Hetvolgende:
Vroegâh, in de tijd van de 8 bittertjes was het geheugen direct verbonden met de CPU. Als de CPU data uit het geheugen wilde schrijven/lezen, werd eerst het juiste adres op de adresbus gezet en dan via de databus gelezen/geschreven. Was het geheugen niet snel genoeg, moest de CPU gewoon wachten. Memory Management Units werden alleen gebruikt als men meer geheugen nodig had dan wat de CPU zelf kon adresseren (dus om het adresbereik van de CPU te vergroten). Zover ik weet zijn ook de eerste generaties PCs (8088/86 en 80286) zo opgebouwd, gewoon het geheugen direct via de databus aan de CPU.
Toen kwam de chipset. Die werd tussen het geheugen en de CPU gezet. De CPU praat niet meer zelf maar via de chipset met het geheugen. Nu vraag ik me een paar zaakjes af:
* Waarom eigenlijk? Het adresbereik van de huidige CPU's is toch groot genoeg?
* Hoe zit het nou met al die geheugenbandbreedtes en types? RDRAM, DDR SD-RAM, DDR II, enz, enz. Wat betreft de CPU is het duidelijk. Een P4 met 100 MHz QDR FSB (64 bits breed) heeft een throughput van 100*4*64/8 = 3200 MBytes/s en een P2 met 133 MHz FSB 1066 Mbytes/s.Dat is me duidelijk. Dit is dus de bandbreedte tussen chipset en CPU. Dan heb je nog de bandbreedte tussen chipset en geheugen. Dat is ook een kwestie van rekenen: 100 MHz DDR SD-RAM heeft een bandbreedte van 100*2*64/8 = 1600 MBytes/s. Zover ik het begrepen heb benut je de CPU optimaal indien deze bandbreedte groter/gelijk is aan de bandbreedte van de CPU FSB (klinkt ook errug logisch). Maar als dat het geval is, kun je de CPU niet beter direct met het geheugen laten praten, dat scheelt een tussenstap. Heeft dit te maken met het feit dat de CPU architectuur niet "past" op de geheugen-architectuur?
Vroegâh, in de tijd van de 8 bittertjes was het geheugen direct verbonden met de CPU. Als de CPU data uit het geheugen wilde schrijven/lezen, werd eerst het juiste adres op de adresbus gezet en dan via de databus gelezen/geschreven. Was het geheugen niet snel genoeg, moest de CPU gewoon wachten. Memory Management Units werden alleen gebruikt als men meer geheugen nodig had dan wat de CPU zelf kon adresseren (dus om het adresbereik van de CPU te vergroten). Zover ik weet zijn ook de eerste generaties PCs (8088/86 en 80286) zo opgebouwd, gewoon het geheugen direct via de databus aan de CPU.
Toen kwam de chipset. Die werd tussen het geheugen en de CPU gezet. De CPU praat niet meer zelf maar via de chipset met het geheugen. Nu vraag ik me een paar zaakjes af:
* Waarom eigenlijk? Het adresbereik van de huidige CPU's is toch groot genoeg?
* Hoe zit het nou met al die geheugenbandbreedtes en types? RDRAM, DDR SD-RAM, DDR II, enz, enz. Wat betreft de CPU is het duidelijk. Een P4 met 100 MHz QDR FSB (64 bits breed) heeft een throughput van 100*4*64/8 = 3200 MBytes/s en een P2 met 133 MHz FSB 1066 Mbytes/s.Dat is me duidelijk. Dit is dus de bandbreedte tussen chipset en CPU. Dan heb je nog de bandbreedte tussen chipset en geheugen. Dat is ook een kwestie van rekenen: 100 MHz DDR SD-RAM heeft een bandbreedte van 100*2*64/8 = 1600 MBytes/s. Zover ik het begrepen heb benut je de CPU optimaal indien deze bandbreedte groter/gelijk is aan de bandbreedte van de CPU FSB (klinkt ook errug logisch). Maar als dat het geval is, kun je de CPU niet beter direct met het geheugen laten praten, dat scheelt een tussenstap. Heeft dit te maken met het feit dat de CPU architectuur niet "past" op de geheugen-architectuur?
For it is the doom of men that they forget... Huidige en vroegere hardware specs The Z80 is still alive!