Die weerleggingen moeten nog geschreven worden: Ga je gang!
Nog geschreven worden?

Volgens mij heb ik een groot deel al weerlegd in de Bestaat God thread.
Maar goed, die FAQ moet natuurlijk wel wat in evenwicht blijven

, dus laat ik de spits maar afbijten:
Argument 1: Perfectie versus Creatie van de Wereld (1)
1. God is perfect. (Premisse)
2. Indien een mogelijk wezen A beter is dan een wezen B is wezen B niet perfect. (Definitie van perfectie)
3. God heeft de wereld geschapen. (Premisse)
4. De wereld is niet perfect. (Premisse)
5. Een wezen A dat een perfecte wereld schept is beter dan een wezen B dat een niet perfecte wereld schept. (Premisse)
6. Dus een wezen dat een niet perfecte wereld schept is niet perfect. (Uit 2 en 5)
7. Dus het wezen dat onze wereld heeft geschapen is niet perfect. (Uit 6 en 4)
8. Dus God is niet perfect. (Uit 7 en 3)
9. Een wezen kan niet tegelijk perfect en niet perfect zijn. (Premisse)
10. Dus God bestaat niet. (Uit 1, 8 en 9)
Ik heb geprobeerd
een christelijk standpunt/reactie te verwoorden in onderstaande. Ik heb iets dergelijks al eerder genoemd in de Bestaat God thread, (begin deel 5?), maar hier even overgegoten in "puntjesvorm".
A. Perfecte Wezen
1. Indien een mogelijk wezen A beter is dan een wezen B is wezen B niet perfect. (Definitie van een perfect wezen)
2. Een wezen A dat perfect handelt is beter dan wezen B dat niet perfect handelt. (Premisse)
3. Een perfect Wezen is perfect in Zijn handelen (uit A1,2)
4. Een algeheel perfect Wezen is God (stelling)
Opmerking bij A2 en A3: perfect handelen is (bij scheppend handelen): iets maken wat perfect voor zijn beoogde doel geschikt is.
Nog een stelling: alleen een perfect Wezen kan bepalen wat perfect handelen is.
B. Perfecte wereld
1. Als God een wereld schept is dat een perfecte wereld. (uit A3)
2. In een perfecte wereld lopen wezens rond die God kunnen bewonderen / eren om wat Hij gemaakt heeft. (stelling)
3. Die wezens moeten perfect geschikt zijn tot dat doel. (uit A3)
C. De perfecte wezens voor de perfecte wereld.
1. Een wezen dat je bewondert/eert omdat je hem zo hebt geprogrammeerd is minder bevredigend dan een wezen dat dat doet uit vrije wil.
2. De perfecte wezens voor de perfecte wereld hebben een vrije wil. (uit C1 en B3)
a. Deze perfecte wezens hebben dus ook de mogelijkheid om je niet te bewonderen/eren. (Gevolg C2)
D. Samenloop: God, aarde, mens
1. God bestaat. (premisse)
2. God schiep de wereld. (premisse)
3. De wereld is perfect geschapen (uit D2 en A3)
4. Er zijn dus wezens met een vrije wil op die wereld (uit C2)
5. De wereld moest noodzakelijk kunnen vervallen naar niet-perfectie, aangezien vrije wil noodzakelijk was voor perfectie. (uit B2 en C2(a))
6. Deze wereld kon dus twee wegen gaan (uit D5, C2), onafhankelijk van God (uit C2):
a. God blijven dienen/eren.
b. God verwerpen.
7. We leven nu een in een niet-perfecte wereld, dus we hebben er eenmaal voor gekozen om God niet te eren. (uit D2, D6 en huidige situatie)
E. Probleem/weerlegging:
1. God is perfect, dus ook alwetend (premisse)
2. God had kunnen voorzien dat de wereld zou vallen tot een niet-perfecte wereld (de huidige staat) (uit E1)
3. God had dus: (uit A3)
a. Beter een minder-perfecte wereld kunnen maken (dus zonder wezens met vrije wil), omdat die uiteindelijk perfecter zou zijn dan de huidige wereld.
OF:
b. Beter geen wereld kunnen scheppen.
F. Oplossing: (uit A3)
1. God schiep een perfecte wereld die verviel naar niet-perfectie. (uit D3 en D7)
2. God zal alleen een perfecte wereld scheppen, dus onafhankelijk van de weg die de wereld zal gaan (zie D6) voorziet/zorgt God dat deze wereld uiteindelijk weer in perfecte staat wordt gebracht (uit E2 en A3)
3. De wereld komt uiteindelijk in een perfecte staat (uit D3 en A3), en was dus een perfecte schepping. (God leeft niet in de tijd zoals wij!)
G. Samenvatting:
1. Indien de wereld is geschapen door God(premisse),
2. Is de wereld perfect geschapen (uit A)
3. Zijn er op de wereld wezens met vrije wil (uit B,C)
4. Aangezien de wereld niet perfect meer is (feit)
5. Komt deze wereld uiteindelijk weer in perfecte toestand (uit E,F)
Dit is trouwens wel een bijzonder "rationele" benadering van het christelijk
geloof.
Nog even de weerlegging samengevat:
Samengevatte weerlegging in tekstvorm:
De wereld is perfect geschapen, om die perfectheid te continueren moesten de mensen niet tegen God kiezen.
Nu waren er twee mogelijkheden: of de mens bleef voor God kiezen, en de wereld bleef dus perfect. Of de mens koos tegen God en de wereld werd inperfect.
Kon God dan geen wereld scheppen die gelijk uiteindelijk perfect was (zonder de mogelijkheid tot inperfectie in zich)? Nee, want dat zou betekenen dat Hij de mens geen vrije wil gaf, ofwel dat Hij geen perfecte wereld had geschapen.
Echter, het mooie is nu dat God in beide mogelijkheden een perfecte wereld op het oog had. Beide mogelijkheden hebben hetzelfde einddoel, namelijk: de mens kiest vrijwillig voor God en het goede.
Auteur: Xetar
PS: Misschien zal ik in de kerstvakantie nog wat argumenten proberen te weerleggen.