In het kort:
Bij een NAS heb je geen toegang tot de fysieke disk, het laagste niveau wat je kunt 'zien' is het filesystem. Een NAS disk kun je dan van buitenaf niet partitioneren of formatteren.
Zo'n NAS systeem is dan ook een fileserver en deelt alleen shares uit (CIFS of NFS).
In de meeste gevallen kun je helemaal niets bepalen over het interne filesystem, omdat de NAS doos dat zoveel mogelijk optimaliseert voor zijn functie (filesharing).
Voor wat het waard is, een EMC Celerra gebruikt bijvoorbeeld DART als filesystem, een Netapp Filer gebruikt WAFL. Nooit van gehoord? Niet erg, als een NAS gebruikt kom je vrijwel nooit in aanraking met de interne werking van de disks.
Een SAN geeft je een toegang tot een fysieke disk, welke je dan ook kunt partioneren en formatteren. Je kunt (moet) dan zelf bepalen welk filesystem je op de disk zet, daarna gebruik je de disks van een SAN zoals je iedere 'normale' disk zou gebruiken.
Een NAS kan natuurlijk ook zonder eigen disks worden geleverd, daarvoor kan je dan een SAN gebruiken zodat jouw SAN disken levert aan een NAS
Om het nog wat ingewikkelder te maken, is bij een SAN een fysieke disk vrijwel nooit als een fysieke disk zichtbaar. De controller in een SAN diskarray kan een aantal disken combineren in bijvoorbeeld een RAID set en de hele raidset of een gedeelte ervan als disk zichtbaar maken aan de machine die je eraan hangt.
Dit wordt meestal een LUN genoemd, hoewel dit weer leverancier afhankelijk is ... EMC gebruikt bijvoorbeeld weer het begrip volume en daarbij kun je dan een aantal volumes combineren tot een meta-volume.
Beiden, zowel het volume en de meta-volume zijn op een systeem zichtbaar als een 'gewone' fysieke' disk. De disk die je dan ziet is dus een virtuele disk. Die disk is dan ook nog weer sharable en kan op meerdere systemen gelijktijdig worden gebruikt, wat weer belangrijk is voor clusters.
De eenvoudigste vergelijking is dit:
Je hebt een PC met een harde schijf. Vervang de IDE kabel met een soort netwerk met een hub om meerdere PC's aan dezelfde harde schijf te hangen en wat je dan hebt is een SAN.
Daarom heet het ook Storage Area Network, je hebt een netwerk om jouw harde schijven een een of meerdere PC's te hangen. Elke PC kan nu elke harde schijf benaderen en formatteren enz. enz. Elke PC's ziet dan ook een normale harde schijf.
Stel ej nu diezelfde PC met harde schijf voor, met de normale IDe kabel en zet dan een OS op die harde schijf. Maak nu een share van die harde schijf (NFS of CIFS) en voila! je hebt een NAS doosje

Vanaf een andere PC kun je nu NIET die harde schijf benaderen, omdat de PC (wat nu een NAS is) aan de buitenwereld alleen de share laat zien. Een share kun je vanaf een andere PC niet formatteren, wel kun je bestanden plaatsen, wissen, hernoemen enz.
Dan (eindelijk) terugkomen op de door jou genoemde block I/O en file I/O.
Bij een SAN kun je block I/O doen omdat jouw systeem een 'normale' harde schijf ziet, met sectoren van 512* bytes. Elke sector kun je rechtstreeks benaderen, dus block I/O.
Een NAS staat niet toe dat je van buitenaf met de disk 'praat' en laat alleen een filesystem zien. Je kunt dus de schijf NIET rechtsreeks benaderen en je kunt dan geen block I/O doen. Wel kun je de bestanden benaderen, dus file I/O.
Dat er ook NAS dozen zijn die weer block I/O toelaten en SAN arrays die weer geen block I/O toelaten maakt het allemaal iets te ingewikkeld en laat ik hier ook maar buiten
edit: voor de muggezifters, ja, er zijn systemen die een andere blocksize dan 512 bytes gebruiken (AS/400 bijv. met 520 bytes) en ook die kunnen een SAN gebruiken.
[
Voor 4% gewijzigd door
DeBolle op 26-05-2004 21:21
]