wat ongeveer het belangrijkste is, is dat je goed voorvertint.
zo ongeveer alle elektornische componenten zijn op de pootjes al voorvertint, maar dat geldt natuurlijk niet voor draadjes.
Voorvertinnen doe je omdat je het component dan snel kan solderen (je hoeft niet te wachten totdat de flux+tin tot beide componenten zijn doorgedrongen), en daarmee verklein je dat je component stuk gaat d.m.v. oververhitting
Een printje kan je beter niet voorvertinnen, aangezien dan het gaatje verstopt, en je het te solderen component dan niet goed kan plaatsen.
Soldeerlippen altijd wel voorvertinnen.
de keuze van de soldeerstift is ook belangrijk, aangezien de hoeveelheid van de over te brengen warmte afhankelijk is van het oppervlak. een wat bredere beitelvormige stift (2-3mm) gebruik je dus voor dikke draden en een smalle puntvormige stift gebruik je voor weerstandjesl, halfgeleiders enz.
daarnaast moet je ook een beetje feeling krijgen van wanneer soldeer smelt en stolt.
je ziet een kleur/spiegelingverandering als soldeer stolt en smelt. Als de soldeerlas heel mat blijft na het solderen heb je het werkstuk bewogen tijdens de stolling.
voor elektronica moet je een boutje van 15-80 watt hebben met hele kleine (smalle) soldeerstiftjes (1mm punt en 2-3 mm beitel). Als je dikkere draden (voor bijv luidsprekers enz) wilt solderen moet je minimaal een 40 watt bout hebben, alhoewel een lichte bouw van een goed merk vaak beter presteert dan een zwaardere no-name bout.
Zorg er ook voor dat je een goede standaard hebt voor je bout, met een (nat) soldeersponsje, waarover je je bout schoonveegt voor elke soldeerlas.
[
Voor 18% gewijzigd door
mr_petit op 27-03-2004 20:55
]