Na het lezen van het topic “religie en het postmodernisme” zie ik dat ook na talloze discussies nog steeds dezelfde misvattingen en vooroordelen over religie standhouden. De wereld is veranderd maar de opvattingen uit de vorige eeuw blijven voortleven.
Er wordt steeds gesuggereerd dat geloof in God gebaseerd is op roze olifanten, luchtfietserij.
De waarheid is juist andersom. Juist degenen die menen dat ze hun leven kunnen baseren op wetenschap zijn de grootste luchtfietsers van allemaal.
Want wat is de realiteit van het leven?
De realiteit is: Dat je gefrustreerd raakt van mensen die je tegenwerken, dat je irriteert aan mensen met nare gewoonten, dat je verblijdt in het gezelschap van je vrienden, dat je in opstand komt tegen onrecht, dat je baalt van je eigen onmacht. Dat liefde je hart verwarmt. Dat je geconfronteerd wordt met leed en lijden. Dat je lijdt onder de jaloezie van anderen. Dat je als enkeling machteloos bent tegen de machtigen. Dat geluk iets is dat je wat je maar moeilijk in de hand hebt. Dat je plezier hebt in datgene wat je goed kunt. Dat het tegenzit en dan weer mee. Dat het moeilijk is jezelf te zien zoals anderen je zien. Dat ook jij andermans geluk én ongeluk bent. Dat de zon opkomt en weer ondergaat. Dat geloof in God je leven richting, zin en inhoud geven.
De realiteit van het leven is niet: Dat de zon om de aarde draait. Dat Ram sneller is dan Rom. Dat de materie uit atomen, elektronen, fotonen of quarks bestaat. Dat licht niet uit een zwart gat kan ontsnappen, dat bij volledige mededinging vraag en aanbod via het prijsmechanisme op elkaar worden afgestemd, dat wij een organische computer zijn met de illusie van een vrije wil. Dat de appel en de aarde door de zwaartekracht naar elkaar toe bewegen. Dat mogen allemaal wetenschappelijke waarheden zijn, het is niet de menselijke realiteit.
De wetenschap is een heerlijk tijdverdrijf voor een wezen met deductie. Het heeft praktische implicaties, maar uiteindelijk heeft het (ik denk gelukkig) niets kunnen veranderen aan de menselijke realiteit. Die is nog steeds hetzelfde. Mensen staan nog steeds voor de zelfde menselijke existentialistische vraagstukken als duizenden jaren geleden. Dat is het terrein waarop religies, al of niet met God, actief zijn en de mens helpen zich met hun bestaan, hun medemens en zichzelf te verzoenen en hun welbevinden te bevorderen.
Dat zo velen op dit forum, toch het meer weldenkende deel van de natie, dit niet willen inzien maakt mij pessimistisch over de toekomst die wij tegemoet gaan. De afgelopen 50 jaar is de wetenschappelijke kennis en welvaart enorm toegenomen, maar de beschaving van de mensen is helaas gedaald. (en niet alleen bij het gewone volk) Nooit hadden wij meer armslag om ons aan het geluk en het geluk alleen te wijden. Wij hebben die kans gemist. Het wetenschappelijke denken heeft ertoe geleidt dat alle vooruitgang in materiele termen wordt uitgedrukt. Anders kun je het niet objectief meten en is het onwetenschappelijk. Daarom streven wij vooral naar een groter huis en een mooiere auto etc. maar niet naar een prettige karakter, meer zelfkennis, meer inlevingsvermogen en prettigere omgangsvormen.
Met een individualistische bevolking die steeds minder met een ander rekening wil houden en een welvaart die over haar hoogtepunt heen is zien we de negatieve weerslag van dat denken. Er bestaat geen absolute moraal, dus je hoeft er ook geen rekening mee te houden. We hebben geen geld genoeg meer om de negatieve kanten daarvan af te kopen. Daarom koersen we nu aan af op een maatschappij met minder solidariteit, waarin eigenbelang uitgangspunt wordt, met minder vergevingsgezindheid en vermogen tot invoelen in de minderbedeelde. Een maatschappij waarin de overheid bij gebrek aan waarden, normen met harde hand oplegt.
Het schijnt veel schrijvers ontgaan te zijn, maar wij leven in het westen al geruime tijd in het post-God-tijdperk. Religie is in het huidige denken geen factor van betekenis meer. Nietsche en Marx hebben hun werk goed gedaan. Het fanatisme waarmee sommigen de laatste restanten religie willen ‘ausrotten’ doet mij denken aan het plezier waarmee sommigen iemand schoppen die op de grond ligt. Nog steeds denken ze dat al het onheil op deze wereld de schuld van de religie is. Maak dood die laatste Jood, anders kunnen we niet gelukkig zijn.
Het post-God-tijdperk is een triest tijdperk. Het realisme zegenviert, er is geen plaats voor idealisme. Er is geen heilstaat meer, met God of zonder God, geen venster op de toekomst, geen troost en geen hoop. What you see is what you get. De wetenschap probeert het bestaan op te rekken en onze gemoedstoestanden langs chemische weg te verbeteren. En meer meneer, mag je niet verwachten. Geen roze olifanten en geen roze droom. Alleen dat monster dat in ons zit, dat kan de wetenschap nog niet bestrijden. Maar misschien komt er een kwade dag dat ook dat lukt. Dat zal de dag zijn waarop de mensheid sterft.
Zolang er religie is zullen er mensen zijn die zich daartegen verzetten. Mensen die blijven geloven in een betere wereld, die hun absolute waarden en normen durven verdedigen tegen de materieel rationalistische stroom in. Mensen die er voor blijven ijveren dat medemenselijkheid, en menselijk geluk de ware doelstellingen van dit bestaan zullen worden, en ze zullen die God blijven noemen. En ze zullen blijven weigeren zich over te geven aan het nihilisme van de “wetenschappelijke vooruitgang” en “economische welvaart’.
Ik heb het al vaker gezegd: In de menselijke realiteit is wetenschap niet meer dan een leuk tijdverdrijf, maar wie dat tot de hoeksteen van zijn bestaan maakt is een wezen met bescheiden wensen, bang om zijn verbeelding te gebruiken.
Misschien was het ooit veilig om in God te geloven, in het post-God-tijdperk is het het veiligst om de zinloosheid van het bestaan tot de hoeksteen van je denken te maken. Anders zullen anderen je uitlachen, je uitmaken voor een gelover in roze olifanten, twijfelen aan je gezonde rationele verstand. Beperk je tot wat wetenschappelijk bewezen is, houd vaste grond onder je voeten. Denk veilig, leef veilig, sterf veilig, ha, ha, ha. Maar vergeet een ding niet. Je bent wat je gelooft.
Er wordt steeds gesuggereerd dat geloof in God gebaseerd is op roze olifanten, luchtfietserij.
De waarheid is juist andersom. Juist degenen die menen dat ze hun leven kunnen baseren op wetenschap zijn de grootste luchtfietsers van allemaal.
Want wat is de realiteit van het leven?
De realiteit is: Dat je gefrustreerd raakt van mensen die je tegenwerken, dat je irriteert aan mensen met nare gewoonten, dat je verblijdt in het gezelschap van je vrienden, dat je in opstand komt tegen onrecht, dat je baalt van je eigen onmacht. Dat liefde je hart verwarmt. Dat je geconfronteerd wordt met leed en lijden. Dat je lijdt onder de jaloezie van anderen. Dat je als enkeling machteloos bent tegen de machtigen. Dat geluk iets is dat je wat je maar moeilijk in de hand hebt. Dat je plezier hebt in datgene wat je goed kunt. Dat het tegenzit en dan weer mee. Dat het moeilijk is jezelf te zien zoals anderen je zien. Dat ook jij andermans geluk én ongeluk bent. Dat de zon opkomt en weer ondergaat. Dat geloof in God je leven richting, zin en inhoud geven.
De realiteit van het leven is niet: Dat de zon om de aarde draait. Dat Ram sneller is dan Rom. Dat de materie uit atomen, elektronen, fotonen of quarks bestaat. Dat licht niet uit een zwart gat kan ontsnappen, dat bij volledige mededinging vraag en aanbod via het prijsmechanisme op elkaar worden afgestemd, dat wij een organische computer zijn met de illusie van een vrije wil. Dat de appel en de aarde door de zwaartekracht naar elkaar toe bewegen. Dat mogen allemaal wetenschappelijke waarheden zijn, het is niet de menselijke realiteit.
De wetenschap is een heerlijk tijdverdrijf voor een wezen met deductie. Het heeft praktische implicaties, maar uiteindelijk heeft het (ik denk gelukkig) niets kunnen veranderen aan de menselijke realiteit. Die is nog steeds hetzelfde. Mensen staan nog steeds voor de zelfde menselijke existentialistische vraagstukken als duizenden jaren geleden. Dat is het terrein waarop religies, al of niet met God, actief zijn en de mens helpen zich met hun bestaan, hun medemens en zichzelf te verzoenen en hun welbevinden te bevorderen.
Dat zo velen op dit forum, toch het meer weldenkende deel van de natie, dit niet willen inzien maakt mij pessimistisch over de toekomst die wij tegemoet gaan. De afgelopen 50 jaar is de wetenschappelijke kennis en welvaart enorm toegenomen, maar de beschaving van de mensen is helaas gedaald. (en niet alleen bij het gewone volk) Nooit hadden wij meer armslag om ons aan het geluk en het geluk alleen te wijden. Wij hebben die kans gemist. Het wetenschappelijke denken heeft ertoe geleidt dat alle vooruitgang in materiele termen wordt uitgedrukt. Anders kun je het niet objectief meten en is het onwetenschappelijk. Daarom streven wij vooral naar een groter huis en een mooiere auto etc. maar niet naar een prettige karakter, meer zelfkennis, meer inlevingsvermogen en prettigere omgangsvormen.
Met een individualistische bevolking die steeds minder met een ander rekening wil houden en een welvaart die over haar hoogtepunt heen is zien we de negatieve weerslag van dat denken. Er bestaat geen absolute moraal, dus je hoeft er ook geen rekening mee te houden. We hebben geen geld genoeg meer om de negatieve kanten daarvan af te kopen. Daarom koersen we nu aan af op een maatschappij met minder solidariteit, waarin eigenbelang uitgangspunt wordt, met minder vergevingsgezindheid en vermogen tot invoelen in de minderbedeelde. Een maatschappij waarin de overheid bij gebrek aan waarden, normen met harde hand oplegt.
Het schijnt veel schrijvers ontgaan te zijn, maar wij leven in het westen al geruime tijd in het post-God-tijdperk. Religie is in het huidige denken geen factor van betekenis meer. Nietsche en Marx hebben hun werk goed gedaan. Het fanatisme waarmee sommigen de laatste restanten religie willen ‘ausrotten’ doet mij denken aan het plezier waarmee sommigen iemand schoppen die op de grond ligt. Nog steeds denken ze dat al het onheil op deze wereld de schuld van de religie is. Maak dood die laatste Jood, anders kunnen we niet gelukkig zijn.
Het post-God-tijdperk is een triest tijdperk. Het realisme zegenviert, er is geen plaats voor idealisme. Er is geen heilstaat meer, met God of zonder God, geen venster op de toekomst, geen troost en geen hoop. What you see is what you get. De wetenschap probeert het bestaan op te rekken en onze gemoedstoestanden langs chemische weg te verbeteren. En meer meneer, mag je niet verwachten. Geen roze olifanten en geen roze droom. Alleen dat monster dat in ons zit, dat kan de wetenschap nog niet bestrijden. Maar misschien komt er een kwade dag dat ook dat lukt. Dat zal de dag zijn waarop de mensheid sterft.
Zolang er religie is zullen er mensen zijn die zich daartegen verzetten. Mensen die blijven geloven in een betere wereld, die hun absolute waarden en normen durven verdedigen tegen de materieel rationalistische stroom in. Mensen die er voor blijven ijveren dat medemenselijkheid, en menselijk geluk de ware doelstellingen van dit bestaan zullen worden, en ze zullen die God blijven noemen. En ze zullen blijven weigeren zich over te geven aan het nihilisme van de “wetenschappelijke vooruitgang” en “economische welvaart’.
Ik heb het al vaker gezegd: In de menselijke realiteit is wetenschap niet meer dan een leuk tijdverdrijf, maar wie dat tot de hoeksteen van zijn bestaan maakt is een wezen met bescheiden wensen, bang om zijn verbeelding te gebruiken.
Misschien was het ooit veilig om in God te geloven, in het post-God-tijdperk is het het veiligst om de zinloosheid van het bestaan tot de hoeksteen van je denken te maken. Anders zullen anderen je uitlachen, je uitmaken voor een gelover in roze olifanten, twijfelen aan je gezonde rationele verstand. Beperk je tot wat wetenschappelijk bewezen is, houd vaste grond onder je voeten. Denk veilig, leef veilig, sterf veilig, ha, ha, ha. Maar vergeet een ding niet. Je bent wat je gelooft.