Ik vind het zeker niet verkeerd dat mensen elkaar in leven willen houden. Enige nadeel is, dat onze overlevingsdrang uiteindelijk onze kop zal gaan kosten. Er zal ooit een keer een wereldwijde plaag uitbreken waar niemand imuun tegen is doordat eventuele genen die er wel tegen zouden kunnen uitgestorven, danwel ernstig verzwakt zijn door de zwakke genenpoel.
Dat acht ik hoogst onwaarschijnlijk. Misschien is het goed om eens een uitleg te geven van hoe het immuunsysteem precies werkt.
Het afweersysteem is onder te verdelen in twee onderdelen: Het "innate" immuunsysteem en het "adaptive" immuunsysteem. Het innate immuunsysteem is niet erg specifiek en is constant actief in je lichaam. Het valt infecterende organismen aan op een aantal essentiele moleculen, en is daardoor in staat om binnen een uur na een infectie te beginnen met het vernietigen van de indringers. Dit deel van het immuunsysteem werkt vooral goed bij beginnende infecties: Gemiddeld wordt een mens zeven maal per dag geinfecteerd door een verkoudheidsvirus, maar doordat het innate immuunsysteem deze infecties meestal vroegtijdig weet te stoppen, zijn wij niet constant verkouden. Wanneer we dit wel worden, is het innate immuunsysteem datgene wat voorkomt dat we binnen 48 uur dood zijn: Doordat het het grootste deel van de virussen doodt, verloopt de infectie veel minder snel dan die zou doen als het virus zijn gang kon gaan.
Het innate immuunsysteem is echter niet altijd in staat om infecties helemaal uit te roeien. Soms is een virus of een bacterie in staat om ondanks de afweer langzaam te groeien en verliest het innate immuunsysteem de strijd. Gelukkig hebben we echter nog een tweede systeem, namelijk het adaptive immuunsysteem. Dit is in staat heel specifiek delen van eiwitten die kenmerkend zijn voor lichaamsvreemde eiwitten te herkennen en daar een zichzelf versterkende reactie tegen in te zetten. Deze reactie is veel sterker dan die van het innate immuunsysteem. Het proces van herkennen van de lichaamsvreemde eiwitten en daar vervolgens een immuunreactie tegen opzetten, kost echter een aantal dagen.
Voor deze herkenning zijn twee systemen van belang: Het vreemde eiwit moet aan de cellen van de adaptive immuunrespons aangeboden worden via een complex van eiwitten dat MHC2 genoemd wordt. Vervolgens moet het herkend worden door een antigen receptor. Dit zijn dus de twee punten waarop het mis kan gaan: Als een nieuwe plaag de gehele mensheid uit moet roeien, moet deze of in geen enkele MHC2 passen, en/of in geen enkele antigenreceptor.
Wat betreft de MHC2 receptor, daarvan heeft elke mens zes genen, verdeeld in twee groepen van drie. Een willekeurig lid van de eerste groep bindt aan een willekeurig lid van de tweede groep, waardoor er een MHC2 complex ontstaat (voor de immunologen onder ons: Dit is inderdaad een versimpeling

). Bovendien heeft ieder mens de genen van zowel zijn vader als zijn moeder, waardoor er van elk lid van die 6 genen twee varianten voorkomen. Er zijn dus op een menselijke cel ongeveer 20 verschillende MHC-complexen. Dat lijkt niet veel, maar omdat ieder MHC-complex heel veel verschillende eiwitten kan binden, is het niet waarschijnlijk dat geen enkel eiwit "past".
Soms zal dit natuurlijk wel voorkomen. Een individu dat daardoor niet in staat is een afweerrespons te genereren, sterft. Gelukkig zijn MHC2 genen heel polymorf: Er komen in de menselijke populatie zeer veel verschillende allelen (varianten) van voor. Hierdoor is de kans dat geen enkel mens in staat is een bepaald eiwit op een MHC2 complex te binden, erg klein. Wel kan het dus voorkomen dat het juiste MHC2 complex bij bijvoorbeeld slechts 1% van de bevolking voorkomt, en dat de overige 99% dus sterft. Echter, omdat deze 1% zich vervolgens voortplant, zal na de epidemie een veel groter deel van de bevolking een immuunrespons kunnen vormen tegen hetzelfde virus, en zal een volgende epidemie dus minder erg zijn.
(Overigens blijkt uit onderzoek dat binnen relaties de diversiteit in de MHC2 genen van de man en de vrouw groter is dan op basis van statistiek verwacht mag worden. Een mogelijke verklaring voor deze correlatie is dat mensen diegenen aantrekkelijk vinden die zo verschillend mogelijke MHC2 genen hebben - Wat uit evolutionair oogpunt gunstig is voor de overlevingskansen van het nageslacht. Ook uit een onderzoek naar lichaamsgeuren blijkt dat mensen de geur van iemand die andere MHC2 genen heeft, aantrekkelijker vinden dan de geur van mensen met dezelfde MHC2 genen.)
De huidige globalisering versterkt MHC2-diversiteit. Doordat mensen uit verschillende werelddelen kinderen krijgen, worden nieuwe MHC2-varianten in een populatie gebracht. En hoe meer diversiteit er is, hoe groter de kans dat enkele mensen een epidemie zullen overleven.
Wat betreft de antigen receptoren: Hiervan is er een vrijwel eindeloos aantal. Ieder mens heeft ongeveer duizend miljard verschillende. Dit aantal ontstaat door recombinatie van DNA op een beperkt aantal genen. Ik zie niet hoe een verminderde selectiedruk er een bijdrage aan levert dat dit aantal zou veranderen.
Wat betreft het verzwakken van het immuunsysteem is het dus moeilijk voor te stellen hoe een veronderstelde verminderde selectie het immuunsysteem zou ondergraven. In ieder geval op dit moment sterft iemand die deficient is in het innate of in het adaptive immuunsysteem, ver voor zijn puberteit. Er vindt op dit moment nog wel degelijk selectie plaats, wij worden immers iedere dag opnieuw geconfronteerd met infecties die ons binnen uren of dagen zouden doden als er in het immuunsysteem een fout zou zitten. Ik denk dus ook niet dat de westerse mens door evolutie zijn afweersysteem (deels) verliest. Door de huidige levensstijl van de westerse mens wordt de diversiteit binnen de populatie juist versterkt. De kans dat de hele mensheid uitgeroeid wordt door een plaag is vrijwel nonexistent: Er is altijd wel iemand die er een goede immuunrespons tegen op kan zetten. Echter, dat betekent niet dat gemakkelijk 90% of meer van de wereldbevolking uitgeroeid kan worden door een virus.
Ik weet trouwens neit zeker of kanker de meest dodelijke ziekte is aangezien er, mits tijdig ontdekt, nog wel wat tegen te doen is. Volgens mij is HIV toch een van de dodelijkste ziektes, ookal zit dat niet in genen.
99,99% van alle patienten met een tumor geneest uit zichzelf. In het lichaam vormen zich voortdurend tumoren, maar het afweersysteem is erop toegerust om een afweerreactie tegen deze tumoren te genereren: In deze tumoren worden immers lichaamsvreemde, gemuteerde, eiwitten gemaakt, die door het adaptive immuunsysteem herkend kunnen worden. Cellen met deze eiwitten worden vervolgens gedood. Maar een zeer klein deel van alle tumoren is in staat te ontsnappen aan het immuunsysteem. Zo bezien kan kanker als een veelvoorkomende maar niet erg gevaarlijke ziekte beschouwd worden. Echter, over het algemeen spreken we pas van kanker wanneer een tumor aan het afweersysteem ontsnapt is en niet meer onder controle gehouden kan worden. De kans dat een ingrijp dan nog lukt, varieert sterk, naar gelang van het soort kanker, hoe groot deze is, en waar deze zich bevindt.
HIV is strikt genomen helemaal niet dodelijk: Het HIV-virus kan slechts een zeer beperkte groep cellen aanvallen en brengt verder weinig schade toe. Echter, helaas zijn deze cellen onderdeel van de adaptive immuunrespons. Hierdoor worden tumoren niet meer opgeruimd, kunnen verkoudheidsvirussen hun gang gaan, en is dus elke infectie potentieel dodelijk. Toch geldt ook voor HIV dat dit virus tijdens de meeste infecties door het immuunsysteem onder controle gehouden wordt. Maar als het eenmaal aan deze controle ontsnapt, is het zeer moeilijk in de hand te houden.