moet!) deze daling afgevlakt worden door mensen met prepensioen te laten gaan, zodat de nederlandse economie zich aan kan passen. En ten derde zal het de werkloosheid, waar Nederland nu last van heeft, tegen gaan.
Ondanks oversimplificatie van de nederlandse economie toont deze post wel aan dat vergrijzing niet zo'n groot probleem is als door velen in de politiek beweerd wordt. We zullen ervoor in moeten leveren, dat is duidelijk. Maar dat betekent niet dat het stelsel onhoudbaar is of dat de vergrijzing de nieuwe apocalyps is en dat een hervorming noodzakelijk is, integendeel. We moeten ons afvragen hoeveel een goed stelsel ons waard is. Maar dat we het kunnen betalen zonder onszelf uit de markt te prijzen, is duidelijk.
Volgens http://www.regering.nl/trefwoordenregister/42_16447.jsp zal het aantal ouderen per hoofd van de beroepsbevolking stijgen van 0,22 nu tot 0,43 in de ergste jaren van de vergrijzing. Een verdubbeling dus. Laten we ervan uitgaan dat de kosten van de zorg voor ouderen per werknemer ook verdubbelen. Deze aanname is wellicht niet geheel gerechtvaardigd omdat de kosten van de gezondheidszorg per hoofd van de bevolking nog steeds stijgen, hoewel dit volgens http://www.leeftijd.nl/p0060.html grotendeels te danken is aan de introductie van nieuwe (dure) medische technieken en niet aan de vergrijzing van de patient.
Goed, de kosten van het onderhoud van ouderen verdubbelen dus. Laten we eens nagaan hoe zwaar deze verdubbelde kosten drukken op de schouders van de werkenden. Hiertoe zijn een paar gegevens van belang: De druk die ouderenzorg nu uitoefent, en de groei van de welvaart door economische groei.
In Nederland is er een systematische economische groei van ongeveer 2%. Tijdens conjuncturele neergang, zoals nu, bedraagt deze minder dan die 2% en kan deze zelfs tijdelijk onder de 0 duiken, terwijl deze in tijden van economische voorspoed over de 4% heen kan gaan. In dit betoog negeer ik de conjuncturele invloeden omdat ik naar een veel langere termijn kijk. De 2% economische groei is dan een goed gemiddelde.
Uitgaande van deze 2% economische groei, zien we dat het netto nationaal product, ofwel datgene wat we met zijn allen per jaar produceren, elke 35 jaar verdubbelt. Aangezien we datgene wat we met zijn allen produceren ook met zijn allen verdienen, is het gemiddelde inkomen van de Nederlander sinds 1969 tweemaal zo hoog geworden, na correctie voor inflatie. En daarmee zou, bij gelijkblijvende belastingdruk, ook de overheid sindsdien tweemaal zoveel te besteden hebben. Op de korte en middellange termijn zal deze structurele economische groei wel aanhouden. Op de lange termijn natuurlijk niet, maar aangezien het hele kapitalistische systeem aaneen hangt van de onvermijdelijkheid van structurele economische groei is dat een andere discussie die ik hier niet wil voeren. Het is in ieder geval niet onrealistisch te voorspellen dat de economie door innovatie tot 2020 nog steeds met 2% per jaar zal groeien.
De piek van de vergrijzing zal rond 2020 vallen: De babyboomers, de mensen geboren van 1945-1955, zullen dan tussen de 65 en 75 jaar oud zijn, genoeg om gepensioneerd te zijn maar niet oud genoeg om massaal te sterven. Na 2025 zullen de babyboomers sterven en zal de druk op de werkenden afnemen en stabiliseren op 0.35 oudere per werknemer. Vandaar dat ik 2020 als rekenjaar neem.
Ten opzichte van nu zal de economie dan 37% gegroeid zijn. Is 37% meer inkomen per werkende genoeg om de kosten van tweemaal zoveel ouderen per werkende te betalen, of gaan werkenden erop achteruit? Daartoe moeten we beschouwen hoeveel procent van die belasting nu richting ouderenzorg gaat.
Allereerst de kosten van de gezondheidszorg voor ouderen. De totale kosten van de gezondheidszorg bedragen in 2004 41 mld euro (bron: miljoenennota), ofwel ongeveer 10% van het BBP. Hiervan wordt 44% door ouderen geconsumeerd. Laten we, zoals boven al gezegd, aannemen dat de kosten van 1998 voor ouderen verdubbelen (in werkelijkheid wordt verwacht dat de 44% stijgt tot 61% in 2035, weliswaar 61% van een gestegen budget, dus zal de verdubbeling die ik hier noem niet heel gek zijn) en dat dus in 2020 de totale kosten van de gezondheidszorg voor ouderen 36 mrd zullen bedragen. Daar komt de AOW dan nog bij: Bij gelijkblijvende AOW zullen de kosten van AOW in 2020 4 miljoen mensen een AOW uitkering ontvangen. Deze zal dan dus ruwweg 44 miljard kosten (we betalen een oudere ongeveer 960 euro per maand als deze zijn hele leven gewerkt heeft). Het totaal van AOW + zorgkosten bedraagt dan dus 80 miljard. De extra kosten vanwege de vergrijzing bedragen de helft daarvan (we hebben nu tenslotte ook al ouderen), dus 40 miljard.
het NNP bedraagt nu ruwweg 230 miljard euro. Een stijging van 37% betekent dat we in 2020 ongeveer 85 miljard meer verdienen.
De conclusie is dus dat de welvaartsgroei in de 16 jaar tussen nu en 2020 prima in staat is de kosten van de vergrijzing te compenseren. Sterker nog, we zullen er in 2020 qua welvaart nog steeds beter aan toe zijn dan nu, hoewel de vergrijzing een serieuze hap neemt uit de groei van ons inkomen. Maar hij zal ons niet tot de bedelstaf dwingen, of zelfs maar een achteruitgang in welvaart veroorzaken. Snijden in de sociale zekerheid om de vergrijzing te bekostigen, zoals het kabinet doet, is in ieder geval niet noodzakelijk vanuit het oogpunt van de vergrijzing.
Natuurlijk is het beeld in bovenstaande post op bepaalde punten simplistisch. Zo heb ik de daling van het aantal WAOers omdat deze met pensioen gaan (meer dan 400.000 WAOers zijn nu al ouder dan 55 jaar en zullen in 2020 allang met pensioen zijn), niet meegerekend. Wat ik ook niet meegerekend heb is dat ouderen wel degelijk een inkomen hebben: Namelijk een zelf bij elkaar gespaard inkomen uit pensioensfondsen, en dat dus niet alle kosten die de zorg voor ouderen kost, door werkenden gedragen hoeven worden. Een ander effect dat moeilijk mee te rekenen is, is het effect van de daling van de beroepsbevolking op de economische groei wanneer de babyboomers met pensioen gaan. Ik denk echter niet dat dat een drastisch effect zal hebben. Ten eerste zitten er over de grens miljoenen Duitsers en oost-europeanen te wachten op werk, en aangezien arbeidsmigratie binnen de EU gemakkelijk is, zullen zij hier banen op kunnen vullen. Ten tweede kan (en moet!) deze daling afgevlakt worden door mensen met prepensioen te laten gaan, zodat de nederlandse economie zich aan kan passen. En ten derde zal het de werkloosheid, waar Nederland nu last van heeft, tegen gaan.
Ondanks oversimplificatie van de nederlandse economie toont deze post wel aan dat vergrijzing niet zo'n groot probleem is als door velen in de politiek beweerd wordt. We zullen ervoor in moeten leveren, dat is duidelijk. Maar dat betekent niet dat het stelsel onhoudbaar is of dat de vergrijzing de nieuwe apocalyps is en dat een hervorming noodzakelijk is, integendeel. We moeten ons afvragen hoeveel een goed stelsel ons waard is. Maar dat we het kunnen betalen zonder onszelf uit de markt te prijzen, is duidelijk.
[ Voor 6% gewijzigd door Verwijderd op 10-10-2004 16:36 ]