Een apparaat wat naast kopieeren ook kan printen werkt per definitie digitaal.
Een analoog kopieerapparaat (kan dus alleen maar kopieeren) gebruikt het teruggekaatste licht van het onderwerp op de glasplaat om een statisch geladen rol te belichten (rol is statisch, licht ontlaadt). De toner blijft alleen aan de statische (onbelichte) delen hangen, dit wordt op papier overgebracht en verhit zodat de toner aan het papier hecht.
Een digitaal kopieerappaart scant het origineel, en kan van allerlei methoden gebruik maken om af te drukken, afhankelijk van het ontwerp.