Ik heb hier passages uit Genesis 1 tot en met elf, letterlijk overgeschreven onder een nieuwe kop, passages die ik opvallend vind en waarvan ik het nodig vind om dezen er uit te lichten.
Kennis onthouden om hen te laten dienen:
[Genesis 2:15] En de Here God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren.
[Genesis 2:16] En de Here God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten,
[Genesis 2:17] maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.
Kennis verkregen:
[Genesis 3:4] De slang echter zeide tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven,
[Genesis 3:5] maar God weet dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad.
[Genesis 3:6] En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man,die bij haar was, en hij at.
[Genesis 3:7] Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; zij hechten vijgebladeren aaneen en maakten zich schorten.
Schrik voor God:
[Genesis 3:8] Toen zij het geluid van de Here God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, verborgen de mens en zijn vrouw zich voor de Here God tussen het geboomte in de hof.
[Genesis 3:9] En de Here God riep de mens tot Zich en zeide tot hem: Waar zijt gij?
[Genesis 3:10] En hij zeide: Toen ik uw geluid in de hof hoorde, werd ik bevreesd, want ik ben naakt; daarom verborg ik mij.
Schrik onder de God(en):
[Genesis 3:22] En de Here god zeide: Zie, de mens is geworden als Onzer een door de kennis van goed en kwaad; nu dan, laat hij zijn hand niet uitstrekken en ook van de boom des levens eten, zodat hij in de eeuwigheid zou leven.
[Genesis 3:24] En Hij verdreef de mens en Hij stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een flikkerend zwaard, dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken.
Lust onder de zonen des Gods
[Genesis 6:1] Toen de mensen zich op aarde begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden.
[Genesis 6:2] zagen de zonen Gods, dat de dochters der mensen schoon waren, en zij namen zich daaruit vrouwen, wie zijn maar verkozen.
[Genesis 6:4] De reuzen waren in die dagen op de aarde, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen, en zij hun (kinderen) baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam.
Berouw van God
[Genesis 6:5] Toen de Here zag dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was,
[Genesis 9:6] berouwde het de Here, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart.
[Genesis 6:7] En de Here zeide: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat ik hen gemaakt heb.
[Genesis 6:8] Maar Noach vond genade in de ogen des Heren.
[Genesis 6:9] Dit is de geschiedenis van Noach, Noach was onder zijn tijdgenoten een rechtvaardig en onberispelijk man; Noach wandelde met God.
[Genesis 7:1] En de Here zeide tot Noach: Ga in de ark, gij en geheel uw huis, want u heb Ik in dit geslacht voor mijn aangezicht rechtvaardig bevonden.
[Genesis 7:3] Want over nog zeven dagen zal Ik het op de aarde veertig dagen en veertig nachten doen regenen, en zal ik alles wat bestaat, hetgeen Ik gemaakt heb, van de aardbodem verdelgen.
Nog steeds zondig
[Genesis 9:20] En Noach werd een landman en platte een wijngaard.
[Genesis 9:21] Toen hij van de wijn gedronken had, werd hij dronken en hij ontblootte zich in zijn tent.
[Genesis 9:22] Toen zag Cham, de vader van Kanaän, zijns vaders naaktheid en hij vertelde het aan zijn beide broers buiten.
[Genesis 9:23] Daarop namen Sem en Jafet een mantel, legden die op hun beider schouders, liepen achterwaarts en bedekten huns vanders naaktheid, terwijl hun aangezicht afgewend was, zodat zij huns vaders naaktheid niet zagen.
[Genesis 9:24] Toen Noach uit zijn roes ontwaakte en vernam, wat zijn jongste zoon hem aangedaan had,
[Genesis 9:25] zeide hij: Vervloekt zij Kanaän, een knecht der knechten zij hij voor zijn broeders.
[Genesis 9:26] Voorts zeide hij: Geprezen zij de Here, de God van Sem, maar Kanaän zij hem tot knecht.
Een nieuwe start
[Genesis 10:1] Dit zijn de nakomelingen der zonen van Noach: Sem, Cham en Jafet; hun werden namelijk zonen geboren na de vloed.
[Genesis 10:6] En de zonen van Cham waren Kus, Misraïm, Put en Kanaän.
[Genesis 10:8] En Kus verwekte Nimrod; deze was de eerste machthebber op de aarde;
[Genesis 10:9] hij was een geweldig jager voor het aangezicht des Heren: daarom zegt men : Een geweldig jager voor het aangezicht des Heren als Nimrod.
[Genesis 10:10] En het begin van zijn koninkrijk was Babel, Erek, Akkad en Kalne, in het land Sinear.
Voordstrevende mensen
[Genesis 11:1] De gehele aarde nu was één van taal en één van spraak.
[Genesis 11:2] Toen zij oostwaarts trokken, vonden zij een vlakte in het land Sinear, waar zij zich vestigden.
[Genesis 11:3] En zij zeiden tot elkander: Welaan, laten wij tichelen maken en die goed bakken. En de tichel diende hun tot steen en het asfalt diende hun tot leem.
[Genesis 11:4] Ook zeiden zij: Welaan, laten wij ons een stad bouwen met een toren, waarvan de top tot de hemel reikt, en laten wij ons een naam maken, opdat wij niet over de gehele aarde verstrooid worden.
De vernietiging van kennis
[Genesis 11:5] Toen daalde de Here neder om de stad en de toren, die de mensenkinderen bouwden, te bezien,
[Genesis 11:6] en de Here zeide: Zie, het is één volk en zij allen hebben één taal. Dit is het begin van hun streven; nu zal niets van wat zij denken toe doen voor hen onuitvoerbaar zijn.
[Genesis 11:7] Welaan, laat Ons nederdalen en daar hun taal verwarren, zodat zij elkanders taal niet verstaan.
[Genesis 11:8] Zo verstrooide de Here hen vandaar over de gehele aarde, en zij staakten de bouw van de stad.
[Genesis 11:9] Daarom noemt men haar Babel, omdat de Here daar de taal der gehele aarde verward heeft en de Here hen vandaar over de gehele aarde verstrooid heeft.
Kennis onthouden om hen te laten dienen:
Hier staat dat de hof van eden niet gecreëerd is om de mens te dienen maar er staat geschreven dat de mens in de hof van eden geplaatst is om deze te dienen, zoals er in [Genesis 2:15] staat “ En de Here God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren.”
Kennis verkregen:
De ‘slang’ verleidt de vrouw geenszins, haar wordt alleen maar de waarheid verteld door de ‘slang’ iets wat wordt bevestigd door God in [Genesis 3:22] : “Zie, de mens is geworden als Onzer...”.
Schrik voor God:
De naaktheid van de mensen is de reden voor de schrik voor god.
Schrik onder de God(en):
God wil schijnbaar niet dat mensen op gelijk voet komen staan en gebruikt zelfs passief geweld om dit te voorkomen: [Genesis 3:24] “… en Hij stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een flikkerend zwaard, dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken.”
Wat ook uit het oog springt is dat God hier laat blijken dat er ‘gelijken’ bestaan zoals er in [Genesis 3:22] geschreven staat “En de Here god zeide: Zie, de mens is geworden als Onzer...”.
Lust onder de zonen des Gods
De zonen des Gods, wier ook verder in de bijbel voorkomen en in al die melding worden gerefereerd als engelen. Zijn hier slachtoffer van wat graag door de kerk wordt benoemd als een “Aardse zonde”: lust. Maar Genesis laat wellicht zien dat de ‘engelen’ niet de enige ‘slachtoffers’ waren, de tekst “…en zij namen zich daaruit vrouwen, wie zijn maar verkozen” schrijft dat de Zonen des Gods het definitieve oordeel hadden.
Iets wat de schrik voor God, toen de mens zijn eigen naaktheid had ontdekt zou kunnen verklaren in [ Genesis 3:10] “…werd ik bevreesd, want ik ben naakt;…”.
Berouw van God
Van een barmhartig God is hier geen sprake.
Nog steeds zondig
De uitverkorende Noach zondigt hier.
Een nieuwe start
Dit is waar geschiedenis en de bijbel langzamerhand in elkaar beginnen te vloeien:
“Nimrod Een geweldig jager voor het aangezicht des Heren als Nimrod,deze was de eerste machthebber op de aarde”. Nimrod wordt buiten de bijbel ook wel genoemd als de stichter van Babel.
Voordstrevende mensen
Hier wordt er voor de eerst keer melding gemaakt van vooruitgang onder de mensen, de mensen waren verenigd los van onderling conflict. En starten aan de bouw van een stad, met een toren zodat ze naam maken en niet verspreid over de aarde zullen worden.
Over het ‘vermeende’ vervloekte doel van de toren namelijk om met de goden in de hemel te geraken wordt hier geen woord gerept. Dit is het geval in alle Nederlands talige bijbels die ik heb kunnen vinden vandaag, toch meldt de eerst gevonden Engelstalige bijbel dit vermeende doel wel.
De vernietiging van kennis
De Here geeft blijk aan de ergernis over de vooruitgang onder de mensen zoals te lezen is in
[Genesis 11:6] “en de Here zeide: Zie, het is één volk en zij allen hebben één taal. Dit is het begin van hun streven; nu zal niets van wat zij denken toe doen voor hen onuitvoerbaar zijn.” en [Genesis 11:7] “Welaan, laat Ons nederdalen en daar hun taal verwarren, zodat zij elkanders taal niet verstaan.”.
De Here blijkt helemaal niet blij te zijn met een vooruitgang onder de mensen, iets waarin de hof van eden al gestalte aan werd gegeven, het passieve geweld van toen wordt hier zelfs actief en de mensen worden wederom verspreidt over de aarde.
Wat hier wederom uit het ook springt is dat de Here zich weer uitspreekt over ‘gelijken’ “Welaan, laat Ons nederdalen…”
Dit is niet bedoeld als voer voor atheïsten, maar als ‘voer’ voor een nieuwe kijk op Genesis waar misschien wel de verkeerde God wordt vereerd.
Immers heeft de slang die de vrucht der kennis aanreikte juist niet het goede met de mens voor, zoals de God van het nieuwe testement het mensen voor heeft. En wordt deze ‘slang’ die ‘satan’ zou moeten vertegenwoordigen niet vervloekt door deze ‘God” uit Genesis ?
Een “God’ die eenheid en vooruitgang onder mensen verkomt en bestraft…
Ook is het misschien wel handig om te vermelden dat de aanzet voor het lezen van Genesis een andere was dan het behandelde in deze post. En dit is ook niet bedoelt als een steun in de rug voor satan verering immers is satan de gevallen engel die het slechte met de mens voor heeft.
Kennis onthouden om hen te laten dienen:
[Genesis 2:15] En de Here God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren.
[Genesis 2:16] En de Here God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten,
[Genesis 2:17] maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.
Kennis verkregen:
[Genesis 3:4] De slang echter zeide tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven,
[Genesis 3:5] maar God weet dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad.
[Genesis 3:6] En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man,die bij haar was, en hij at.
[Genesis 3:7] Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; zij hechten vijgebladeren aaneen en maakten zich schorten.
Schrik voor God:
[Genesis 3:8] Toen zij het geluid van de Here God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, verborgen de mens en zijn vrouw zich voor de Here God tussen het geboomte in de hof.
[Genesis 3:9] En de Here God riep de mens tot Zich en zeide tot hem: Waar zijt gij?
[Genesis 3:10] En hij zeide: Toen ik uw geluid in de hof hoorde, werd ik bevreesd, want ik ben naakt; daarom verborg ik mij.
Schrik onder de God(en):
[Genesis 3:22] En de Here god zeide: Zie, de mens is geworden als Onzer een door de kennis van goed en kwaad; nu dan, laat hij zijn hand niet uitstrekken en ook van de boom des levens eten, zodat hij in de eeuwigheid zou leven.
[Genesis 3:24] En Hij verdreef de mens en Hij stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een flikkerend zwaard, dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken.
Lust onder de zonen des Gods
[Genesis 6:1] Toen de mensen zich op aarde begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden.
[Genesis 6:2] zagen de zonen Gods, dat de dochters der mensen schoon waren, en zij namen zich daaruit vrouwen, wie zijn maar verkozen.
[Genesis 6:4] De reuzen waren in die dagen op de aarde, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen, en zij hun (kinderen) baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam.
Berouw van God
[Genesis 6:5] Toen de Here zag dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was,
[Genesis 9:6] berouwde het de Here, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart.
[Genesis 6:7] En de Here zeide: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat ik hen gemaakt heb.
[Genesis 6:8] Maar Noach vond genade in de ogen des Heren.
[Genesis 6:9] Dit is de geschiedenis van Noach, Noach was onder zijn tijdgenoten een rechtvaardig en onberispelijk man; Noach wandelde met God.
[Genesis 7:1] En de Here zeide tot Noach: Ga in de ark, gij en geheel uw huis, want u heb Ik in dit geslacht voor mijn aangezicht rechtvaardig bevonden.
[Genesis 7:3] Want over nog zeven dagen zal Ik het op de aarde veertig dagen en veertig nachten doen regenen, en zal ik alles wat bestaat, hetgeen Ik gemaakt heb, van de aardbodem verdelgen.
Nog steeds zondig
[Genesis 9:20] En Noach werd een landman en platte een wijngaard.
[Genesis 9:21] Toen hij van de wijn gedronken had, werd hij dronken en hij ontblootte zich in zijn tent.
[Genesis 9:22] Toen zag Cham, de vader van Kanaän, zijns vaders naaktheid en hij vertelde het aan zijn beide broers buiten.
[Genesis 9:23] Daarop namen Sem en Jafet een mantel, legden die op hun beider schouders, liepen achterwaarts en bedekten huns vanders naaktheid, terwijl hun aangezicht afgewend was, zodat zij huns vaders naaktheid niet zagen.
[Genesis 9:24] Toen Noach uit zijn roes ontwaakte en vernam, wat zijn jongste zoon hem aangedaan had,
[Genesis 9:25] zeide hij: Vervloekt zij Kanaän, een knecht der knechten zij hij voor zijn broeders.
[Genesis 9:26] Voorts zeide hij: Geprezen zij de Here, de God van Sem, maar Kanaän zij hem tot knecht.
Een nieuwe start
[Genesis 10:1] Dit zijn de nakomelingen der zonen van Noach: Sem, Cham en Jafet; hun werden namelijk zonen geboren na de vloed.
[Genesis 10:6] En de zonen van Cham waren Kus, Misraïm, Put en Kanaän.
[Genesis 10:8] En Kus verwekte Nimrod; deze was de eerste machthebber op de aarde;
[Genesis 10:9] hij was een geweldig jager voor het aangezicht des Heren: daarom zegt men : Een geweldig jager voor het aangezicht des Heren als Nimrod.
[Genesis 10:10] En het begin van zijn koninkrijk was Babel, Erek, Akkad en Kalne, in het land Sinear.
Voordstrevende mensen
[Genesis 11:1] De gehele aarde nu was één van taal en één van spraak.
[Genesis 11:2] Toen zij oostwaarts trokken, vonden zij een vlakte in het land Sinear, waar zij zich vestigden.
[Genesis 11:3] En zij zeiden tot elkander: Welaan, laten wij tichelen maken en die goed bakken. En de tichel diende hun tot steen en het asfalt diende hun tot leem.
[Genesis 11:4] Ook zeiden zij: Welaan, laten wij ons een stad bouwen met een toren, waarvan de top tot de hemel reikt, en laten wij ons een naam maken, opdat wij niet over de gehele aarde verstrooid worden.
De vernietiging van kennis
[Genesis 11:5] Toen daalde de Here neder om de stad en de toren, die de mensenkinderen bouwden, te bezien,
[Genesis 11:6] en de Here zeide: Zie, het is één volk en zij allen hebben één taal. Dit is het begin van hun streven; nu zal niets van wat zij denken toe doen voor hen onuitvoerbaar zijn.
[Genesis 11:7] Welaan, laat Ons nederdalen en daar hun taal verwarren, zodat zij elkanders taal niet verstaan.
[Genesis 11:8] Zo verstrooide de Here hen vandaar over de gehele aarde, en zij staakten de bouw van de stad.
[Genesis 11:9] Daarom noemt men haar Babel, omdat de Here daar de taal der gehele aarde verward heeft en de Here hen vandaar over de gehele aarde verstrooid heeft.
Kennis onthouden om hen te laten dienen:
Hier staat dat de hof van eden niet gecreëerd is om de mens te dienen maar er staat geschreven dat de mens in de hof van eden geplaatst is om deze te dienen, zoals er in [Genesis 2:15] staat “ En de Here God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren.”
Kennis verkregen:
De ‘slang’ verleidt de vrouw geenszins, haar wordt alleen maar de waarheid verteld door de ‘slang’ iets wat wordt bevestigd door God in [Genesis 3:22] : “Zie, de mens is geworden als Onzer...”.
Schrik voor God:
De naaktheid van de mensen is de reden voor de schrik voor god.
Schrik onder de God(en):
God wil schijnbaar niet dat mensen op gelijk voet komen staan en gebruikt zelfs passief geweld om dit te voorkomen: [Genesis 3:24] “… en Hij stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een flikkerend zwaard, dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken.”
Wat ook uit het oog springt is dat God hier laat blijken dat er ‘gelijken’ bestaan zoals er in [Genesis 3:22] geschreven staat “En de Here god zeide: Zie, de mens is geworden als Onzer...”.
Lust onder de zonen des Gods
De zonen des Gods, wier ook verder in de bijbel voorkomen en in al die melding worden gerefereerd als engelen. Zijn hier slachtoffer van wat graag door de kerk wordt benoemd als een “Aardse zonde”: lust. Maar Genesis laat wellicht zien dat de ‘engelen’ niet de enige ‘slachtoffers’ waren, de tekst “…en zij namen zich daaruit vrouwen, wie zijn maar verkozen” schrijft dat de Zonen des Gods het definitieve oordeel hadden.
Iets wat de schrik voor God, toen de mens zijn eigen naaktheid had ontdekt zou kunnen verklaren in [ Genesis 3:10] “…werd ik bevreesd, want ik ben naakt;…”.
Berouw van God
Van een barmhartig God is hier geen sprake.
Nog steeds zondig
De uitverkorende Noach zondigt hier.
Een nieuwe start
Dit is waar geschiedenis en de bijbel langzamerhand in elkaar beginnen te vloeien:
“Nimrod Een geweldig jager voor het aangezicht des Heren als Nimrod,deze was de eerste machthebber op de aarde”. Nimrod wordt buiten de bijbel ook wel genoemd als de stichter van Babel.
Voordstrevende mensen
Hier wordt er voor de eerst keer melding gemaakt van vooruitgang onder de mensen, de mensen waren verenigd los van onderling conflict. En starten aan de bouw van een stad, met een toren zodat ze naam maken en niet verspreid over de aarde zullen worden.
Over het ‘vermeende’ vervloekte doel van de toren namelijk om met de goden in de hemel te geraken wordt hier geen woord gerept. Dit is het geval in alle Nederlands talige bijbels die ik heb kunnen vinden vandaag, toch meldt de eerst gevonden Engelstalige bijbel dit vermeende doel wel.
De vernietiging van kennis
De Here geeft blijk aan de ergernis over de vooruitgang onder de mensen zoals te lezen is in
[Genesis 11:6] “en de Here zeide: Zie, het is één volk en zij allen hebben één taal. Dit is het begin van hun streven; nu zal niets van wat zij denken toe doen voor hen onuitvoerbaar zijn.” en [Genesis 11:7] “Welaan, laat Ons nederdalen en daar hun taal verwarren, zodat zij elkanders taal niet verstaan.”.
De Here blijkt helemaal niet blij te zijn met een vooruitgang onder de mensen, iets waarin de hof van eden al gestalte aan werd gegeven, het passieve geweld van toen wordt hier zelfs actief en de mensen worden wederom verspreidt over de aarde.
Wat hier wederom uit het ook springt is dat de Here zich weer uitspreekt over ‘gelijken’ “Welaan, laat Ons nederdalen…”
Dit is niet bedoeld als voer voor atheïsten, maar als ‘voer’ voor een nieuwe kijk op Genesis waar misschien wel de verkeerde God wordt vereerd.
Immers heeft de slang die de vrucht der kennis aanreikte juist niet het goede met de mens voor, zoals de God van het nieuwe testement het mensen voor heeft. En wordt deze ‘slang’ die ‘satan’ zou moeten vertegenwoordigen niet vervloekt door deze ‘God” uit Genesis ?
Een “God’ die eenheid en vooruitgang onder mensen verkomt en bestraft…
Ook is het misschien wel handig om te vermelden dat de aanzet voor het lezen van Genesis een andere was dan het behandelde in deze post. En dit is ook niet bedoelt als een steun in de rug voor satan verering immers is satan de gevallen engel die het slechte met de mens voor heeft.
[ Voor 4% gewijzigd door Verwijderd op 26-09-2003 18:31 ]