Ik heb voor mijn studie een opgave opgekregen om in Haskell te programmeren. Nu is het probleem echter dat ik denk dat opgave heel moeilijk te beantwoorden is.
De vraag luidt : Gegeven 2 lijnstukken in het platte vlak. Ga na of deze lijnstukken gemeenschappelijke punten hebben
Eerst had ik iets geschreven die voor beide lijnen ax+b uitrekende en toen heb ik een beetje zitten redeneren met richtingscoefficienten. Maar toen bedacht ik me ineens dat het om lijnstukken gaat en niet lijnen dus viel mijn hele theorie in degen.
Met lijnstukken is het een stuk moeilijker. Ik kan wel een reeks "if's" doen maar dan moet ik wel heel veel dingen afvangen en dan is nog maar de vraag of ik zeker weet dat de lijnen gemeenschappelijke punten hebben.
Heeft iemand enig idee om me op weg te helpen.
De vraag luidt : Gegeven 2 lijnstukken in het platte vlak. Ga na of deze lijnstukken gemeenschappelijke punten hebben
Eerst had ik iets geschreven die voor beide lijnen ax+b uitrekende en toen heb ik een beetje zitten redeneren met richtingscoefficienten. Maar toen bedacht ik me ineens dat het om lijnstukken gaat en niet lijnen dus viel mijn hele theorie in degen.
Met lijnstukken is het een stuk moeilijker. Ik kan wel een reeks "if's" doen maar dan moet ik wel heel veel dingen afvangen en dan is nog maar de vraag of ik zeker weet dat de lijnen gemeenschappelijke punten hebben.
Heeft iemand enig idee om me op weg te helpen.