Hoi,
Ik was wat aan het klooien in Prolog, want heb er zo dadelijk examen over
Stel je hebt volgende functie:
Waarom, als je nu bijvoorbeeld test([a,b,c,d], T) aanroept, krijg je alleen a terug? De head van een list kan alles zijn, dus hij kan toch evengoed [a], [a,b], [a,b,c], [a,b,c,d] teruggeven? In al deze gevallen is de tail (respectievelijk [b,c,d], [c,d], [d], []) een list, dus ze zijn allemaal mogelijk?
Ik was wat aan het klooien in Prolog, want heb er zo dadelijk examen over
Stel je hebt volgende functie:
code:
1
| test([Head | _], Head). |
Waarom, als je nu bijvoorbeeld test([a,b,c,d], T) aanroept, krijg je alleen a terug? De head van een list kan alles zijn, dus hij kan toch evengoed [a], [a,b], [a,b,c], [a,b,c,d] teruggeven? In al deze gevallen is de tail (respectievelijk [b,c,d], [c,d], [d], []) een list, dus ze zijn allemaal mogelijk?