De Amerikaanse psycholoog Howard Gardner en zijn team van Harvard-medewerkers hebben onderzoek gedaan naar verschillende soorten van intelligentie.
Conclusie; intelligentie is een veelvoudige realiteit.
De intelligentietests die nu worden afgenomen meten feitelijk slechts een deel van onze mogelijkheden, voornamelijk de linguïstische en logisch-mathematische.
Gardner onderscheidt 8 verschillende intelligenties:
Verbaal/linguïstisch; (wat zich o.a.uit in bijvoorbeeld aanleg voor taalgebruik, verhalen en gedichten, argumenteren en iets beschrijven.)
Logisch-mathematisch; (wat zich o.a. uit in goed gevoel voor ordening, structuur, planning, regelmaat en symbolen, helder kunnen analyseren en logisch, precies en accuraat kunnen redeneren.)
Visueel/ruimtelijk; (wat zich o.a. uit in zich goed beelden kunnen vormen, vertalen van problemen in schema's en grafieken, beeldend schrijven en denken, gevoel voor kleurnuances en figuren)
Muzikaal/ritmisch; (wat zich o.a. uit in een goed gevoel voor muziek, maat en ritme, harmonie, melodie en compositie)
Tactiel/motorisch; (wat zich o.a. uit in soepel kunnen bewegen, motorisch goed onderlegd zijn, interesse voor handwerk, snel lichamelijk contact maken en gemakkelijk leren door in de praktijk te ervaren)
Inter-persoonlijk; (wat zich o.a. uit in het gericht zijn op het samenwerken en op de medemens, in het zich gemakkelijk kunnen aanpassen, gevoelig zijn voor de stemmingen van anderen, het begrip hebben voor anderen en het leren van en in communicatie met anderen; het zich met name prettig voelen in groepen)
Intrapersoonlijk; (wat zich o.a. uit in geconcentreerd zijn wat er zich in jezelf afspeelt, in het zich kunne afsluiten voor de wereld om zich heen, het nadenken over jezelf, dagdromen, in het graag alleen zijn en het bedachtzaam zijn, in zelfkennis en in hoge eisen stellen aan jezelf)
Ecologisch-naturalistisch; (wat zich o.a. uit in een fascinatie voor alles wat groeit en bloeit in de natuur, het oog hebben voor details en verschillen, in het zoeken naar samenhangen, ordening in de natuur.)
Dit onderzoek heeft plaatsgevonden in de jaren 80, in 1983 werden deze bevindingen geuit in het boek "Frames of mind".
Deze resultaten ondersteunen mijn mening dat er veel te veel waarde wordt gehecht aan slechts een deel van de kwaliteiten en vaardigheden van een mens.
Iemand die moeite heeft met wiskunde of taal, maar wel andere grote kwaliteiten heeft, heeft het een stuk lastiger met het vinden van zijn/haar weg in deze samenleving als iemand die op deze gebieden goed meekomt of zelfs uitblinkt.
Alles draait in de bepalende jaren waarin je een keuze maakt voor een vervolgopleiding om diploma's die behaald zijn gebaseerd op een onderwijssysteem dat als 2 grote peilers de linguistische en logisch-mathematische intelligentie gebruikt.
Zo blijft op dit moment een heleboel talent onbenut en zitten heel veel mensen op een werkplek of opleiding die niet aansluit bij hun kwaliteiten.
Omscholingsprojekten schieten momenteel als paddestoelen uit de grond;
Veel mensen die wegens burn-out en overspannenheid door het werk in de WAO of wegens slecht functioneren in de WW belanden blijken op andere intelligentiegebieden veel interessen en kwaliteiten te hebben, en geven aan dat ze op de verkeerde plek zijn beland.
Conclusie; intelligentie is een veelvoudige realiteit.
De intelligentietests die nu worden afgenomen meten feitelijk slechts een deel van onze mogelijkheden, voornamelijk de linguïstische en logisch-mathematische.
Gardner onderscheidt 8 verschillende intelligenties:
Verbaal/linguïstisch; (wat zich o.a.uit in bijvoorbeeld aanleg voor taalgebruik, verhalen en gedichten, argumenteren en iets beschrijven.)
Logisch-mathematisch; (wat zich o.a. uit in goed gevoel voor ordening, structuur, planning, regelmaat en symbolen, helder kunnen analyseren en logisch, precies en accuraat kunnen redeneren.)
Visueel/ruimtelijk; (wat zich o.a. uit in zich goed beelden kunnen vormen, vertalen van problemen in schema's en grafieken, beeldend schrijven en denken, gevoel voor kleurnuances en figuren)
Muzikaal/ritmisch; (wat zich o.a. uit in een goed gevoel voor muziek, maat en ritme, harmonie, melodie en compositie)
Tactiel/motorisch; (wat zich o.a. uit in soepel kunnen bewegen, motorisch goed onderlegd zijn, interesse voor handwerk, snel lichamelijk contact maken en gemakkelijk leren door in de praktijk te ervaren)
Inter-persoonlijk; (wat zich o.a. uit in het gericht zijn op het samenwerken en op de medemens, in het zich gemakkelijk kunnen aanpassen, gevoelig zijn voor de stemmingen van anderen, het begrip hebben voor anderen en het leren van en in communicatie met anderen; het zich met name prettig voelen in groepen)
Intrapersoonlijk; (wat zich o.a. uit in geconcentreerd zijn wat er zich in jezelf afspeelt, in het zich kunne afsluiten voor de wereld om zich heen, het nadenken over jezelf, dagdromen, in het graag alleen zijn en het bedachtzaam zijn, in zelfkennis en in hoge eisen stellen aan jezelf)
Ecologisch-naturalistisch; (wat zich o.a. uit in een fascinatie voor alles wat groeit en bloeit in de natuur, het oog hebben voor details en verschillen, in het zoeken naar samenhangen, ordening in de natuur.)
Dit onderzoek heeft plaatsgevonden in de jaren 80, in 1983 werden deze bevindingen geuit in het boek "Frames of mind".
Deze resultaten ondersteunen mijn mening dat er veel te veel waarde wordt gehecht aan slechts een deel van de kwaliteiten en vaardigheden van een mens.
Iemand die moeite heeft met wiskunde of taal, maar wel andere grote kwaliteiten heeft, heeft het een stuk lastiger met het vinden van zijn/haar weg in deze samenleving als iemand die op deze gebieden goed meekomt of zelfs uitblinkt.
Alles draait in de bepalende jaren waarin je een keuze maakt voor een vervolgopleiding om diploma's die behaald zijn gebaseerd op een onderwijssysteem dat als 2 grote peilers de linguistische en logisch-mathematische intelligentie gebruikt.
Zo blijft op dit moment een heleboel talent onbenut en zitten heel veel mensen op een werkplek of opleiding die niet aansluit bij hun kwaliteiten.
Omscholingsprojekten schieten momenteel als paddestoelen uit de grond;
Veel mensen die wegens burn-out en overspannenheid door het werk in de WAO of wegens slecht functioneren in de WW belanden blijken op andere intelligentiegebieden veel interessen en kwaliteiten te hebben, en geven aan dat ze op de verkeerde plek zijn beland.