Sinds in 1972 de club van Rome haar rapport "limits of growth" publiceerde, staat het principe van eeuwige groei van de economie ter discussie. Hoewel de modellering waarop het rapport haar voorspellingen baseerde met de kennis van vandaag onaanvaardbaar simplistisch en daardoor absoluut inaccuraat is, blijven de grondslagen van het rapport grotendeels overeind waar het gaat om depletie van grondstoffen. De depletie van met name aardolie is het onderwerp van mijn beschouwing in dit topic, en na een beschouwing van de feiten zal ik een aanzet geven voor een discussie over de gevolgen van de zogenaamde "hubbert-peak" in de olieproductie.
In de westerse economie beschouwen wij economische groei welhaast als een natuurwet: De economie vertoont jaarlijks een trendmatige (dus voor conjuncturele effecten gecorrigeerde) groei van enkele procenten. Ons hele economisch bestel is gebaseerd op deze groei: Zonder deze groei loont het immers niet te investeren, is het dus ook niet mogelijk rente, dividend of enige andere opbrengst te verdienen op uitstaand kapitaal.
Toch is een trendmatige groei van enkele procenten per jaar op de langere termijn een onrealistische verwachting. Dit is namelijk een vorm van exponentiele groei, waarin elke procent groei het jaar erop weer tot extra groei moet leiden om hetzelfde groeipercentage te bereiken. In de natuur kennen we deze vorm van groei in zeer veel processen ook: Bijvoorbeeld de groei van bacterien, de uitbreiding van een bosbrand, en andere snel escalerende processen.
Een enkele E. Coli bacterie kan theoretisch binnen een week zoveel nakomelingen vormen dat hun totale gewicht dat van de aarde overschrijdt. Dat is de kracht, de explosiviteit, van exponentiele groei. Dat dit niet gebeurt heeft 1 oorzaak: De hoeveelheid grondstoffen die de bacterie nodig heeft is limiterend. Als je een bacterie in een literfles met vloeibare voeding groeit, bereikt hij met zijn nakomelingen binnen 24 uur het punt waarop hij de meerderheid van het voedsel geconsumeerd heeft. Op dit moment is er niet genoeg voedsel om ongeremd te blijven reproduceren en zwakt zijn groei af. Vrij snel bereikt hij het punt waarop al het voedsel geconsumeerd is, waarna de bacterien langzaam afsterven en zich bewapenen tegen een lange periode van hongersnood.
Exponentiele groei in de natuur wordt altijd geremd door grondstofgebrek, en zwakt dan uiteindelijk af tot er geen groei meer optreedt. Ditzelfde zal ooit gebeuren met de menselijke economie, ook deze is afhankelijk van grondstoffen, waarvan bij steeds grotere omvang van de economie steeds meer geconsumeerd wordt. Deze grondstoffen zijn eindig, en daarmee is ook de economische groei eindig.
De vraag is natuurlijk wanneer deze grondstoffen op zijn. Sommige grondstoffen zijn in bijna oneindige mate aanwezig, maar dit geldt helaas niet voor de belangrijkste grondstof: Olie. Zou Faust zich in deze tijd afvragen wat de wereld in diepste zin bijeen houdt, dan was het antwoord niet moeilijk te geven: Onze hele beschaving staat of valt met olie.
Olie is een eindige grondstof: Het wordt verwaarloosbaar langzaam geproduceerd en komt slechts op enkele plaatsen op aarde voor. De club van Rome waarschuwde begin jaren 70 al voor het opraken van de voorraad olie, maar deed dit achteraf gezien helaas in iets te pessimistische termen. Volgens hun voorspellingen zou de olie nu ongeveer al op moeten zijn. Toen deze voorspelling niet uitkwam, is in de publieke opinie het idee ontstaan dat het allemaal wel mee zal vallen, en dat de hoeveelheid olie in ieder geval nog tot diep in de volgende eeuw toereikend zal zijn of zelfs dat de ontdekking van nieuwe olie de winning ervan vooruit zal blijven snellen. Hiermee is ook het werkelijke probleem van het opraken van de olievoorraad gebagatelliseerd: Dat van stijgende olieprijzen bij toenemende vraag.
Op dit moment is, in tegenstelling tot de voorspellingen uit 1972, minder dan de helft van alle aangetoonde oliereserves op aarde gewonnen (grafiek 1). Dit betekent echter niet dat de nog bestaande reserves ons nog deze hele eeuw kunnen ondersteunen: Omdat de economie exponentieel groeit, en een groot deel van de mensheid (China en India) pas nu aan massale olieconsumptie gaat beginnen, zal de vraag naar olie de komende jaren dramatisch en exponentieel toenemen. Dit betekent dat de productie ieder jaar exponentieel zal moeten stijgen om het huidige economisch stelsel te ondersteunen. Als dit zou lukken, zou de resterende olie in een fractie van de tijd geconsumeerd die het gekost heeft de eerste helft van de olie op te maken. Toch zou dit nog enkele decennia kosten.

Grafiek 1: Gewonnen olie ten opzichte van bewezen voorraden
Echter, we stuiten hier op een veel groter probleem, namelijk dat van oliewinning. De olie-output van een veld verloopt volgens de Hubbert-curve. De olie-output stijgt bij het begin van exploitatie, wordt vervolgens een tijd gelimiteerd door de hoeveelheid pompen in het veld, en eindigt wanneer het einde van het veld in zicht komt: De resterende olie wordt steeds moeilijker te winnen en hierdoor daalt de hoeveelheid geproduceerde olie lang voordat het veld leeg is. Deze daling zet zich in zodra het veld ruwweg half leeg is.
De optelsom van alle olievelden ter wereld volgt ook een soortgelijke curve. Dit leidt tot de volgende grafiek wat betreft de hoeveelheid geproduceerde olie per jaar (grafiek 2), waarin overigens de verwachte nieuwe vondsten aan olievelden reeds betrokken zijn.

Grafiek 2: Voorspelde en gemeten olieproductie per jaar
Het probleem is dus niet zozeer dat de olie binnenkort opraakt, volgens deze voorspelling zal zelfs in 2100 nog wat olie gewonnen kunnen worden. Echter, de productie kan niet veel verder opgeschaald worden, wat ertoe leidt dat zeer binnenkort, in de meest conservatieve schattingen binnen nu en 2015, het aanbod niet meer aan de exponentieel stijgende vraag kan voldoen. In een kapitalistisch systeem als het onze zal dan de prijs voor olie zo ver gaan stijgen dat de vraag dusdanig afneemt dat deze bij het aanbod past. De vraag is natuurlijk wat dit voor effect op onze maatschappij, op onze levensstandaard heeft.
In ieder geval zal de hoeveelheid olie per wereldinwoner niet langer kunnen stijgen, maar dalen (grafiek 3)

Grafiek 3: Hoeveelheid olie per hoofd van de wereldbevolking
Op dit moment heeft de maatschappij een serieus probleem. Olie is niet alleen benodigd voor de huidige energieproductie, maar ook voor de productie van kunststoffen, kunstmest, en voor transport, en daarmee is olie betrokken bij 99,9% van onze productie. Olie staat daarmee aan het fundament van onze maatschappij, en dus stort de maatschappij zoals wij die kennen zeker in indien er onvoldoende olie beschikbaar is. Het zal de lezers van dit topic weinig moeite kosten via Google een aantal sites te vinden die op basis hiervan de apocalyps voorspellen.
In dit topic wil ik het hebben over het waarheidsgehalte van deze doemscenario's. In hoeverre kan onze maatschappij zonder olie? Ik wil het dus uitdrukkelijk niet hebben over het waarheidsgehalte van bovenstaande grafieken of beschrijvingen. Dat de fossiele brandstoffen binnen een systeem van eindig aanbod en exponentieel stijgende vraag, opraken, is een feit waarover niet te twisten valt, en het precieze wanneer (als in nu, over 10 of over 25 jaar) is voor deze discussie niet zo van belang.
Om deze vraag te beantwoorden is een opsplitsing naar toepassing van olie noodzakelijk. Er is immers geen enkele energiebron die olie op alle punten kan vervangen. Vandaar dat voor de verschillende functies van olie verschillende oplossingen benodigd zijn.
Allereerst de functie van energievoorziening. Ik denk dat olie hier het gemakkelijkst vervangen kan worden, aangezien er legio alternatieven zijn. Waterkracht is in sommige landen al de belangrijkste energiebron, en het zal niet veel moeite kosten in geschikte gebieden deze vorm van betrouwbare schone energie uit te breiden. Weliswaar zullen er milieubezwaren en demografische bezwaren overwonnen moeten worden, maar hiertoe acht ik een kapitalistische maatschappij absoluut in staat. Tevens heeft windenergie een hoog rendement, hoewel de benodigde investeringen niet gering zijn. Zonne-energie is in bepaalde situaties ook een werkzame oplossing. Bovendien kan op de korte termijn kolen- en nucleaire energie een significante bijdrage leveren, hoewel uranium als het massaal gebruikt wordt ook vrij snel de hubbert-top zal bereiken en kolenwinning op grote praktische bezwaren stuit.
Maar olie heeft meer functies. Een andere is die van mobiele energiedrager. Gas kan deze taak overnemen, maar heeft een veel lagere energiedichtheid en zal bovendien ook snel opraken als het massaal gebruikt wordt om olie te vervangen. Een andere mogelijkheid is waterstof, maar ook dat heeft een relatief lage energiedichtheid en bovendien moet het geproduceerd worden, wat tot een extra energiebehoefte leidt. Toch is dit een duurzamere energiedrager, omdat het geproduceerd kan worden, wat met olie en gas veel moeizamer is. Biologisch geproduceerde olie kan voorlopig niet in zodanige volumes geproduceerd worden dat het ook maar enigzins tegemoet kan komen aan de functie van olie als energiedrager. Hetzelfde bezwaar geldt natuurlijk ook voor waterstof.
Tot slot is olie benodigd als grondstof voor fabricage van kunststoffen. Hier is het het lastigst te vervangen, voor de productie van kunststoffen blijven koolwaterstoffen tenslotte noodzakelijk. Hoewel er op het gebied van bioplastics wel enige vooruitgang is, blijft olie hier noodzakelijk. Maar misschien dat de hoeveelheid olie die geproduceerd wordt indien zij niet benodigd is als energiebron of -drager, aangevuld met synthetisch of biologisch geproduceerde olie, voor langere tijd voldoet.
De grootste vraag is echter of onze maatschappij in staat is om te schakelen naar andere energiebronnen en -dragers. Een kapitalistische democratie is een logge, trage en kortzichtige bestuursvorm en daarom valt niet te verwachten dat het probleem van oliedepletie al te snel serieus genomen wordt. Dit is wel noodzakelijk aangezien voor de omschakeling een enorme investering van, jawel, olie noodzakelijk is. Een dergelijke omschakeling vereist lange-termijnplanning en diepte-investeringen die zich pas terugbetalen na vele decennia, en betekent bovendien het einde van de ongebreidelde economische groei. Hebben aandeelhouders zoveel geduld en zijn bedrijven en overheden in staat te investeren in het gewin van de mensheid in plaats van het eigen gewin? Ik vraag me ten zeerste af of dat mogelijk is in ons systeem. Indien er echter niets gebeurt, komt er een moment dat een omschakeling naar andere energiebronnen niet meer mogelijk is omdat de investeringen door de instortende economie niet meer opgebracht kunnen worden. Wat dan rest, is welvaartsterugloop, hongersnood en massa-vernietiging, waarbij een zodanig deel van de mensheid sterft dat de rest in staat is te leven zonder de levensverlengende en opbrengstverhogende vooruitgangen van de afgelopen 150 jaar. Vast staat in ieder geval dat dat slechts een fractie van de huidige wereldbevolking zal zijn.
Zou het mogelijk zijn een dergelijke neerwaardse spiraal te vermijden en de olie-economie om te buigen naar een economie die niet afhankelijk is van oprakende energiebronnen?
grafieken met dank aan http://www.hubbertpeak.com en http://energycrisis.org
In de westerse economie beschouwen wij economische groei welhaast als een natuurwet: De economie vertoont jaarlijks een trendmatige (dus voor conjuncturele effecten gecorrigeerde) groei van enkele procenten. Ons hele economisch bestel is gebaseerd op deze groei: Zonder deze groei loont het immers niet te investeren, is het dus ook niet mogelijk rente, dividend of enige andere opbrengst te verdienen op uitstaand kapitaal.
Toch is een trendmatige groei van enkele procenten per jaar op de langere termijn een onrealistische verwachting. Dit is namelijk een vorm van exponentiele groei, waarin elke procent groei het jaar erop weer tot extra groei moet leiden om hetzelfde groeipercentage te bereiken. In de natuur kennen we deze vorm van groei in zeer veel processen ook: Bijvoorbeeld de groei van bacterien, de uitbreiding van een bosbrand, en andere snel escalerende processen.
Een enkele E. Coli bacterie kan theoretisch binnen een week zoveel nakomelingen vormen dat hun totale gewicht dat van de aarde overschrijdt. Dat is de kracht, de explosiviteit, van exponentiele groei. Dat dit niet gebeurt heeft 1 oorzaak: De hoeveelheid grondstoffen die de bacterie nodig heeft is limiterend. Als je een bacterie in een literfles met vloeibare voeding groeit, bereikt hij met zijn nakomelingen binnen 24 uur het punt waarop hij de meerderheid van het voedsel geconsumeerd heeft. Op dit moment is er niet genoeg voedsel om ongeremd te blijven reproduceren en zwakt zijn groei af. Vrij snel bereikt hij het punt waarop al het voedsel geconsumeerd is, waarna de bacterien langzaam afsterven en zich bewapenen tegen een lange periode van hongersnood.
Exponentiele groei in de natuur wordt altijd geremd door grondstofgebrek, en zwakt dan uiteindelijk af tot er geen groei meer optreedt. Ditzelfde zal ooit gebeuren met de menselijke economie, ook deze is afhankelijk van grondstoffen, waarvan bij steeds grotere omvang van de economie steeds meer geconsumeerd wordt. Deze grondstoffen zijn eindig, en daarmee is ook de economische groei eindig.
De vraag is natuurlijk wanneer deze grondstoffen op zijn. Sommige grondstoffen zijn in bijna oneindige mate aanwezig, maar dit geldt helaas niet voor de belangrijkste grondstof: Olie. Zou Faust zich in deze tijd afvragen wat de wereld in diepste zin bijeen houdt, dan was het antwoord niet moeilijk te geven: Onze hele beschaving staat of valt met olie.
Olie is een eindige grondstof: Het wordt verwaarloosbaar langzaam geproduceerd en komt slechts op enkele plaatsen op aarde voor. De club van Rome waarschuwde begin jaren 70 al voor het opraken van de voorraad olie, maar deed dit achteraf gezien helaas in iets te pessimistische termen. Volgens hun voorspellingen zou de olie nu ongeveer al op moeten zijn. Toen deze voorspelling niet uitkwam, is in de publieke opinie het idee ontstaan dat het allemaal wel mee zal vallen, en dat de hoeveelheid olie in ieder geval nog tot diep in de volgende eeuw toereikend zal zijn of zelfs dat de ontdekking van nieuwe olie de winning ervan vooruit zal blijven snellen. Hiermee is ook het werkelijke probleem van het opraken van de olievoorraad gebagatelliseerd: Dat van stijgende olieprijzen bij toenemende vraag.
Op dit moment is, in tegenstelling tot de voorspellingen uit 1972, minder dan de helft van alle aangetoonde oliereserves op aarde gewonnen (grafiek 1). Dit betekent echter niet dat de nog bestaande reserves ons nog deze hele eeuw kunnen ondersteunen: Omdat de economie exponentieel groeit, en een groot deel van de mensheid (China en India) pas nu aan massale olieconsumptie gaat beginnen, zal de vraag naar olie de komende jaren dramatisch en exponentieel toenemen. Dit betekent dat de productie ieder jaar exponentieel zal moeten stijgen om het huidige economisch stelsel te ondersteunen. Als dit zou lukken, zou de resterende olie in een fractie van de tijd geconsumeerd die het gekost heeft de eerste helft van de olie op te maken. Toch zou dit nog enkele decennia kosten.

Grafiek 1: Gewonnen olie ten opzichte van bewezen voorraden
Echter, we stuiten hier op een veel groter probleem, namelijk dat van oliewinning. De olie-output van een veld verloopt volgens de Hubbert-curve. De olie-output stijgt bij het begin van exploitatie, wordt vervolgens een tijd gelimiteerd door de hoeveelheid pompen in het veld, en eindigt wanneer het einde van het veld in zicht komt: De resterende olie wordt steeds moeilijker te winnen en hierdoor daalt de hoeveelheid geproduceerde olie lang voordat het veld leeg is. Deze daling zet zich in zodra het veld ruwweg half leeg is.
De optelsom van alle olievelden ter wereld volgt ook een soortgelijke curve. Dit leidt tot de volgende grafiek wat betreft de hoeveelheid geproduceerde olie per jaar (grafiek 2), waarin overigens de verwachte nieuwe vondsten aan olievelden reeds betrokken zijn.

Grafiek 2: Voorspelde en gemeten olieproductie per jaar
Het probleem is dus niet zozeer dat de olie binnenkort opraakt, volgens deze voorspelling zal zelfs in 2100 nog wat olie gewonnen kunnen worden. Echter, de productie kan niet veel verder opgeschaald worden, wat ertoe leidt dat zeer binnenkort, in de meest conservatieve schattingen binnen nu en 2015, het aanbod niet meer aan de exponentieel stijgende vraag kan voldoen. In een kapitalistisch systeem als het onze zal dan de prijs voor olie zo ver gaan stijgen dat de vraag dusdanig afneemt dat deze bij het aanbod past. De vraag is natuurlijk wat dit voor effect op onze maatschappij, op onze levensstandaard heeft.
In ieder geval zal de hoeveelheid olie per wereldinwoner niet langer kunnen stijgen, maar dalen (grafiek 3)

Grafiek 3: Hoeveelheid olie per hoofd van de wereldbevolking
Op dit moment heeft de maatschappij een serieus probleem. Olie is niet alleen benodigd voor de huidige energieproductie, maar ook voor de productie van kunststoffen, kunstmest, en voor transport, en daarmee is olie betrokken bij 99,9% van onze productie. Olie staat daarmee aan het fundament van onze maatschappij, en dus stort de maatschappij zoals wij die kennen zeker in indien er onvoldoende olie beschikbaar is. Het zal de lezers van dit topic weinig moeite kosten via Google een aantal sites te vinden die op basis hiervan de apocalyps voorspellen.
In dit topic wil ik het hebben over het waarheidsgehalte van deze doemscenario's. In hoeverre kan onze maatschappij zonder olie? Ik wil het dus uitdrukkelijk niet hebben over het waarheidsgehalte van bovenstaande grafieken of beschrijvingen. Dat de fossiele brandstoffen binnen een systeem van eindig aanbod en exponentieel stijgende vraag, opraken, is een feit waarover niet te twisten valt, en het precieze wanneer (als in nu, over 10 of over 25 jaar) is voor deze discussie niet zo van belang.
Om deze vraag te beantwoorden is een opsplitsing naar toepassing van olie noodzakelijk. Er is immers geen enkele energiebron die olie op alle punten kan vervangen. Vandaar dat voor de verschillende functies van olie verschillende oplossingen benodigd zijn.
Allereerst de functie van energievoorziening. Ik denk dat olie hier het gemakkelijkst vervangen kan worden, aangezien er legio alternatieven zijn. Waterkracht is in sommige landen al de belangrijkste energiebron, en het zal niet veel moeite kosten in geschikte gebieden deze vorm van betrouwbare schone energie uit te breiden. Weliswaar zullen er milieubezwaren en demografische bezwaren overwonnen moeten worden, maar hiertoe acht ik een kapitalistische maatschappij absoluut in staat. Tevens heeft windenergie een hoog rendement, hoewel de benodigde investeringen niet gering zijn. Zonne-energie is in bepaalde situaties ook een werkzame oplossing. Bovendien kan op de korte termijn kolen- en nucleaire energie een significante bijdrage leveren, hoewel uranium als het massaal gebruikt wordt ook vrij snel de hubbert-top zal bereiken en kolenwinning op grote praktische bezwaren stuit.
Maar olie heeft meer functies. Een andere is die van mobiele energiedrager. Gas kan deze taak overnemen, maar heeft een veel lagere energiedichtheid en zal bovendien ook snel opraken als het massaal gebruikt wordt om olie te vervangen. Een andere mogelijkheid is waterstof, maar ook dat heeft een relatief lage energiedichtheid en bovendien moet het geproduceerd worden, wat tot een extra energiebehoefte leidt. Toch is dit een duurzamere energiedrager, omdat het geproduceerd kan worden, wat met olie en gas veel moeizamer is. Biologisch geproduceerde olie kan voorlopig niet in zodanige volumes geproduceerd worden dat het ook maar enigzins tegemoet kan komen aan de functie van olie als energiedrager. Hetzelfde bezwaar geldt natuurlijk ook voor waterstof.
Tot slot is olie benodigd als grondstof voor fabricage van kunststoffen. Hier is het het lastigst te vervangen, voor de productie van kunststoffen blijven koolwaterstoffen tenslotte noodzakelijk. Hoewel er op het gebied van bioplastics wel enige vooruitgang is, blijft olie hier noodzakelijk. Maar misschien dat de hoeveelheid olie die geproduceerd wordt indien zij niet benodigd is als energiebron of -drager, aangevuld met synthetisch of biologisch geproduceerde olie, voor langere tijd voldoet.
De grootste vraag is echter of onze maatschappij in staat is om te schakelen naar andere energiebronnen en -dragers. Een kapitalistische democratie is een logge, trage en kortzichtige bestuursvorm en daarom valt niet te verwachten dat het probleem van oliedepletie al te snel serieus genomen wordt. Dit is wel noodzakelijk aangezien voor de omschakeling een enorme investering van, jawel, olie noodzakelijk is. Een dergelijke omschakeling vereist lange-termijnplanning en diepte-investeringen die zich pas terugbetalen na vele decennia, en betekent bovendien het einde van de ongebreidelde economische groei. Hebben aandeelhouders zoveel geduld en zijn bedrijven en overheden in staat te investeren in het gewin van de mensheid in plaats van het eigen gewin? Ik vraag me ten zeerste af of dat mogelijk is in ons systeem. Indien er echter niets gebeurt, komt er een moment dat een omschakeling naar andere energiebronnen niet meer mogelijk is omdat de investeringen door de instortende economie niet meer opgebracht kunnen worden. Wat dan rest, is welvaartsterugloop, hongersnood en massa-vernietiging, waarbij een zodanig deel van de mensheid sterft dat de rest in staat is te leven zonder de levensverlengende en opbrengstverhogende vooruitgangen van de afgelopen 150 jaar. Vast staat in ieder geval dat dat slechts een fractie van de huidige wereldbevolking zal zijn.
Zou het mogelijk zijn een dergelijke neerwaardse spiraal te vermijden en de olie-economie om te buigen naar een economie die niet afhankelijk is van oprakende energiebronnen?
grafieken met dank aan http://www.hubbertpeak.com en http://energycrisis.org
[ Voor 5% gewijzigd door Verwijderd op 13-05-2004 23:24 ]