Ik wil hier een mogelijkheid neer zetten dat daden en acties van de God in de bijbel, niet de daden zijn van één God maar (minstens) twee. Dat JHWH/Jahveh/Jahweh Jehova/Allah/God uit (minstens) twee Goden bestaat. En Jezus slechts de 'Zoon' was van één van deze Goden. Niet de zoon van een onderwerpende God maar van een liefdevolle God.
De Goden wil ik op het moment als Enlil en Enki presenteren, twee Sumerierse Goden. En ik neig ik er na Jezus zijn 'Vader' Enki/EA te noemen: (Dagon? vader van Baal) Baal, wie ook Beëlzebul wordt genoemd in de bijbel. Dit is wellicht het belangrijkste om in in het hoofd te houden wanneer je het onder staandegaat lezen, samen met dat satan/duivel niet Beëlzebul hoeft te zijn is.
"Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen"
[Jozua 24:2]: En Jozua zeide tot het gehele volk: Zo zegt de HERE, de God van Israël: aan de overzijde der Rivier hebben oudtijds uw vaderen gewoond, Terach, de vader van Abraham en de vader van Nachor, en zij hebben andere goden gediend. Maar Ik nam uw vader Abraham van de overzijde der Rivieren, en leide hem door het gehele land Kanaan; ik maakte zijn nakomelingen talrijk en schonk hem Isaak
[Jozua 24:2 tot en met 24:3]
Jezus spreekt tot de Joden in [Johannes 8:37]:
Ik weet, dat gij Arbrahams nageslacht zijt; maar gij tracht mij te doden, omdat mij woord bij u geen plaats vindt. Wat ik gezien heb bij de Vader, spreek Ik; zo doet ook gij, wat gij van uw vader gehoord hebt.
Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Onze vader is Abraham. Jezus zeide tot hen Indien gij kinderen van Arbraham zijt, doet dan de werken van Abraham; maar nu tracht gij mij te doden, een mens, die u de waarheid gezegd heeft, welke Ik van God gehoord heb; dit deed Abraham niet. Gij doet de werken van uw vader. Zij zeiden tot hem: Wij zijn niet uit hoererij geboren, wij hebben één Vader, God.
Jezus zeide tot hen: Indien God uw Vader was, zoudt gij mij liefhebben, want ik ben van God uitgegaan en gekomen; want ik ben niet van Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden. Waarom begrijpt gij niet wat Ik zeg? Omdat gij mijn woord niet kunt horen. Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoordenaar van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid.
[Johannes 8:37 tot en met 8:44]
Jezus en Beëlzebul
Zoals ik al schreef hoeft de duivel niet gelijk te staan aan Beëlzebul, maar wie is Beëlzebul dan. Beëlzebul komt maar enkele keren voor in de bijbel, de weinig keren dat deze voorkomt heb ik volgens mij alle hier onder aangehaald.
De roeping en uitzending der apostelen [sup][Matteüs 10:24][/sup]:
Een discipel staat niet boven zijn meester, of een slaaf boven zijn heer. Het is genoeg voor de discipel te worden als zijn meester, en voor de slaaf als zijn heer. Indien men aan de heer des huizes de naam Beëlzebul heeft gegeven. Hoevel te meer aan zijn huisgenoten!
Matteüs 10:24 tot en met 10:25]
Jezus en Beëlzebul [Marcus 2:20]:
En Hij ging in een huis; en er verzamelde zich weder [de] schare, zodat zij zelfs geen brood konden eten. En toen zijn naastbestaanden dit hoorden, gingen zij heen om Hem te halen, want zij zeiden: Hij is niet bij zinnen. En de schriftgeleerde, die van Jeruzalem gekomen waren, zeiden: Hij heeft Beëlzebul, en door de overste der boze geesten drijft Hij de geesten uit.
En Hij riep hen tot Zich en sprak tot hen in gelijkenissen: Hoe kan de satan de satan uitdrijven? En indien een koninkrijk tegen zichzelf verdeeld is, kan dat koninkrijk zich niet staande houden. En indien een huis tegen zichzelf verdeeld is, zal dat huis niet kunnen bestaan. En indien een huis tegen zichzelf verdeeld is, zal dat huis niet kunnen bestaan En indien de satan opstaat tegen zichzelf en verdeeld is kan hij niet bestaan, doch is hij aan zijn einde. Maar niemand kan het huis van de sterke binnengaan en zijn huisraad roven, als hij niet eerst die sterke heeft gebonden, en dan zal hij zijn huis plunderen.
[Marcus 2:20 tot en met 2:27]
Jezus en Beëlzebul [Matteüs 12:22]:
Teon bracht men een bezetene tot Hem, die blind en stom was. En hij genas hem, zodat de stomme sprak en zag. En al de scharen waren buiten zichzelf en zeiden: Dit is toch niet de Zoon van David? Maar de Farizeeën hoorden het en zeiden: Deze drijft de boze geesten slecht uit door Beëlzebul, de overste der geesten.
Maar Hij kende hun gedachten en zeide tot hen: Ieder koninkrijk dat tegen zichzelf verdeeld is, gaat ten onder, en geen stad of huis tegen zichzelf verdeeld, zal standhouden. En indien de satan de satan uitdrijft, is hij tegen zichzelf verdeeld; hoe zal dan zijn koninkrijk kunnen standhouden?
En indien Ik door Beëlzebul de boze geesten uitdrijf, door wie doen uw zonen het dan? Daarom zullen zij rechters over u zijn. Maar indien Ik door de Geest Gods de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen. Of hoe kan iemand het huis van de sterke binnengaan en zijn huisraad roven, als hij niet eerst de sterke heeft gebonden? Dan zal hij zijn huisraad plunderen. Wie met Mij niet is, die is tegen Mij, en wie met Mij niet bijeenbrengt, die verstrooit.
[Matteüs 12:22 tot en met 12:30]
Jezus en de boze geesten [Lucas 11:14]:
En hij was bezig een boze geest uit te drijven en deze was stom. En het geschiedde, toen de geest uigevaren was, dat de stomme sprak. En de schare verwonderde zich. Doch sommigen van hen zeiden. Door Beëlzebul, de overste der boze geesten drijf hij de geesten uit. Anderen begeerden, om Hem te verzoeken, van Hem een teken uit de hemel.
Maar hij kende hun gedachten en zeide tot hen: Ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf, verdeeld is, gaat ten onder, en het ene huis valt op het andere. Indien ook de satan tegen zichzelf verdeeld is, hoe zal zijn koninkrijk kunnen standhouden? Want gij zegt, dat ik door Beëzebul de boze geesten uitdrijf.
Indien Ik door Beëzebul de boze geesten uitdrijf, door wie doen uw zonen het dan? Daarom zullen zij rechters over u zijn. Maar indien Ik door de vingers Gods, de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen. Wanneer een sterke, goed gewapende man zijn eigen hof bewaakt, is zijn bezit in veiligheid. Maar wanneer iemand, die sterker is dan hij, hem aanvalt en hem overwint, rooft deze zijn wapenuitrusting, waarop hij vertrouwde, en verdeelt zijn buit. Wie met Mij niet is, die is tegen Mij en wie met Mij niet bijeenbrengt, die verstrooit.
[ Lucas 11:14 tot en met Lucas 11:23]
De boze geesten die Jezus hier uitdrijft, moeten waarschijnlijk niet bekeken worden als fysieke werkelijk bestaande wezens maar als toestanden en ziektes. In de Joodse cultuur werd echter elke ziekte als het werk van een boze geest gezien, een kwade geest die zich in het lichaam van het slachtoffer nestelde. De Joodse cultuur zat namelijk vol van geesten die mensen beïnvloeden; Jezus dreef boze geesten uit, die kreupelheid veroorzaakten, die blind maakte, die doof maakte, die stom maakte enzovoort.
God stuurt boze Geesten
God stuurt boze Geesten over mensen om hen te misleiden en te schaden.
De volgende drie voorbeelden gaan over boze geesten:
[Richteren 9:22]Toen Abimelek drie jaar over Isreäl had geheerst, zond God een boze geest tussen de Abimelek en de burgers van Sichem, zodat de burgers van Sichem ontrouw werden aan Abimelek.
[Richteren 9:22]
[1 Samuël 16:14]
Maar van Saul was de Gees des HEREN geweken, en een boze geest, die van de Here kwam, joeg hem angst aan.
[1 Samuël 16:14]
Dit derde citaat gaat over Koning Achab van Isreal.
Hier vertellen vierhonderd profeten Koning Achab van Isreal, dat hij ten strijde mag trekken, dat de Here hem de macht zal geven, echter was nog één profeet in Israël aan wie de koning nog geen raad gevraagd had, Micha. Micha verteld:
[1 Koningen 22:19](Micha) zeide: Daarom, hoor het woord des Heren. Ik zag de Here op zijn troon zitten, terwijl het ganse heer des hemels aan zijn rechter- en aan zijn linkerhand stond. En de Here zeide: wie zal Achab verleiden, zodat hij optrekt en sneuvelt te Ramot in ilead? De een zeide dit en andere dat. Toen trad er een geest naar voven en selde zicht voor de Here en zeide: ik zal hem verleiden. De Here vroeg hem: waarmee? Hij antwoorde: ik zal heengaan en een leugen geest worden in de mond van al zijn profeten. Toen zeide Hij: gij moet hem verleiden, en gij zult er toe instaat zijn; ga heen en doe het.
[1 Koningen 22:19 tot en met 1 Koningen 22:22]
En zo ook ging de Koning ten strijde vertrouwend op het woord van zijn God, echter in 1 Koning 22:34 wordt de koning dodelijk getroffen en stierf bedrogen door God.
Wie is Beëlzebul?
Terugkomend op de vraag wie is Beëlzebul? Beëlzebul is Baäl-Zebu god van Ekron:
[2 Koningen 1:1]Moab viel na Achabs dood van Israël af. Achazja viel door het traliewerk van bovenvertrek te Sameria, en hij werd ziek. Toenhij boden uit en beval hun: Gaat Baäl-Zebub, de god van Ekron, raadplegen, of ik van deze ziekte zal herstellen. Maar de Engel des HEREN sprak tot de Tisbiet Elia: Sta op, ga de boden van de koning tegemoet en zeg tot hen: Is er dan geen God in Israël, dat gij Baäl-Zebub, de god van Ekron, gaat raadplegen? Daarom, zo zegt de HERE: Van het bed waarop gij zijt komen te liggen, zult gij niet afkomen, maar gij zult voorzeker sterven. En Elia ging heen.
[2 Koningen 1:1 tot en met 1:4]
De boden van koning Achazja keerden terug naar de koning, toen deze hen vroeg waarom zij al terug waren gekeerd vertelden zij hem dat een man hen tegemoet kwam (1:6), en zij gaven de boodschap van Elia aan de koning. Daarop stuurde de koning drie keer een overste en vijftig met zijn vijftigtal, de eerste twee oversten bevolen Elia om van de bergtop te komen waarop deze zat:
[2 Koningen 1:10 en 1:12]”Toen antwoorde Elia en sprek tot de overste van vijftig: Indien ik dan een man Gods ben, laat er dan vuur van de hemel afdalen en u en uw vijftigtal verteren. Toen daalde vuur van de hemel en verteerde hem en zijn vijftigtal.”
[2 Koningen 1:13]
Wederom zond hij een derde overste over vijftig met vijftigtal. En deze derde overstel kwam nader en knielde voor Elia; hij smeekte hem en zeide tot hem: Man Gods, laat toch mijn leven en het leven van deze vijftig knechten kostbaar zijn in uw ogen. Zie, vuur is van de hemel neergedaald en heeft de eerste twee oversten over vijftig met hun vijftigtallen verteerd. Nu dan, laat mijn leven kostbaar zijn in uw ogen.
Toen sprak de Engel des HEREN tot Elia: Daal met hem af, vrees niet voor hem. En hij stond op en daalde met hem af naar de koning. En hij sprak tot hem: Zo zegt de HERE: aangezien gij boden gezond om Baäl-Zebub, de God van Ekron, te raadplegen- is er dan geen God in Israël, wiens woord gij kunt raadplegen?- daarom zult gij van het bed waarop gij zijt komen te liggen, niet afkomen , maar gij zult voorzeker sterven.
Zo stierf hij volgens het woord des HEREN, dat Elia gesproken had; En Joram werd koning in zijn plaats in het tweede jaar van Joram, de zoon van Josafat, de koning van Juda; want hij had geen zoon.
[2 Koningen 1:13 tot en met 1:17]
(Wat is Ekron? En is Baal werkelijk Enki of is hij Enlil of een andere Sumeriese god)
Hoe goed is God
JHWH laat in het oude testament legers verdrinken, vernietigd steden, vermoord Egyptische eerst geboren met één van de 10 plagen, laat plagen los op onschuldige mensen, wil dat Abraham zijn zoon offert om te bewijzen dat deze trouw aan hem is, en de lijst gaat door. Dit is niet de 'Vader' van Jezus, zoals Jezus zelf ook zegt tegen de Joden: "Indien God uw Vader was, zoudt gij mij liefhebben... Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoordenaar..."
Ik noem de Vader van Abraham zoals die genoemd werd toen Abraham gezegend werd: Schepper van hemel en aarde. Dit wil niet zeggen zoals jij doet dat dit dan ook de Schepper van de mens is. Jezus zegt duidelijk dat dat de God die het verbond met Abraham zijn nageslacht sloot een slechte God was: "Die was een mensenmoordenaar van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid".
Terug komend op Schepper van Hemel en Aarde, en dit niet gelijk stellen aan de Schepper van de mens, is omdat ik wil suggereren dat dit daden zijn van twee verschillenden 'Goden', teruggrijpend op de Sumerische godsdienst waar uit Genesis verhalen overgenomen zijn, hier Schiep Enki de mens, en Enlil de aarde. Hier maakte Enlil de alles vernietigde vloed*, en waarschuwde Enki Noach, zodat de mens gered werd.
*Zondvloed is oud Nederland voor grotevloed, zond staat niet voor zonde. De vloed is niet gecreerd omdat de mens vol zonde was maar omdat de Schepper van Hemel en Aarde genoeg van de mens had. "Die was een mensenmoordenaar van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid".
Egyptische geboren werden bijvoorbeeld gedood door de Schepper van Hemel en Aarde, Babies(!) deze wezens zijn voor ons compleet vrij van zonde. Wanneer Hitler alle Joden van jong tot oud ombrengt, zien mensen hem als een mensenmoordenaar. Wanneer de Schepper van Hemel en Aarde dit doet, vergelijk jij hem met een rechter, iemand die de individuele zonde veroordeeld. Echter brengt de Schepper van Hemel en Aarde complete volken om, van jong tot oud, van de kinderen in de buik van de moeders tot hoog bejaarden. En misschien waren sommige van dezen mensen vol van zonden, maar dat kunnen zij niet allemaal geweest zijn voor de Christelijke Humanitaire God. Hun zonde was dat zij niet tot het volk behoorde waar de Schepper van Hemel en Aarde zijn verbond mee had gesloten.
Enlil
Schepper van Hemel en Aarde.
Enlil (EN = heer; LIL = storm), Zoon van An en Ki en broer van Enki.
...
Enki
Schepper van de Mens.
Enki (EN = heer, KI= aarde)
...
“De goden, die de hemel en aarde niet gemaakt hebben”
[Jeremia 10:10]Doch de HERE is de waarachtige God, Hij is de levende God en een eeuwige Koning; voor zijn toorn beeft de aarde en de volken kunnen zijn gramschap niet verdragen. –Zo zult gij tot hen zeggen: De goden, die de hemel en aarde niet gemaakt hebben, zullen vergaan van de aarde en van onder de hemel. -
[Jeremia 10:10 en met 10:11]
Pslam 82
God in de vergadering der goden. Een pslam van Asaf.
God staat in de vergadering der goden, Hij houdt gericht te midden der goden.
Hoelang zult gij onrechtvaardig richten, en de goddenlozen gunst bewijzen (sela)
Richt de geringe en de wees, doet recht de ellendige en de behoeftige, bevrijdt de geringe en de arme, redt hem uit der goddenlozen hand. Zij weten niets en begrijpen niets, in duisternis wandelen zij rond; alle grondvesten der aarde wankelen.
Wel heb Ik gezegd: Gij zijt goden, ja allen zonen des Allerhoogste; nochtans zult gij sterven als mensen, als een der vorsten zult gij vallen.
Sta op, o God, richt de aarde, want Gij bezit alle volken
Het Sumerische scheppingsverhaal van de mens
De Sumerierse goddienst de basis voor de oudste beschaving tot nu toe, was gebaseerd op dat goden de mens als 'arbeider' gebruikten. Het Babelonyse rijk is uit dit Sumerierse rijk voort gekomen en in dit Babalonys rijk was het waar tijdens de Babelonyse ballingschap de eerste boeken van het oude testament, de boeken van Mozes, geschreven werden.
De Sumeriers geloofden in goede en slechte goden, hun scheppingsverhaal gaat zo:
Bij het begin der tijden waren er alleen goede en slechte Goden op aarde. De goden moesten werken om het land te verbouwen, zodat ze te eten hadden. Dit was hard en moeilijk. Elke God had een taak, de ene god was waterdrager de ander verwijderde onkruid. Deze gang van zaken ontstemde de Goden en ze kwamen bijeen om te vergaderen opdat zij tot een oplossing zouden komen die hun arbeid zou verlichten.
De goden zochten raad bij Enki, wie wijs en slim was, Enki sliep vast in zijn onderwater huis. Enki suggereerde dat hij wezens zou creëren wie dienen door het land te bewerken, zodat het leven van de Goden verlicht zou worden. De goden gingen hiermee akkoord en Enki verzamelde klei, van rond zijn waterhuis, gebruikte het om de 'arbeider' te maken.
Een vertaald kleitablet schrijft:
'Schenk het leven aan een wezen, schep werkers
Schep een werker,
die voor ons de last kan dragen
Laat hem de taak uitvoeren die door Enlil wordt opgedragen,
laat de werker het gezwoeg van de goden overnemen'
Vervolgens blies Enki leven in de figuren van klei maar limiteerde hun levenstijd, alleen de goden leefde eeuwig. De mens/arbeider (In het Sumerisch: Lu wat zowel mens als arbeider betekend), werd vervolgens te werk gezet in het veld, in dienst voor de Goden.
De hof van Eden
[Genesis 2:15]En de Here God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren.
De gedachte van een paradijs is millenniums oud, toch spreekt de bijbel niet over een paradijs, de bijbel spreekt over de hof van Eden. Het woord paradijs komt van het Perzische 'pardes' wat 'park'/'tuin' betekend, echter het woord Eden komt waarschijnlijk van het Sumerische woord 'Edin' wat 'vlakte'/'steppe' betekend.
Naar verluit was deze mens, gecreëerd als slaaf en niet in staat tot voorplanting, nog niet homo sapain, pas na een tweede interventie zou de homo sapain gecreëerd zijn, deze twee-stappen-creatie is iets wat mij wel vaag in het hoofd hangt, maar iets wat ik nog niet zeker durf te schrijven (zal het opzoeken), het belang hiervan is echter gering. Echter door een twee-stappen-creatie, wordt dit scheppingsverhaal gelijk aan die van uit de bijbel. Enzo schrijf ik pas na dit gemeld te hebben: zo werd Adapa (Adam) als evenbeeld gemaakt.
Nadat Adam de vrucht der kennis heeft genuttigd schrijft de bijbel:
[Genesis 3:22] En de Here zeide: Zie, de mens is geworden als Onzer een door de kennis van goed en kwaad; nu dan, laat hij zijn niet uitstrekken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij in eeuwigheid zou leven.
Mens of slaaf?
De God uit bijbel word boos wanneer de slang de mens de vrucht der kennis heeft aangereikt:
[Genesis 3:4] De slang echter zeide tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven,[/i]
maar God weet dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad.
[Genesis 3:4 tot 3:5]
Misschien waren de goden hieral verdeeld en wou een deel van de goden de mens als arbeider/slaaf houden terwijl andere god(en) (de slang) de mens als evenbeeld wou maken. De verdeeldheid tussen goden over de mens, komt bij het Sumerische verhaal over Utnapishtim weer na boven.
Utnapishtim in het Gilgamesh epos
Op de zevende dag was het schip voltooid, de waterlating was moeilijk. Toen twee-derde van het voertuig in het water lag, legde ik alles wat ik had op haar, alles van zilver, alles van goud legde ik op haar. Mijn familie en nageslacht liet ik aan boord gaan, de dieren van het veld en de wilde dieren liet ik aan boord gaan, de bouwers van de boot liet ik aan boord gaan.
Zo staat geschreven in het Gilgamesh epos. Op het elfde kleitablet wordt een vloed beschreven, gelijk aan die van het oude testament. Deze kleitabletten zijn gedateerd op 2500 v.C. dit waar het bijbelse verhaal van Noach gedateerd is rond 1000 v.C. Utnapishtim verteld het verhaal van de stad Shurrupak, Utnapishtim was hoofdpriester en koning van deze stad. Het lawaai van de mensen in deze stad hield de god Enlil uit zijn slaap.
Ook een ouder en Sumerisch verhaal beschrijft gelijk aan het epos hoe; Enki de god was die Utnapishtim vertelde dat en hoe hij een schip moest maken opdat de mensheid de vernietigende overstroming kon overleven. De overstroming gemaakt door Enlil in overeenstemming met de andere goden bedoelt om de mens van de aardbodem weg te vagen. Echter was Enki gebonden aan de eed, die was gelegd tussen de goden, om de mens niks te vertellen of de aankomende vloed. Enki gebruikte een list en ging achter de muur staan van het huis waar Ziusudra woonde en zei tot hem: 'Door de muur zal ik tot u spreken' enzo deelde niet Enki maar de muur Ziusudra mede:
O Ziusudra, bewoner van Surippak, breek je huis af, bouw een schip, zie af van alle rijkdom, laat je bezittingen achter, red je leven. Veracht bezit en hou de ziel levend. Aanboord het schip zal je het zaad of van alle levende dingen nemen.
Toen de vloed aan zijn einde kwam, voer het schip op een berg:
Vijf dagen en nog een zesde dag hield de berg Nisir het schip vast zonder het te laten wankelen. Toen de zevende dag kwam, zond ik een duif uit en liet haar los. De duif vloog weg en keerde terug: zij zag geen rustplaatst, daarom kwam zij terug
Hierna wordt er nog een zwaluw los gelaten echter komt deze ook terug, de raaf die hierna wordt los gelaten komt niet meer terug, enzo weet Utnapishtim dat het water verdwenen is.
Iedereen die de bijbel kent, of christelijk is groot gebracht herkent hier onmiddelijk het verhaal van Noach in, die ook een duif los liet nadat ook hij op een berg gestrand was. Utnapishtim maakt, nadat hij uit de boot is gekomen maakt hij een offer voor de goden boven op de berg. De goden komen hier op af "als vliegen", de godin Ishtar zegt vervolgens dit de offer voor alle goden is behalve voor Enlil wier zijn schuld de vloed is.
[Genesis 8:20]:
En Noach bouwde een altaar voor de HERE, en hij nam van la het reine vee en van al riene gevogelte en bracht brandoffers op het altaar. Toen de HERE de liefelikj reuk rook, zeide de HERE bij zichzelf: Ik zal de aardbodem niet weer vervloeken om de mens, omdat het voortbrengsel van des mensen hart boos is van zijn jeugd aan, en ik zal al wat leeft niet weer slaan, zoals ik gedaan heb.
[Genesis 8:20 tot en met 8:22]
Enlil de God die de vloed had gemaakt was ontstemd toen hij leerde over de overleving van Ziusudra, zo vertelt het epos van Gilgames dan weer: Enki verweet Enlil vervolgens dat hij de zondvloed had veroorzaakt en legde toen uit hoe het geheim was ontdekt in een visioen dat aan Utnapishtim was gegeven. Over zijn lot moest Enlil beslissen en die kondigde toen aan dat Utnapishtim en zijn vrouw als goden zullen worden. En de goden brachten hen met een boot naar het verafgelegen land.
Ik wil twee Sumeriese Goden naar voren halen, Enki en Enlil, en deze Goden de volgende rol geven: Enlil als de God van de Joden en Enki als de God van Jezus
Ik haal soms lange bijbelcitaten aan, dit doe ik omdat ik de citaten niet uit hun context wil halen. Naastdat is het bijlange na nog niet uitgebreid genoeg, toch heb ik alvast op de "Verstuur bericht" omdat ik waarschijnlijk de komende week niet in staat om het zelf uit te breiden, dus wellicht dat anderen die hier in geïnteresseerd zijn of enige kennis hier van hebben, het willen uitbreiden.
De Goden wil ik op het moment als Enlil en Enki presenteren, twee Sumerierse Goden. En ik neig ik er na Jezus zijn 'Vader' Enki/EA te noemen: (Dagon? vader van Baal) Baal, wie ook Beëlzebul wordt genoemd in de bijbel. Dit is wellicht het belangrijkste om in in het hoofd te houden wanneer je het onder staandegaat lezen, samen met dat satan/duivel niet Beëlzebul hoeft te zijn is.
"Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen"
[Jozua 24:2]: En Jozua zeide tot het gehele volk: Zo zegt de HERE, de God van Israël: aan de overzijde der Rivier hebben oudtijds uw vaderen gewoond, Terach, de vader van Abraham en de vader van Nachor, en zij hebben andere goden gediend. Maar Ik nam uw vader Abraham van de overzijde der Rivieren, en leide hem door het gehele land Kanaan; ik maakte zijn nakomelingen talrijk en schonk hem Isaak
[Jozua 24:2 tot en met 24:3]
Jezus spreekt tot de Joden in [Johannes 8:37]:
Ik weet, dat gij Arbrahams nageslacht zijt; maar gij tracht mij te doden, omdat mij woord bij u geen plaats vindt. Wat ik gezien heb bij de Vader, spreek Ik; zo doet ook gij, wat gij van uw vader gehoord hebt.
Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Onze vader is Abraham. Jezus zeide tot hen Indien gij kinderen van Arbraham zijt, doet dan de werken van Abraham; maar nu tracht gij mij te doden, een mens, die u de waarheid gezegd heeft, welke Ik van God gehoord heb; dit deed Abraham niet. Gij doet de werken van uw vader. Zij zeiden tot hem: Wij zijn niet uit hoererij geboren, wij hebben één Vader, God.
Jezus zeide tot hen: Indien God uw Vader was, zoudt gij mij liefhebben, want ik ben van God uitgegaan en gekomen; want ik ben niet van Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden. Waarom begrijpt gij niet wat Ik zeg? Omdat gij mijn woord niet kunt horen. Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoordenaar van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid.
[Johannes 8:37 tot en met 8:44]
Jezus en Beëlzebul
Zoals ik al schreef hoeft de duivel niet gelijk te staan aan Beëlzebul, maar wie is Beëlzebul dan. Beëlzebul komt maar enkele keren voor in de bijbel, de weinig keren dat deze voorkomt heb ik volgens mij alle hier onder aangehaald.
De roeping en uitzending der apostelen [sup][Matteüs 10:24][/sup]:
Een discipel staat niet boven zijn meester, of een slaaf boven zijn heer. Het is genoeg voor de discipel te worden als zijn meester, en voor de slaaf als zijn heer. Indien men aan de heer des huizes de naam Beëlzebul heeft gegeven. Hoevel te meer aan zijn huisgenoten!
Matteüs 10:24 tot en met 10:25]
Jezus en Beëlzebul [Marcus 2:20]:
En Hij ging in een huis; en er verzamelde zich weder [de] schare, zodat zij zelfs geen brood konden eten. En toen zijn naastbestaanden dit hoorden, gingen zij heen om Hem te halen, want zij zeiden: Hij is niet bij zinnen. En de schriftgeleerde, die van Jeruzalem gekomen waren, zeiden: Hij heeft Beëlzebul, en door de overste der boze geesten drijft Hij de geesten uit.
En Hij riep hen tot Zich en sprak tot hen in gelijkenissen: Hoe kan de satan de satan uitdrijven? En indien een koninkrijk tegen zichzelf verdeeld is, kan dat koninkrijk zich niet staande houden. En indien een huis tegen zichzelf verdeeld is, zal dat huis niet kunnen bestaan. En indien een huis tegen zichzelf verdeeld is, zal dat huis niet kunnen bestaan En indien de satan opstaat tegen zichzelf en verdeeld is kan hij niet bestaan, doch is hij aan zijn einde. Maar niemand kan het huis van de sterke binnengaan en zijn huisraad roven, als hij niet eerst die sterke heeft gebonden, en dan zal hij zijn huis plunderen.
[Marcus 2:20 tot en met 2:27]
Jezus en Beëlzebul [Matteüs 12:22]:
Teon bracht men een bezetene tot Hem, die blind en stom was. En hij genas hem, zodat de stomme sprak en zag. En al de scharen waren buiten zichzelf en zeiden: Dit is toch niet de Zoon van David? Maar de Farizeeën hoorden het en zeiden: Deze drijft de boze geesten slecht uit door Beëlzebul, de overste der geesten.
Maar Hij kende hun gedachten en zeide tot hen: Ieder koninkrijk dat tegen zichzelf verdeeld is, gaat ten onder, en geen stad of huis tegen zichzelf verdeeld, zal standhouden. En indien de satan de satan uitdrijft, is hij tegen zichzelf verdeeld; hoe zal dan zijn koninkrijk kunnen standhouden?
En indien Ik door Beëlzebul de boze geesten uitdrijf, door wie doen uw zonen het dan? Daarom zullen zij rechters over u zijn. Maar indien Ik door de Geest Gods de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen. Of hoe kan iemand het huis van de sterke binnengaan en zijn huisraad roven, als hij niet eerst de sterke heeft gebonden? Dan zal hij zijn huisraad plunderen. Wie met Mij niet is, die is tegen Mij, en wie met Mij niet bijeenbrengt, die verstrooit.
[Matteüs 12:22 tot en met 12:30]
Jezus en de boze geesten [Lucas 11:14]:
En hij was bezig een boze geest uit te drijven en deze was stom. En het geschiedde, toen de geest uigevaren was, dat de stomme sprak. En de schare verwonderde zich. Doch sommigen van hen zeiden. Door Beëlzebul, de overste der boze geesten drijf hij de geesten uit. Anderen begeerden, om Hem te verzoeken, van Hem een teken uit de hemel.
Maar hij kende hun gedachten en zeide tot hen: Ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf, verdeeld is, gaat ten onder, en het ene huis valt op het andere. Indien ook de satan tegen zichzelf verdeeld is, hoe zal zijn koninkrijk kunnen standhouden? Want gij zegt, dat ik door Beëzebul de boze geesten uitdrijf.
Indien Ik door Beëzebul de boze geesten uitdrijf, door wie doen uw zonen het dan? Daarom zullen zij rechters over u zijn. Maar indien Ik door de vingers Gods, de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen. Wanneer een sterke, goed gewapende man zijn eigen hof bewaakt, is zijn bezit in veiligheid. Maar wanneer iemand, die sterker is dan hij, hem aanvalt en hem overwint, rooft deze zijn wapenuitrusting, waarop hij vertrouwde, en verdeelt zijn buit. Wie met Mij niet is, die is tegen Mij en wie met Mij niet bijeenbrengt, die verstrooit.
[ Lucas 11:14 tot en met Lucas 11:23]
De boze geesten die Jezus hier uitdrijft, moeten waarschijnlijk niet bekeken worden als fysieke werkelijk bestaande wezens maar als toestanden en ziektes. In de Joodse cultuur werd echter elke ziekte als het werk van een boze geest gezien, een kwade geest die zich in het lichaam van het slachtoffer nestelde. De Joodse cultuur zat namelijk vol van geesten die mensen beïnvloeden; Jezus dreef boze geesten uit, die kreupelheid veroorzaakten, die blind maakte, die doof maakte, die stom maakte enzovoort.
God stuurt boze Geesten
God stuurt boze Geesten over mensen om hen te misleiden en te schaden.
De volgende drie voorbeelden gaan over boze geesten:
[Richteren 9:22]Toen Abimelek drie jaar over Isreäl had geheerst, zond God een boze geest tussen de Abimelek en de burgers van Sichem, zodat de burgers van Sichem ontrouw werden aan Abimelek.
[Richteren 9:22]
[1 Samuël 16:14]
Maar van Saul was de Gees des HEREN geweken, en een boze geest, die van de Here kwam, joeg hem angst aan.
[1 Samuël 16:14]
Dit derde citaat gaat over Koning Achab van Isreal.
Hier vertellen vierhonderd profeten Koning Achab van Isreal, dat hij ten strijde mag trekken, dat de Here hem de macht zal geven, echter was nog één profeet in Israël aan wie de koning nog geen raad gevraagd had, Micha. Micha verteld:
[1 Koningen 22:19](Micha) zeide: Daarom, hoor het woord des Heren. Ik zag de Here op zijn troon zitten, terwijl het ganse heer des hemels aan zijn rechter- en aan zijn linkerhand stond. En de Here zeide: wie zal Achab verleiden, zodat hij optrekt en sneuvelt te Ramot in ilead? De een zeide dit en andere dat. Toen trad er een geest naar voven en selde zicht voor de Here en zeide: ik zal hem verleiden. De Here vroeg hem: waarmee? Hij antwoorde: ik zal heengaan en een leugen geest worden in de mond van al zijn profeten. Toen zeide Hij: gij moet hem verleiden, en gij zult er toe instaat zijn; ga heen en doe het.
[1 Koningen 22:19 tot en met 1 Koningen 22:22]
En zo ook ging de Koning ten strijde vertrouwend op het woord van zijn God, echter in 1 Koning 22:34 wordt de koning dodelijk getroffen en stierf bedrogen door God.
Wie is Beëlzebul?
Terugkomend op de vraag wie is Beëlzebul? Beëlzebul is Baäl-Zebu god van Ekron:
[2 Koningen 1:1]Moab viel na Achabs dood van Israël af. Achazja viel door het traliewerk van bovenvertrek te Sameria, en hij werd ziek. Toenhij boden uit en beval hun: Gaat Baäl-Zebub, de god van Ekron, raadplegen, of ik van deze ziekte zal herstellen. Maar de Engel des HEREN sprak tot de Tisbiet Elia: Sta op, ga de boden van de koning tegemoet en zeg tot hen: Is er dan geen God in Israël, dat gij Baäl-Zebub, de god van Ekron, gaat raadplegen? Daarom, zo zegt de HERE: Van het bed waarop gij zijt komen te liggen, zult gij niet afkomen, maar gij zult voorzeker sterven. En Elia ging heen.
[2 Koningen 1:1 tot en met 1:4]
De boden van koning Achazja keerden terug naar de koning, toen deze hen vroeg waarom zij al terug waren gekeerd vertelden zij hem dat een man hen tegemoet kwam (1:6), en zij gaven de boodschap van Elia aan de koning. Daarop stuurde de koning drie keer een overste en vijftig met zijn vijftigtal, de eerste twee oversten bevolen Elia om van de bergtop te komen waarop deze zat:
[2 Koningen 1:10 en 1:12]”Toen antwoorde Elia en sprek tot de overste van vijftig: Indien ik dan een man Gods ben, laat er dan vuur van de hemel afdalen en u en uw vijftigtal verteren. Toen daalde vuur van de hemel en verteerde hem en zijn vijftigtal.”
[2 Koningen 1:13]
Wederom zond hij een derde overste over vijftig met vijftigtal. En deze derde overstel kwam nader en knielde voor Elia; hij smeekte hem en zeide tot hem: Man Gods, laat toch mijn leven en het leven van deze vijftig knechten kostbaar zijn in uw ogen. Zie, vuur is van de hemel neergedaald en heeft de eerste twee oversten over vijftig met hun vijftigtallen verteerd. Nu dan, laat mijn leven kostbaar zijn in uw ogen.
Toen sprak de Engel des HEREN tot Elia: Daal met hem af, vrees niet voor hem. En hij stond op en daalde met hem af naar de koning. En hij sprak tot hem: Zo zegt de HERE: aangezien gij boden gezond om Baäl-Zebub, de God van Ekron, te raadplegen- is er dan geen God in Israël, wiens woord gij kunt raadplegen?- daarom zult gij van het bed waarop gij zijt komen te liggen, niet afkomen , maar gij zult voorzeker sterven.
Zo stierf hij volgens het woord des HEREN, dat Elia gesproken had; En Joram werd koning in zijn plaats in het tweede jaar van Joram, de zoon van Josafat, de koning van Juda; want hij had geen zoon.
[2 Koningen 1:13 tot en met 1:17]
(Wat is Ekron? En is Baal werkelijk Enki of is hij Enlil of een andere Sumeriese god)
Hoe goed is God
JHWH laat in het oude testament legers verdrinken, vernietigd steden, vermoord Egyptische eerst geboren met één van de 10 plagen, laat plagen los op onschuldige mensen, wil dat Abraham zijn zoon offert om te bewijzen dat deze trouw aan hem is, en de lijst gaat door. Dit is niet de 'Vader' van Jezus, zoals Jezus zelf ook zegt tegen de Joden: "Indien God uw Vader was, zoudt gij mij liefhebben... Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoordenaar..."
Ik noem de Vader van Abraham zoals die genoemd werd toen Abraham gezegend werd: Schepper van hemel en aarde. Dit wil niet zeggen zoals jij doet dat dit dan ook de Schepper van de mens is. Jezus zegt duidelijk dat dat de God die het verbond met Abraham zijn nageslacht sloot een slechte God was: "Die was een mensenmoordenaar van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid".
Terug komend op Schepper van Hemel en Aarde, en dit niet gelijk stellen aan de Schepper van de mens, is omdat ik wil suggereren dat dit daden zijn van twee verschillenden 'Goden', teruggrijpend op de Sumerische godsdienst waar uit Genesis verhalen overgenomen zijn, hier Schiep Enki de mens, en Enlil de aarde. Hier maakte Enlil de alles vernietigde vloed*, en waarschuwde Enki Noach, zodat de mens gered werd.
*Zondvloed is oud Nederland voor grotevloed, zond staat niet voor zonde. De vloed is niet gecreerd omdat de mens vol zonde was maar omdat de Schepper van Hemel en Aarde genoeg van de mens had. "Die was een mensenmoordenaar van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid".
Egyptische geboren werden bijvoorbeeld gedood door de Schepper van Hemel en Aarde, Babies(!) deze wezens zijn voor ons compleet vrij van zonde. Wanneer Hitler alle Joden van jong tot oud ombrengt, zien mensen hem als een mensenmoordenaar. Wanneer de Schepper van Hemel en Aarde dit doet, vergelijk jij hem met een rechter, iemand die de individuele zonde veroordeeld. Echter brengt de Schepper van Hemel en Aarde complete volken om, van jong tot oud, van de kinderen in de buik van de moeders tot hoog bejaarden. En misschien waren sommige van dezen mensen vol van zonden, maar dat kunnen zij niet allemaal geweest zijn voor de Christelijke Humanitaire God. Hun zonde was dat zij niet tot het volk behoorde waar de Schepper van Hemel en Aarde zijn verbond mee had gesloten.
Enlil
Schepper van Hemel en Aarde.
Enlil (EN = heer; LIL = storm), Zoon van An en Ki en broer van Enki.
...
Enki
Schepper van de Mens.
Enki (EN = heer, KI= aarde)
...
“De goden, die de hemel en aarde niet gemaakt hebben”
[Jeremia 10:10]Doch de HERE is de waarachtige God, Hij is de levende God en een eeuwige Koning; voor zijn toorn beeft de aarde en de volken kunnen zijn gramschap niet verdragen. –Zo zult gij tot hen zeggen: De goden, die de hemel en aarde niet gemaakt hebben, zullen vergaan van de aarde en van onder de hemel. -
[Jeremia 10:10 en met 10:11]
Pslam 82
God in de vergadering der goden. Een pslam van Asaf.
God staat in de vergadering der goden, Hij houdt gericht te midden der goden.
Hoelang zult gij onrechtvaardig richten, en de goddenlozen gunst bewijzen (sela)
Richt de geringe en de wees, doet recht de ellendige en de behoeftige, bevrijdt de geringe en de arme, redt hem uit der goddenlozen hand. Zij weten niets en begrijpen niets, in duisternis wandelen zij rond; alle grondvesten der aarde wankelen.
Wel heb Ik gezegd: Gij zijt goden, ja allen zonen des Allerhoogste; nochtans zult gij sterven als mensen, als een der vorsten zult gij vallen.
Sta op, o God, richt de aarde, want Gij bezit alle volken
Het Sumerische scheppingsverhaal van de mens
De Sumerierse goddienst de basis voor de oudste beschaving tot nu toe, was gebaseerd op dat goden de mens als 'arbeider' gebruikten. Het Babelonyse rijk is uit dit Sumerierse rijk voort gekomen en in dit Babalonys rijk was het waar tijdens de Babelonyse ballingschap de eerste boeken van het oude testament, de boeken van Mozes, geschreven werden.
De Sumeriers geloofden in goede en slechte goden, hun scheppingsverhaal gaat zo:
Bij het begin der tijden waren er alleen goede en slechte Goden op aarde. De goden moesten werken om het land te verbouwen, zodat ze te eten hadden. Dit was hard en moeilijk. Elke God had een taak, de ene god was waterdrager de ander verwijderde onkruid. Deze gang van zaken ontstemde de Goden en ze kwamen bijeen om te vergaderen opdat zij tot een oplossing zouden komen die hun arbeid zou verlichten.
De goden zochten raad bij Enki, wie wijs en slim was, Enki sliep vast in zijn onderwater huis. Enki suggereerde dat hij wezens zou creëren wie dienen door het land te bewerken, zodat het leven van de Goden verlicht zou worden. De goden gingen hiermee akkoord en Enki verzamelde klei, van rond zijn waterhuis, gebruikte het om de 'arbeider' te maken.
Een vertaald kleitablet schrijft:
'Schenk het leven aan een wezen, schep werkers
Schep een werker,
die voor ons de last kan dragen
Laat hem de taak uitvoeren die door Enlil wordt opgedragen,
laat de werker het gezwoeg van de goden overnemen'
Vervolgens blies Enki leven in de figuren van klei maar limiteerde hun levenstijd, alleen de goden leefde eeuwig. De mens/arbeider (In het Sumerisch: Lu wat zowel mens als arbeider betekend), werd vervolgens te werk gezet in het veld, in dienst voor de Goden.
De hof van Eden
[Genesis 2:15]En de Here God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren.
De gedachte van een paradijs is millenniums oud, toch spreekt de bijbel niet over een paradijs, de bijbel spreekt over de hof van Eden. Het woord paradijs komt van het Perzische 'pardes' wat 'park'/'tuin' betekend, echter het woord Eden komt waarschijnlijk van het Sumerische woord 'Edin' wat 'vlakte'/'steppe' betekend.
Naar verluit was deze mens, gecreëerd als slaaf en niet in staat tot voorplanting, nog niet homo sapain, pas na een tweede interventie zou de homo sapain gecreëerd zijn, deze twee-stappen-creatie is iets wat mij wel vaag in het hoofd hangt, maar iets wat ik nog niet zeker durf te schrijven (zal het opzoeken), het belang hiervan is echter gering. Echter door een twee-stappen-creatie, wordt dit scheppingsverhaal gelijk aan die van uit de bijbel. Enzo schrijf ik pas na dit gemeld te hebben: zo werd Adapa (Adam) als evenbeeld gemaakt.
Nadat Adam de vrucht der kennis heeft genuttigd schrijft de bijbel:
[Genesis 3:22] En de Here zeide: Zie, de mens is geworden als Onzer een door de kennis van goed en kwaad; nu dan, laat hij zijn niet uitstrekken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij in eeuwigheid zou leven.
Mens of slaaf?
De God uit bijbel word boos wanneer de slang de mens de vrucht der kennis heeft aangereikt:
[Genesis 3:4] De slang echter zeide tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven,[/i]
maar God weet dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad.
[Genesis 3:4 tot 3:5]
Misschien waren de goden hieral verdeeld en wou een deel van de goden de mens als arbeider/slaaf houden terwijl andere god(en) (de slang) de mens als evenbeeld wou maken. De verdeeldheid tussen goden over de mens, komt bij het Sumerische verhaal over Utnapishtim weer na boven.
Utnapishtim in het Gilgamesh epos
Op de zevende dag was het schip voltooid, de waterlating was moeilijk. Toen twee-derde van het voertuig in het water lag, legde ik alles wat ik had op haar, alles van zilver, alles van goud legde ik op haar. Mijn familie en nageslacht liet ik aan boord gaan, de dieren van het veld en de wilde dieren liet ik aan boord gaan, de bouwers van de boot liet ik aan boord gaan.
Zo staat geschreven in het Gilgamesh epos. Op het elfde kleitablet wordt een vloed beschreven, gelijk aan die van het oude testament. Deze kleitabletten zijn gedateerd op 2500 v.C. dit waar het bijbelse verhaal van Noach gedateerd is rond 1000 v.C. Utnapishtim verteld het verhaal van de stad Shurrupak, Utnapishtim was hoofdpriester en koning van deze stad. Het lawaai van de mensen in deze stad hield de god Enlil uit zijn slaap.
Ook een ouder en Sumerisch verhaal beschrijft gelijk aan het epos hoe; Enki de god was die Utnapishtim vertelde dat en hoe hij een schip moest maken opdat de mensheid de vernietigende overstroming kon overleven. De overstroming gemaakt door Enlil in overeenstemming met de andere goden bedoelt om de mens van de aardbodem weg te vagen. Echter was Enki gebonden aan de eed, die was gelegd tussen de goden, om de mens niks te vertellen of de aankomende vloed. Enki gebruikte een list en ging achter de muur staan van het huis waar Ziusudra woonde en zei tot hem: 'Door de muur zal ik tot u spreken' enzo deelde niet Enki maar de muur Ziusudra mede:
O Ziusudra, bewoner van Surippak, breek je huis af, bouw een schip, zie af van alle rijkdom, laat je bezittingen achter, red je leven. Veracht bezit en hou de ziel levend. Aanboord het schip zal je het zaad of van alle levende dingen nemen.
Toen de vloed aan zijn einde kwam, voer het schip op een berg:
Vijf dagen en nog een zesde dag hield de berg Nisir het schip vast zonder het te laten wankelen. Toen de zevende dag kwam, zond ik een duif uit en liet haar los. De duif vloog weg en keerde terug: zij zag geen rustplaatst, daarom kwam zij terug
Hierna wordt er nog een zwaluw los gelaten echter komt deze ook terug, de raaf die hierna wordt los gelaten komt niet meer terug, enzo weet Utnapishtim dat het water verdwenen is.
Iedereen die de bijbel kent, of christelijk is groot gebracht herkent hier onmiddelijk het verhaal van Noach in, die ook een duif los liet nadat ook hij op een berg gestrand was. Utnapishtim maakt, nadat hij uit de boot is gekomen maakt hij een offer voor de goden boven op de berg. De goden komen hier op af "als vliegen", de godin Ishtar zegt vervolgens dit de offer voor alle goden is behalve voor Enlil wier zijn schuld de vloed is.
[Genesis 8:20]:
En Noach bouwde een altaar voor de HERE, en hij nam van la het reine vee en van al riene gevogelte en bracht brandoffers op het altaar. Toen de HERE de liefelikj reuk rook, zeide de HERE bij zichzelf: Ik zal de aardbodem niet weer vervloeken om de mens, omdat het voortbrengsel van des mensen hart boos is van zijn jeugd aan, en ik zal al wat leeft niet weer slaan, zoals ik gedaan heb.
[Genesis 8:20 tot en met 8:22]
Enlil de God die de vloed had gemaakt was ontstemd toen hij leerde over de overleving van Ziusudra, zo vertelt het epos van Gilgames dan weer: Enki verweet Enlil vervolgens dat hij de zondvloed had veroorzaakt en legde toen uit hoe het geheim was ontdekt in een visioen dat aan Utnapishtim was gegeven. Over zijn lot moest Enlil beslissen en die kondigde toen aan dat Utnapishtim en zijn vrouw als goden zullen worden. En de goden brachten hen met een boot naar het verafgelegen land.
Ik wil twee Sumeriese Goden naar voren halen, Enki en Enlil, en deze Goden de volgende rol geven: Enlil als de God van de Joden en Enki als de God van Jezus
Ik haal soms lange bijbelcitaten aan, dit doe ik omdat ik de citaten niet uit hun context wil halen. Naastdat is het bijlange na nog niet uitgebreid genoeg, toch heb ik alvast op de "Verstuur bericht" omdat ik waarschijnlijk de komende week niet in staat om het zelf uit te breiden, dus wellicht dat anderen die hier in geïnteresseerd zijn of enige kennis hier van hebben, het willen uitbreiden.
[ Voor 135% gewijzigd door Verwijderd op 07-03-2004 21:35 ]