Terwijl een man zijn hond uitlaat langs een rechte landweg, ziet hij in de verte een vriendin wandelen.
Ze zwaaien naar elkaar en de hond rent vooruit om haar te begroeten.
Meteen wanneer de hond haar heeft bereikt, draait hij om en rent rechtstreeks terug, dan draait hij weer om en rent terug naar het meisje, dat ondertussen dichterbij is gekomen.
De hond gaat door met op en neer rennen, totdat de twee vrienden elkaar ontmoeten.
Gesteld dat de twee zich aanvankelijk op één kilometer afstand van elkaar bevonden en dat ieder van hen drie kilometer per uur loopt en de hond negen kilometer per uur, wat is dan het aantal keren dat de hond heen en terug is gerend en wat is de totale afstand die hij heeft afgelegd ?
Ze zwaaien naar elkaar en de hond rent vooruit om haar te begroeten.
Meteen wanneer de hond haar heeft bereikt, draait hij om en rent rechtstreeks terug, dan draait hij weer om en rent terug naar het meisje, dat ondertussen dichterbij is gekomen.
De hond gaat door met op en neer rennen, totdat de twee vrienden elkaar ontmoeten.
Gesteld dat de twee zich aanvankelijk op één kilometer afstand van elkaar bevonden en dat ieder van hen drie kilometer per uur loopt en de hond negen kilometer per uur, wat is dan het aantal keren dat de hond heen en terug is gerend en wat is de totale afstand die hij heeft afgelegd ?