Zoals de afgelopen jaren gebruikelijk was zullen we, om het een beetje overzichtelijk te houden, 4 topics over de wetenschapsquiz gaande houden. Ieder topic betreft vijf vragen. Het is aan te bevelen je uitleg (posts met alleen antwoorden zullen worden verwijderd!) in zogenaamde spoiler boxes te verpakken.
Dit kan door je antwoord bijvoorbeeld te verpakken in
[table][tr][td bgcolor=#000000] antwoord [/td][/tr][/table] tags.
16. Met een steekproef testen we de deelnemers aan de tiende Nationale Wetenschapsquiz op een verboden pepmiddel. Stel dat tien procent van de deelnemers het pepmiddel gebruikt. De test is slechts voor negentig procent zuiver. Eén deelnemer blijkt pep-positief. Hoe groot is de kans dat hij het pepmiddel daadwerkelijk heeft gebruikt?
A. Minder dan vijftig procent.
B. Vijftig procent.
C. Meer dan vijftig procent.
17. Waarom is sneeuw wit?
A. Omdat sneeuw alle kleuren absorbeert.
B. Omdat sneeuw alle kleuren reflecteert.
C. Omdat watermoleculen wit zijn.
18. Aan wie danken wij de uitvinding van de lucifer?
A. Aan een onbekende Chinese monnik die in de achtste eeuw het buskruit ontdekte bij zijn zoektocht naar een levenselixer.
B. Aan de Duitse alchemist Henning Brand die in de zeventiende eeuw fosfor ontdekte toen hij urine inkookte om goud te maken.
C. Aan de Zwitserse wetenschapper Friedrich Schönheim die in de negentiende eeuw schietkatoen ontdekte toen hij celluloid wilde maken.
19. Hoe komt een regenworm een zeer strenge winter door?
A. Hij houdt diep in de grond een winterslaap.
B. Hij verpopt zich voordat de vorst invalt.
C. Hij bevriest en leeft weer op als het warm wordt.
20. In een emmer water drijft een blokje hout. Je bindt een touw aan het hengsel en slingert de emmer aan het touw rond. Wat gebeurt er met het blokje hout?
A. Het blokje zakt dieper in het water.
B. Het blokje komt meer naar boven.
C. Het blokje blijft op hetzelfde niveau.
Dit kan door je antwoord bijvoorbeeld te verpakken in
[table][tr][td bgcolor=#000000] antwoord [/td][/tr][/table] tags.
16. Met een steekproef testen we de deelnemers aan de tiende Nationale Wetenschapsquiz op een verboden pepmiddel. Stel dat tien procent van de deelnemers het pepmiddel gebruikt. De test is slechts voor negentig procent zuiver. Eén deelnemer blijkt pep-positief. Hoe groot is de kans dat hij het pepmiddel daadwerkelijk heeft gebruikt?
A. Minder dan vijftig procent.
B. Vijftig procent.
C. Meer dan vijftig procent.
17. Waarom is sneeuw wit?
A. Omdat sneeuw alle kleuren absorbeert.
B. Omdat sneeuw alle kleuren reflecteert.
C. Omdat watermoleculen wit zijn.
18. Aan wie danken wij de uitvinding van de lucifer?
A. Aan een onbekende Chinese monnik die in de achtste eeuw het buskruit ontdekte bij zijn zoektocht naar een levenselixer.
B. Aan de Duitse alchemist Henning Brand die in de zeventiende eeuw fosfor ontdekte toen hij urine inkookte om goud te maken.
C. Aan de Zwitserse wetenschapper Friedrich Schönheim die in de negentiende eeuw schietkatoen ontdekte toen hij celluloid wilde maken.
19. Hoe komt een regenworm een zeer strenge winter door?
A. Hij houdt diep in de grond een winterslaap.
B. Hij verpopt zich voordat de vorst invalt.
C. Hij bevriest en leeft weer op als het warm wordt.
20. In een emmer water drijft een blokje hout. Je bindt een touw aan het hengsel en slingert de emmer aan het touw rond. Wat gebeurt er met het blokje hout?
A. Het blokje zakt dieper in het water.
B. Het blokje komt meer naar boven.
C. Het blokje blijft op hetzelfde niveau.
[ Voor 16% gewijzigd door Confusion op 22-11-2003 11:27 ]
Wie trösten wir uns, die Mörder aller Mörder?