In den beginne was er 10Base-5, ook wel Thick Ethernet genoemd.
10 voor Mbps
Base voor baseband-technologie (i.p.v. broadband-technologie)
5 voor een maixmale segment-lengte van 500 yards.
Het medium hierbij is een ca 1 cm dikke kabel met een impedantie van 50 Ohm, en een afsluitweerstand aan beide einden. Om systemen met deze kabel te verbinden zijn er elke 2.5 m markeringen aangebracht waarop een transceiver letterlijk wordt ingeprikt (je kunt voorboren). Dit heet een "vampire tap". Vanaf de transceivers loopt dan een kabel (drop-cable) met een maximale lengte van 15m naar de stations. Later is er een systeem bedacht waarmee met N-connectoren de transceivers tussen de kabel-segmenten werd ingeschroefd, hoewel dit betekende dat je netwerk wel werd onderbroken tijdens de montage van een transceiver (als je snel was, en het binnen ca. 20s deed, zorgden retries ervoor dat niemand wat merkte !).
Het nadeel van deze kabel : duur en moeilijk te installeren vanwege de stijfheid. Er is toen een tweede oplossing bedacht, Thin Ethernet, 10Base-2 (segment-lengte 200 yards). Dit is een veel flexibeler kabel, ook 50 Ohm impedantie, ook afsluit-weerstanden aan weerszijde, waarbij de stations m.b.v. een T-stukje met een BNC-bajonet-aansluiting tussen de losse kabel-segmenten worden aangesloten. Er mag geen kabel tussen T-stukje en systeem worden aangelegd, dus het nadeel is dat de kabel ook echt tot op de werkplek moet worden geleid.
Beide kabel-typen hebben tot nadeel dat een probleem met de kabel het hele netwerkje plat legt.
Als je beide bekabelings-typen wilt koppelen, dan zet je er gewoonlijk een repeater of een bridge tussen, maar echt zuinige mensen gebruiken gewoon een verloop-adapter, en dat werkt ook nog.
De drang om Ethernet ook via bestaande gebouw-bekabeling te kunnen leiden resulteerde in de ontwikkeling van 10Base-T (T voor twisted pair). Hierbij wordt vanuit een centrale hub elk station apart aangesloten met een twisted-pair kabel met een impedantie van 100 Ohm en een maximale lengte van 100 yards.
Daarnaast bestaan in de 10 Mbps nog een aantal varianten, waaronder :
FOIRL : Fiber Optic Inter Repeater Link, een uitvoering van Ethernet over (multi-mode) glasvezel, die echter alleen tussen hubs en aanverwante componenten kan worden gebruikt, niet tussen hubs en computers. Maximale kabel-lengte 1 km.
10Base-FL, een uitwerking van FOIRL die ook voor computers mag worden gebruikt. Maximale kabel-lengte 2 km. Tussen hubs mag ook een FOIRL-hub worden gekoppeld met een 10Base-FL hub, maar de maximale kabel-lengte bedraagt dan 1 km.
10Broad-36, een Ethernet-versie die gebruik maakt van 75 Ohm televisie-kabel, en dan de broadband technologie i.p.v. baseband. 3600 yards kabel-lengte maakt dit interessant voor lange-afstand werk.
LattisNet, een niet-gestandaardiseerde Ethernet-variant van Synoptics, ontwikkeld om aan de vraag naar Ethernet over UTP-bekabeling te voldoen voordat de standaard-organisaties klaar waren met de definitie van 10Base-T. Door een andere keuze van "wie is er verantwoordelijk voor de signaal-kwaliteit" werkt LattisNet niet samen met 10Base-T, en zijn ook PC-PC koppelingen met een cross-cable niet te maken.
Gaan we naar de 100 Mbps, dan wordt het wat eenvoudiger :
100Base-TX : categorie 5 UTP-bekabeling, 100 Ohm, 100 yards maximale kabel-lengte, dit is wat tegenwoordig het meest gebruikt wordt.
100Base-T4 : categorie 3 UTP-bekabeling, 100 Ohm, 100 yards maximale kabel-lengte. Om de te slechte kwaliteit van de CAT-3 kabel te compenseren worden alle 4 paren van de kabel benut, terwijl de andere UTP-technieken maar 2 van de 4 paren gebruiken.
100Base-FX : glasvezel-bekabeling, ofwel multi-mode tot 2 km, ofwel single-mode tot 20 km.
Met Gigabit Ethernet kennen we :
1000Base-LX en 1000Base-SX, beide glasvezel-uitvoeringen, maar gebruikmakend van langere of kortere golflengtes licht.
Gewoonlijk wordt 1000Base-LX gebruikt in combinatie met single-mode glasvezel tot 5 km, en 1000Base-SX met multi-mode glasvezel tot 550 m.
1000Base-CX, over dubbel twinax-kabel, afstanden tot 50 m.
1000Base-T, over categorie-5 of -5e (extended) bekabeling, gebruik maken van alle 4 de paren (vergelijk 100Base-T4), tot 100 m maximale kabel-lengte.
Zo, moet je even mee vooruit kunnen, dus ik laat netwerk-technologieen als FDDI/CDDI, ATM en FibreChannel maar even achterwege.
En anders gewoon een paar van de termen loslaten op zoek-machines, bijvoorbeeld op de sites van 3Com of Cisco.
The number of things that Arthur couldn't believe he was seeing was fairly large