Als een soort van aanvulling op mij vorige topic: De lage landen wil ik posten wat ik aan typen was omdat ik niks te doen had en internet het niet deed (voor mij dan) Het gaat over cultuur, ik was er mee bezig omdat ik altijd nog wat moet inleveren voor school en ik zonet dacht "Dan doe ik het hier wel over" het het eindigd ook zo omdat ik in het document verder ga met nationalisme. Daarnaast moet het nog uitgewerkt worden (waardoor overgangen plots kunnen lijken) maar wanneer dat gebeurt is, is het te veel geworden om te posten 
"Dé cultuur: dat is het domein waarin zich de scheppende en geestelijke activiteiten van de mens afspelen. Míjn cultuur: dat is de geest van het volk waartoe ik behoor, die zowel mijn verhevenste gedachten als de eenvoudigste handelingen uit mijn dagelijks leven beïnvloedt"
Finkielkraut.
Cultuur
Ik ben er nu achter dat om cultuur te omschrijven het vooral belangrijk is om cultuur als een abstract begrip te bekijken: cultuur is een vaag geheel van kennis, geloof, kunst, wetgeving, moraal, gewoonte en rituelen die de manier waarop een samenhangende groep tegen de wereld aankijkt bepalen, het gedrag waarmee fundamentele biologische drijfveren omgezet worden in sociale behoeften.
Het is de verzameling van waarden die het ideale menszijn bepalen, de vorm van bestaan waar een ieder naar streeft. Het geheim van cultuur is dat het niet vast te leggen is, geen gegeven is, maar dat het telkens opnieuw door een samenleving gerealiseerd moet worden op basis van de culturele werken die vorige generaties deze generatie hebben nagelaten. Een sociale erfenis van handelen, moraal en geloof, die de inhoud van het leven bepalen, want cultuur heeft nochtans een sterke invloed op de wereld om mij heen.
Volk
Hoe diep de eigen cultuur is ingeworteld bij een volk, blijkt pas bij een confrontatie met andere culturen, in tijden van bedreiging vormt de culturele abstractheid het grootste bindmiddel en drijfveer van een volk. Het principe van het bestaan van staten is hier op gebaseerd: mensen willen in een gemeenschap leven bestaand uit personen met wie zij zich verwant voelen, zo worden wij-gemeenschap en zij-gemeenschappen gevormd:
zij die per definitie degenen zijn die niet wij zijn.
De wij-gemeenschap bestrijkt meerdere karaktereigenschappen zodat in elke situatie wel iets kan gevonden worden dat van toepassing is. Ik als lid van het ‘Nederlandersvolk’ kan zichzelf zien als een ferme aanpakker of tolerante kikker: ik kan een voorbeeld van karakter zoeken in de prototypen van geus en softdrugs beleid, mijn volk en ieders volk is een volk bestaand uit meerdere identiteiten onder een gelijke cultuur.
Identiteit
Er zou gezegd kunnen worden dat het volk waar ik toe wil behoren eigenlijk een volksidentiteit is: een streven naar een selectie van ideale identiteiten, identiteiten die het gevoel geven van bij de groep te horen, één met de groep te zijn. Dit gedrag is in elk mens zichtbaar, zelfs mensen die nergens bij willen behoren en een totale anarchie proberen te belijden zoeken naar gelijke identiteiten.
Het is een instinct van de mens en kan banaal of zelfs irrationeel gevonden worden, bestaan doet het en verdwijnen zal het niet: de USSR heeft geprobeerd om de aparte culturen met harde hand uit te wissen maar is er mede aan onder gegaan. De tsaar werd afgezet en vermoord, en het communisme van gelijk zijn kwam eraan, toch heeft deze globale identiteit van Berlijn tot aan Korea niet het volk kunnen verenigen: toen het viel ging het onder in tal van kleinere cultuurstaten.
Volksidentiteiten veranderen en verschuiven om te groeien naar de context waarin het volk en het individu zich bevindt, volksidentiteit is namelijk een continu proces van zoeken, vinden en aanpassen. Volkeren stellen zichzelf voor doormiddel van een kleine selectie van ideale identiteiten naar wat de cultuur voor de persoon moet groeien, hierdoor veranderen culturen constant. Het gevaar schuilt zich er in dat er verkomen moet worden dat een cultuur oppervlakkig wordt na het verwateren of juist uitdrogen van het aantal identiteiten.
Op het kruispunt van de voorchristelijk cultuur en de christelijke cultuur stond eens de Friese koning Radboud, koning Radboud stond reeds met één been in de doopvont toen plots satan vermond als een engel Radboud toesprak:
“O gij sterke held! Wie heeft u zo misleid, dat ge op het punt staat de dienst aan uw Goden ontrouw te worden! Laat u toch niet op een dwaalweg voeren en blijf trouw aan de godsdienst, waarin gij van kindsbeen af zijt opgeleid, dan zult gij de gouden woningen bezitten welke ik u spoedig zal tonen”
In grote twijfel wende Radboud zich tot de bisschop en vroeg of de zielen van zijn voorvaderen zich in de hemel dan wel in de hel bevonden. De bisschop antwoordde, dat men volgens Gods woord moest vrezen, dat de meesten van hen niet zalig waren, daar de Heer had gezegd: “Wie niet aan mij gelooft, zal verdoemd worden.” Toen trok Radboud zijn voet uit de vont, en zei:
“Het is mij veel liever om met mijn voorvaderen, ouders en vrienden temidden van de heidenen in de hel te verkeren, dan met uw handjevol christenen in het hemelrijk te zijn.”
"Dé cultuur: dat is het domein waarin zich de scheppende en geestelijke activiteiten van de mens afspelen. Míjn cultuur: dat is de geest van het volk waartoe ik behoor, die zowel mijn verhevenste gedachten als de eenvoudigste handelingen uit mijn dagelijks leven beïnvloedt"
Finkielkraut.
Cultuur
Ik ben er nu achter dat om cultuur te omschrijven het vooral belangrijk is om cultuur als een abstract begrip te bekijken: cultuur is een vaag geheel van kennis, geloof, kunst, wetgeving, moraal, gewoonte en rituelen die de manier waarop een samenhangende groep tegen de wereld aankijkt bepalen, het gedrag waarmee fundamentele biologische drijfveren omgezet worden in sociale behoeften.
Het is de verzameling van waarden die het ideale menszijn bepalen, de vorm van bestaan waar een ieder naar streeft. Het geheim van cultuur is dat het niet vast te leggen is, geen gegeven is, maar dat het telkens opnieuw door een samenleving gerealiseerd moet worden op basis van de culturele werken die vorige generaties deze generatie hebben nagelaten. Een sociale erfenis van handelen, moraal en geloof, die de inhoud van het leven bepalen, want cultuur heeft nochtans een sterke invloed op de wereld om mij heen.
Volk
Hoe diep de eigen cultuur is ingeworteld bij een volk, blijkt pas bij een confrontatie met andere culturen, in tijden van bedreiging vormt de culturele abstractheid het grootste bindmiddel en drijfveer van een volk. Het principe van het bestaan van staten is hier op gebaseerd: mensen willen in een gemeenschap leven bestaand uit personen met wie zij zich verwant voelen, zo worden wij-gemeenschap en zij-gemeenschappen gevormd:
zij die per definitie degenen zijn die niet wij zijn.
De wij-gemeenschap bestrijkt meerdere karaktereigenschappen zodat in elke situatie wel iets kan gevonden worden dat van toepassing is. Ik als lid van het ‘Nederlandersvolk’ kan zichzelf zien als een ferme aanpakker of tolerante kikker: ik kan een voorbeeld van karakter zoeken in de prototypen van geus en softdrugs beleid, mijn volk en ieders volk is een volk bestaand uit meerdere identiteiten onder een gelijke cultuur.
Identiteit
Er zou gezegd kunnen worden dat het volk waar ik toe wil behoren eigenlijk een volksidentiteit is: een streven naar een selectie van ideale identiteiten, identiteiten die het gevoel geven van bij de groep te horen, één met de groep te zijn. Dit gedrag is in elk mens zichtbaar, zelfs mensen die nergens bij willen behoren en een totale anarchie proberen te belijden zoeken naar gelijke identiteiten.
Het is een instinct van de mens en kan banaal of zelfs irrationeel gevonden worden, bestaan doet het en verdwijnen zal het niet: de USSR heeft geprobeerd om de aparte culturen met harde hand uit te wissen maar is er mede aan onder gegaan. De tsaar werd afgezet en vermoord, en het communisme van gelijk zijn kwam eraan, toch heeft deze globale identiteit van Berlijn tot aan Korea niet het volk kunnen verenigen: toen het viel ging het onder in tal van kleinere cultuurstaten.
Volksidentiteiten veranderen en verschuiven om te groeien naar de context waarin het volk en het individu zich bevindt, volksidentiteit is namelijk een continu proces van zoeken, vinden en aanpassen. Volkeren stellen zichzelf voor doormiddel van een kleine selectie van ideale identiteiten naar wat de cultuur voor de persoon moet groeien, hierdoor veranderen culturen constant. Het gevaar schuilt zich er in dat er verkomen moet worden dat een cultuur oppervlakkig wordt na het verwateren of juist uitdrogen van het aantal identiteiten.
Op het kruispunt van de voorchristelijk cultuur en de christelijke cultuur stond eens de Friese koning Radboud, koning Radboud stond reeds met één been in de doopvont toen plots satan vermond als een engel Radboud toesprak:
“O gij sterke held! Wie heeft u zo misleid, dat ge op het punt staat de dienst aan uw Goden ontrouw te worden! Laat u toch niet op een dwaalweg voeren en blijf trouw aan de godsdienst, waarin gij van kindsbeen af zijt opgeleid, dan zult gij de gouden woningen bezitten welke ik u spoedig zal tonen”
In grote twijfel wende Radboud zich tot de bisschop en vroeg of de zielen van zijn voorvaderen zich in de hemel dan wel in de hel bevonden. De bisschop antwoordde, dat men volgens Gods woord moest vrezen, dat de meesten van hen niet zalig waren, daar de Heer had gezegd: “Wie niet aan mij gelooft, zal verdoemd worden.” Toen trok Radboud zijn voet uit de vont, en zei:
“Het is mij veel liever om met mijn voorvaderen, ouders en vrienden temidden van de heidenen in de hel te verkeren, dan met uw handjevol christenen in het hemelrijk te zijn.”