hallo,
ik heb een reeks getallen, en hiervan de formule:
L is hierin de lengte van een lijn,
x een constant getal,
n geeft aan de hoeveelste lijn het is.
Ø is ook een constant getal, namelijk phi = 0.5(1+sqrt(5))
Zoals te zien is loopt deze formule naar 0 naarmate n toeneemt, want Ø^(0.5n-0.25(-1)^n-0.75) > x. De formule moet dus een limiet hebben.
Tot zover geen problemen.
Nu wil ik de somrij van deze formule berekenen, om zo de limiet te berekenen.
De recursieve formule is niet moeilijk, namelijk:
Alleen de directe somrij uit de formule van L(n) afleiden lukt me niet.
Dit zou geen probleem zijn, als ik wist hoe ik van de recursieve somrij S(n) een directe somrij kon maken, maar dit lukt me ook niet.
Iemand ideeen?
ik heb een reeks getallen, en hiervan de formule:
code:
1
| L(n) = x/Ø^(0.5n-0.25(-1)^n-0.75) |
L is hierin de lengte van een lijn,
x een constant getal,
n geeft aan de hoeveelste lijn het is.
Ø is ook een constant getal, namelijk phi = 0.5(1+sqrt(5))
Zoals te zien is loopt deze formule naar 0 naarmate n toeneemt, want Ø^(0.5n-0.25(-1)^n-0.75) > x. De formule moet dus een limiet hebben.
Tot zover geen problemen.
Nu wil ik de somrij van deze formule berekenen, om zo de limiet te berekenen.
De recursieve formule is niet moeilijk, namelijk:
code:
1
| S(n) = S(n-1) + 1/Ø^(0.5n-0.25(-1)^n - 0.75) met n(min) = 1 en S(0) = 1 |
Alleen de directe somrij uit de formule van L(n) afleiden lukt me niet.
Dit zou geen probleem zijn, als ik wist hoe ik van de recursieve somrij S(n) een directe somrij kon maken, maar dit lukt me ook niet.
Iemand ideeen?
[ Voor 9% gewijzigd door Marc op 01-12-2003 16:24 ]