k, wat is het, wat was de bedoeling ervan, en wat is het nut? een aantal vragen waar ik zlef geen antwoord op heb, wie helpt?????
Het is btw voor levensbeschouwing(
)
Het is btw voor levensbeschouwing(
Postmodernisme en sociologie
Binnen de sociologie is reeds lange tijd een stroming in opkomst die zich aanduidt met de titel "postmodernisme". Wat houdt de postmoderne benadering in? Er was eens…
Agnes Akkerman en René Torenvlied
De postmoderne benadering bekritiseert het "standaardbeeld" van goede sociale wetenschapsbeoefening. De standaard-wetenschaps-beoefening in de sociologie wordt volgens het post-modernisme gedomineerd door "de" methodologie. Vanuit een onkritisch vertrouwen van de onderzoeker in de methodologie van de sociale wetenschappen, zal onderzoek volgens de meeste sociologen leiden tot een objectieve en almachtige kennis over de heersende natuurwetten die onze samenleving bepalen. Wanneer sociologische onderzoekers zich strikt houden aan hun opgestelde methodologie, dan kunnen zij een zekere afstand nemen van hun onderzoeksobject. Hierdoor wordt objectiviteit gewaarborgd en worden conclusies en aanbevelingen verantwoord. Dit is een standaardbeeld van sociaal-wetenschappelijke theorie en onderzoek dat veel studenten zullen herkennen.
Volgens postmodernisten bewaren wetenschappers daarmee een "onschuld" die zij eigenlijk niet hebben. Op het "standaardbeeld" van sociale wetenschapsbeoefening levert het postmodernisme —een haars inziens fundamentele— kritiek.
Abma (1996: 21) geeft deze kritiek "kernachtig" weer: "postmodernisten geven het idee op dat er essentialia of natuurlijke gegevens zijn die voorafgaan aan het proces van sociale determinatie". Waar de standaard-wetenschap ernaar streeft te komen tot een eenduidige, gedeelde definitie van begrippen en concepten, wil het postmodernisme juist het dubbelzinnige karakter van feiten en gebeurtenissen benadrukken. De motivering van postmodernisten hiervoor is tweeërlei.
Ten eerste wordt de stellingname betrokken dat het onwenselijk is om te zoeken naar een (gedeelde) waarheid. Ten tweede wordt beargumenteerd dat "de" werkelijkheid zo complex is dat "woorden ons soms tekort schieten" (Abma, 1996: 79-80) — laat staan dat we hierop een (gedeelde) methodologie kunnen toepassen. De ingewikkelde en veeleisende methodologie van de sociale wetenschappen zouden hierdoor het vertrouwen van een beginnend wetenschapper maar ondermijnen! (Abma, 1996: 30). Op grond van beide motieven verwerpen postmodernisten de standaard wetenschappelijke methodologie.
Het postmodernisme is sterk in opkomst in de sociologie en verwante wetenschappen. Veel inleidende boeken in de sociologie besteden aandacht aan deze stroming. In dit korte artikel willen wij, als reactie, twee stellingen poneren.
Onze eerste stelling is dat de producten van postmodernisten (verhalen) net als alle andere wetenschappelijke producten een (wetenschappelijk) beoordelingskader behoeven.
Onze tweede stelling is dat postmoderne sociologen zichzelf doelbewust onttrekken aan een wetenschappelijke discussie.
Wij zijn namelijk van mening dat de postmoderne benadering niet alleen een onjuist beeld schetst van de "standaard" van sociale wetenschapsbeoefening, maar dat de uitgangspunten en de werkwijze van het postmodernisme bovendien aanleiding geven om sterk aan haar nut te twijfelen. Wij zullen beide stellingen hieronder uitwerken.
Verhalen maken wetenschap weer leuk
De methodologie, stelt volgens postmodernisten zeer strenge eisen aan wetenschappers. Door te eisen dat wetenschappelijke producten systematisch, controleerbaar en consistent zijn, zouden de producten van sociologisch, politicologisch, economisch, antropologisch of bestuurskundig onderzoek verworden zijn tot een onmenselijke taal —zonder geur of smaak. Het maken van theorieën en modellen verhult volgens post-modernisten bepaalde, diepere en werkelijke bedoelingen van wetenschappers. Door zelf, als onderzoeker, verhalen te vertellen en te reconstrueren, zou de complexe sociale werkelijkheid meer recht worden gedaan. Hierbij moet de dubbelzinnigheid van de complexe werkelijkheid worden benadrukt, in plaats van de systematiek die erachter schuil zou gaan. Dat klinkt erg aantrekkelijk, want wie heeft er nu geen moeite om complexe interview- en enquête-gegevens te analyseren en te interpreteren in termen van een theorie of een model?
Een verhaal is volgens postmodernisten een geheel met een begin en een einde. Bovendien zit er iets spannends in: een plot of een moraal (Van Eeten et al., 1996: 173). Bovendien moet een verhaal, een vertelling, erg mooi zijn geschreven en de lezer "pakken". Zo zou een verhaal dat wordt toegepast in beleidsonderzoek een moraliserend karakter kunnen hebben —net zoals bijvoorbeeld verhalen in de bijbel (natuurlijk zijn bijbelvertellingen sociologie pur sang). Het postmoderne verhaal zou een alternatieve presentatie van de werkelijkheid moeten geven die leidt tot volstrekt nieuwe inzichten, zoals bijvoorbeeld wordt gedaan in de psycho-analyse of bij de bewijsvoering in rechtszaken. (Hier beginnen de voorbeelden van postmodernisten overigens hun stellingname een beetje tegen te spreken: in rechtszaken is men op zoek naar 'de waarheid en niets dan de waarheid'; in de psycho-analyse is men op zoek naar de werkelijke gebeurtenissen die ten grondslag liggen aan een probleem).
Het verhaal als vorm van verslaglegging lijkt ons beslist niet iets om te verwerpen in de sociologie. Waarom zou een wetenschappelijk product niet mooi geschreven mogen zijn!! Maar ook in verhalen moet duidelijk zijn wat de wetenschapper bedoelt. Neem maar eens het voorbeeld van het onderzoek van de parlementaire enquêtecommissie "opsporingsmethoden." Daar kunnen sociologen na een grondige beleidsanalyse tot de conclusie komen dat rechercheurs teveel beleidsvrijheid hebben gekregen en hierdoor handelingen hebben verricht (zoals het illegaal verrichten van transacties met criminelen) die niet door de beugel kunnen. Toegegeven, dat klinkt een beetje saai. Maar, wanneer een postmodernist bijvoorbeeld de minister van Justitie afschildert als een 'boef' en de minister van Binnenlandse Zaken als een 'schurk,' moet de bedoeling van deze tegenstelling wel zeer duidelijk worden in de tekst. Wanneer de opsporingsambtenaren, die met medeweten van meerderen handelen in drugs, worden afgeschilderd als de 'vrije jongens,' de 'helden' die de 'echte' boeven weten te vangen-dan moet ook duidelijk worden waarom deze postmoderne voorstelling van zaken tot nieuwe en verrassende inzichten leidt.
Postmodernisten wentelen de verantwoordelijkheid voor de interpretatie van een tekst af op de lezer, onder het motto: "doet u maar uw voordeel ermee, gebruik mijn tekst maar zoals u het goeddunkt". Als u niet wilt luisteren, dan "zapt" u gewoon naar een ander, wellicht leuker sociologisch verhaal. Dit biedt een wel zeer wankele basis onder het verhaal dat zo centraal staat in het postmodernisme. De interessante en goed leesbare "sprookjes" en "mythen" lopen het gevaar te verworden tot de oncontroleerbare fantasieën van de auteur en de lezers. Er valt niet meer te achterhalen welke aspecten van het verhaal berusten op waarneming en welke aspecten berusten op verzinselen. Postmodernisten vinden dat overigens eerder een voordeel dan een nadeel!
Nu hebben postmodernisten een grote valkuil uitgezet voor iedereen die het niet eens is met hun gedachtengoed. Deze valkuil is de volgende: Volgens de postmoderne benadering vertellen wij, als critici, ook ons eigen verhaal. Ons verhaal is slechts interessant voor degenen die naar ons willen luisteren. En dat zijn jullie dus, als lezers van de Signifikrant**! (Of je moet er inmiddels mee zijn opgehouden nog verder te lezen). Ons verhaal moet immers, volgens postmoderne uitgangspunten, worden beoordeeld op haar esthetiek en moraal, en minder op haar inhoud. Deze logica volgend, hoeven postmoderne wetenschappers zich weinig aan te trekken van onze bespreking. Zij stappen gewoon over naar een ander verhaal; een verhaal dat hen meer bekoort of overtuigt (Frissen, 1996).
Theorievorming zou onmogelijk zijn
Postmodernistische auteurs ontkennen dat (generaliserende) theorievorming mogelijk is. "Als alles uniek is," schrijft Abma (1996: 177), "dan zijn vergelijkingen waarin wordt gezocht naar verschillen en overeenkomsten terwijl bepaalde dimensies constant worden gehouden (in de veronderstelling dat andere variabelen overeenkomen) niet relevant. Voorspellen binnen de sociale wetenschappen wordt onmogelijk geacht (Frissen, 1996: 304). Deze stelling is onjuist —maar daar gaat het ons hier even niet om. Uit de postmoderne redenering volgt namelijk dat elk wetenschappelijk product een eigen verhaal is en meer dan één waarheid bevat. De postmoderne auteurs trekken daaruit, zeer consistent, de conclusie dat een cumulatie van wetenschappelijke kennis niet mogelijk is. Binnen deze redenering bestaat er geen ruimte voor vooruitgang in de wetenschap.
Deze conclusie geeft weinig goede moed voor beginnende wetenschapsbeoefenaars. Het is één ding om de maakbaarheid van de samenleving te relativeren; het is toch even iets anders om wetenschappelijke vooruitgang volledig te ontkennen. Het is daarom des te opmerkelijker dat vanuit de postmoderne positie ruimte vrij zou komen voor een "vrolijke wetenschap". Om weer het voorbeeld te nemen van de sociologische beleidsanalyse: "Als beleidsevaluatie is bevrijd van het 'juk der methode' kan het creatieve en speelse element eindelijk weer floreren" (Abma, 1996: 117). Het heeft volgens ons wat weg van dansen op de rand van de vulkaan: we komen niet verder, de wereld gaat naar de knoppen, armoede blijft een probleem, maar we kunnen het ons als wetenschappers wel leuk maken. Juist vanuit deze beladen vrolijkheid en het verwante "ironiseren" volgt een verwijdering van wat wij verstaan onder 'wetenschap'. Maar, niet alleen het verwerpen van de sociaal-wetenschappelijke methodologie als zodanig, vooral de consequentie daarvan voor het voeren van een wetenschappelijk debat, maakt dat een postmoderne sociologie zich volgens ons buiten het bereik plaatst van de wetenschapsbeoefening.
Het verwerpen van een wetenschappelijk beoordelingskader —en daarmee het vermijden van een wetenschappelijk debat— leidt tot het verlaten van wat wij het belangrijkste principe van de methodologie vinden: de controleerbaarheid van verzamelde kennis. Wanneer er een uitgewerkt begrippenkader wordt gehanteerd, is duidelijk welke stappen de onderzoeker heeft gevolgd om tot zijn/haar conclusies te komen. Wanneer een wetenschappelijk onderzoek wordt herhaald en op dezelfde wijze wordt uitgevoerd, zouden dezelfde resultaten bereikt moeten worden. Om dit mogelijk te maken, moeten zoveel mogelijk stappen van het onderzoek worden duidelijk gemaakt en moet zoveel als mogelijk het begrippenkader worden gedefinieerd. Deze eis is belangrijk omdat wetenschappers elkaars resultaten moeten kunnen bespreken. Wanneer de controleerbaarheid van kennis niet langer een voorwaarde is voor wetenschappelijk onderzoek, wordt volgens ons de aard van de wetenschap zelf ontkend. Zonder wetenschappelijk debat blijft er weinig meer over dat wetenschap van andere vormen van kennis onderscheid (een onderscheid dat het postmodernisme inderdaad ontkent). Nieuwe sociologische kennis moet worden gedeeld om onderzoeksresultaten te beschouwen als een bevestiging van bestaande inzichten, of als een (interessante) weerlegging daarvan.
De opdracht aan de lezer in een boek over postmoderne beleidsevaluatie (Abma, 1996) is zeer illustratief voor de postmoderne visie op het wetenschappelijk forum: "Ik raad lezers aan deze tekst niet als een universitaire intellectueel in zijn geheel te accepteren of te verwerpen, maar om haar te aanvaarden en te verwerpen, om deze te gebruiken als een handboek, om de tekst te manipuleren zoals het de lezer past en om er naar eigen believen gebruik van te maken" (Abma, 1996: 31).
Conclusie
Mooie verhalen mogen best worden geschreven, graag zelfs! Mooie verhalen worden er in de wetenschap reeds geschreven, maar misschien niet genoeg. Wij zijn het met de verhalenvertellers eens dat wetenschappelijke theorieën vaak veel te abstract blijven. Het vertellen van de verhalen achter een toegepaste theorie of model kan een grote verrijking betekenen voor de sociologische wetenschap. Vooral theoriegestuurd empirisch onderzoek biedt grote mogelijkheden voor de integratie van theoretisch-empirisch onderzoek met een verantwoord verhaal.
Door hun onschendbaarheid plaatsen de postmoderne auteurs van verhalen zich buiten de wetenschap. Sterker, zij ontkennen zelf het bestaan en de mogelijkheid van wetenschappelijke vooruitgang. Dat zij daarmee hun eigen positie ook als zinloos bestempelen is kennelijk niet geheel tot hen doorgedrongen, gezien het feit dat de auteurs wel degelijk wetenschappelijke pretenties hebben (allen wijden zij zich aan wetenschappelijke boeken of proefschriften). Wij willen eindigen met een fraaie metafoor. Gooi niet je oude schoenen weg voordat je een nieuw paar hebt. Verkies je uit principe geen schoenen te dragen, dan is het verstandiger je niet buiten te wagen.
Apple iPhone 17 LG OLED evo G5 Google Pixel 10 Samsung Galaxy S25 Star Wars: Outlaws Nintendo Switch 2 Apple AirPods Pro (2e generatie) Sony PlayStation 5 Pro
Tweakers is onderdeel van
DPG Media B.V.
Alle rechten voorbehouden - Auteursrecht © 1998 - 2026
•
Hosting door TrueFullstaq