Wat een verrassing: het vierde deel! 
16. In een verkwistende bui gooi je een liter jenever in de oceaan. Die nacht stormt het flink en de alcohol wordt door alle wereldzeeën gemengd. Hoeveel alcoholmoleculen zitten er nu ongeveer in iedere liter zeewater?
a) 4000 moleculen.
b) 100 moleculen.
c) Minder dan 1 molecuul.
17. Twee identieke glazen zijn gevuld met water van gelijke temperatuur. In één glas los je twee eetlepels zout op. Vervolgens gooi je in beide glazen twee ijsblokjes. Je laat de glazen rustig staan. Wat gebeurt er?
a) Het ijs in het glas met zout water smelt sneller.
b) Het ijs in het glas met zout water smelt langzamer.
c) Er is geen verschil.
18. De pistoolgarnaal heeft een schaar die hij heel snel kan samentrekken. Daarmee schiet hij een waterstraal op zijn prooi af. Tegelijkertijd genereert hij indrukwekkende knallen. Waardoor ontstaan die knallen?
a) Door drie uitsteeksels op de schaar die heel snel over elkaar heen schieten.
b) Door mechanische vibraties die ontstaan op het moment dat de schaar dichtklapt.
c) Door een imploderende gasbel in de afgeschoten waterstraal.
19. Waaraan ontlenen zout en suiker hun conserverende werking in voedingsmiddelen?
a) Ze creëren chemische verbindingen die giftig zijn voor de aanwezige bacteriën.
b) Ze drogen de aanwezige bacteriën uit.
c) Ze veroorzaken een dodelijk hoge druk in de bacteriën.
20. Je hebt een basketbal en daarop leg je een tennisbal. Je laat ze samen van 1 meter hoogte vallen. Wat gebeurt er als de basketbal de grond raakt?
a) De kinetische energie van de tennisbal wordt plotseling overgedragen op de basketbal, die daardoor heel kort en snel gaat stuiteren.
b) Als de basketbal op de grond stuitert, zal bijna alle energie worden overgedragen op de tennisbal, die daardoor als een kanonskogel wegschiet.
c) De vervorming van de basketbal zorgt ervoor dat de tennisbal nagenoeg doodvalt.
16. In een verkwistende bui gooi je een liter jenever in de oceaan. Die nacht stormt het flink en de alcohol wordt door alle wereldzeeën gemengd. Hoeveel alcoholmoleculen zitten er nu ongeveer in iedere liter zeewater?
a) 4000 moleculen.
b) 100 moleculen.
c) Minder dan 1 molecuul.
17. Twee identieke glazen zijn gevuld met water van gelijke temperatuur. In één glas los je twee eetlepels zout op. Vervolgens gooi je in beide glazen twee ijsblokjes. Je laat de glazen rustig staan. Wat gebeurt er?
a) Het ijs in het glas met zout water smelt sneller.
b) Het ijs in het glas met zout water smelt langzamer.
c) Er is geen verschil.
18. De pistoolgarnaal heeft een schaar die hij heel snel kan samentrekken. Daarmee schiet hij een waterstraal op zijn prooi af. Tegelijkertijd genereert hij indrukwekkende knallen. Waardoor ontstaan die knallen?
a) Door drie uitsteeksels op de schaar die heel snel over elkaar heen schieten.
b) Door mechanische vibraties die ontstaan op het moment dat de schaar dichtklapt.
c) Door een imploderende gasbel in de afgeschoten waterstraal.
19. Waaraan ontlenen zout en suiker hun conserverende werking in voedingsmiddelen?
a) Ze creëren chemische verbindingen die giftig zijn voor de aanwezige bacteriën.
b) Ze drogen de aanwezige bacteriën uit.
c) Ze veroorzaken een dodelijk hoge druk in de bacteriën.
20. Je hebt een basketbal en daarop leg je een tennisbal. Je laat ze samen van 1 meter hoogte vallen. Wat gebeurt er als de basketbal de grond raakt?
a) De kinetische energie van de tennisbal wordt plotseling overgedragen op de basketbal, die daardoor heel kort en snel gaat stuiteren.
b) Als de basketbal op de grond stuitert, zal bijna alle energie worden overgedragen op de tennisbal, die daardoor als een kanonskogel wegschiet.
c) De vervorming van de basketbal zorgt ervoor dat de tennisbal nagenoeg doodvalt.
