- Zorg ervoor dat je bij iedere test dezelfde warmte productie hebt en test het liefst voor de compleet-heid met verschillende hoeveelheden geintroduceerde warmte, omdat verschillende blokken een verschillende optimale warmteafvoer. (dit wordt veroorzaakt door; minder contact opp. dichter bij de warmtebron of juist meer contact opp maar verder van de warmtebron.) Gebruik voor deze belasting bijv. één of meerdere pelts van verschillend vermogen die je bijv. onbelast of met een bijv een boxed cooler (die je iedere keer kunt gebruiken)
- Meet vervolgens met een goede termometer (die 3 significante cijfers heeft (dus ook één achter de komma, want watertemp verschillen heel weinig)) op een plaats die je iedere keer weer kunt gebruiken de temperatuur van het koelblok, de water-in en water-uit en omgevings temperatuur.
- Trek uiteidenlijk conclusies aan de hand van netto temperaturen. Dat is dus met een correctie voor omgevings temperatuur en water-in temperatuur, maar omdat je met beide rekening moet houden moet je twee netto temperaturen specificeren waarbij je van beide vertelt wat de concequenties zijn (als je natuurlijk deze omgevings factoren gelijk weet te houden (wat in een ideaal situatie het geval is) dan hoeft dit allemaal niet)
Het komt er iig op neer dat je moet zorgen dat ieder waterblok absolute gelijk behandelt wordt en dat deze ook in de klasse waarin deze relatief aan de andere blokken het beste presteerd met alle andere blokken wordt vergeleken. Probeer ook bewijzen te leveren voor beweringen die je doet, zoals de nauwkeurigheid van je temomeren en de geïntroduceerde warmte. Hoe dichter je bij deze ideaal situatie komt hoe betrouwbaarder je tests worden.
- Amen -