Ik ga als experiment eens een column-achtige stukje plaatsen; eens zien of zo'n verhaaltje kan leiden tot een levende topic in W&L, of totaal niet. 
Het idool
Er is de afgelopen decennia een nieuwe en wonderbaarlijke acteur bijgekomen op het wereldtoneel: het idool. Dit type wordt steeds verfijnder, en het heeft er alle schijn van dat het in de toekomst nog veel verder geperfectioneerd zal worden. Wat is het idool, dit ongrijpbare wezen van de moderne tijd? Wie zich deze vraag stelt, raakt licht op dwaalsporen - het idool heeft namelijk helemaal geen substantie. Het is een mediaspektakel, een fantoom, uiterlijke schijn - en ook niets meer dan uiterlijke schijn. Welbeschouwd is het idool niet eens een mens; het idool en de mens achter het idool blijven altijd gescheiden, en een blik op de persoon zou het zorgvuldig geconstrueerde fantoom onmiddellijk verjagen. Het idool is niets meer dan een focus van onze collectieve aandacht.
En wanneer de aandacht verslapt, overspringt, van het ene naar het andere onderwerp wisselt, verdwijnt onmiddellijk ook het idool. Vandaag een superster - morgen vergeten. Precies zoals het idool zelf geen inhoud heeft, zo hebben ook de aandacht, het idoolzijn en de idolatrie geen inhoud. De binding met het idool is van de vluchtigste soort; vandaag kunnen wij hem of haar aanbidden, en morgen weer vergeten - en dit zonder enig risico, zonder dat we enige toezegging doen of verplichting op ons nemen. Het idool is het noodzakelijke product van een passieve collectieve aandacht.
Het idool is aldus een symbool voor de oppervlakkigheid, en tegelijkertijd de cultuuruiting waarin deze oppervlakkigheid tot in haar meest subtiele finesses uitgewerkt kan worden. Eertijds moest nog de illusie van substantie opgehouden worden, moest men nog de indruk wekken dat kwaliteit en inhoud een rol speelden. Maar de collectieve aandacht is bedrevener geworden en men durft nu zelfs de hele ontwikkeling van mens naar idool - ja, zelfs de manier waarop de media iemand de status van idool schenken - volledig te laten zien. Met euvele moed is men er zelfs in geslaagd van deze mediamachinaties zelf een focus van de collectieve aandacht, een idool, te maken.
Ja, het is slechts een kwestie van tijd voordat wij zo'n graad van fijnzinnigheid hebben bereikt dat zelfs de illusie van een persoon niet meer nodig is - dat wij idolen kunnen hebben die niet meer zijn dan een door de media gecreëerd naamkaartje getiteld 'Jim' of 'Jamaï', en dat de laatste schijn van menselijkheid weg kan vallen. Eerder al hebben wij het stadium bereikt dat een fantoom zich kon voordoen als iets met inhoud, en zo een hele natie - ook haar meest intelligente vertegenwoordigers - zogezegd bij de neus kon nemen. Het enige verschil tussen Fortuyn en Jamaï is dat men van de laatste wel inziet dat hij een idool is.
Politici worden idolen; de kunstenaars waren het al. Nog even, en wat rest is leegte...
Het idool
Er is de afgelopen decennia een nieuwe en wonderbaarlijke acteur bijgekomen op het wereldtoneel: het idool. Dit type wordt steeds verfijnder, en het heeft er alle schijn van dat het in de toekomst nog veel verder geperfectioneerd zal worden. Wat is het idool, dit ongrijpbare wezen van de moderne tijd? Wie zich deze vraag stelt, raakt licht op dwaalsporen - het idool heeft namelijk helemaal geen substantie. Het is een mediaspektakel, een fantoom, uiterlijke schijn - en ook niets meer dan uiterlijke schijn. Welbeschouwd is het idool niet eens een mens; het idool en de mens achter het idool blijven altijd gescheiden, en een blik op de persoon zou het zorgvuldig geconstrueerde fantoom onmiddellijk verjagen. Het idool is niets meer dan een focus van onze collectieve aandacht.
En wanneer de aandacht verslapt, overspringt, van het ene naar het andere onderwerp wisselt, verdwijnt onmiddellijk ook het idool. Vandaag een superster - morgen vergeten. Precies zoals het idool zelf geen inhoud heeft, zo hebben ook de aandacht, het idoolzijn en de idolatrie geen inhoud. De binding met het idool is van de vluchtigste soort; vandaag kunnen wij hem of haar aanbidden, en morgen weer vergeten - en dit zonder enig risico, zonder dat we enige toezegging doen of verplichting op ons nemen. Het idool is het noodzakelijke product van een passieve collectieve aandacht.
Het idool is aldus een symbool voor de oppervlakkigheid, en tegelijkertijd de cultuuruiting waarin deze oppervlakkigheid tot in haar meest subtiele finesses uitgewerkt kan worden. Eertijds moest nog de illusie van substantie opgehouden worden, moest men nog de indruk wekken dat kwaliteit en inhoud een rol speelden. Maar de collectieve aandacht is bedrevener geworden en men durft nu zelfs de hele ontwikkeling van mens naar idool - ja, zelfs de manier waarop de media iemand de status van idool schenken - volledig te laten zien. Met euvele moed is men er zelfs in geslaagd van deze mediamachinaties zelf een focus van de collectieve aandacht, een idool, te maken.
Ja, het is slechts een kwestie van tijd voordat wij zo'n graad van fijnzinnigheid hebben bereikt dat zelfs de illusie van een persoon niet meer nodig is - dat wij idolen kunnen hebben die niet meer zijn dan een door de media gecreëerd naamkaartje getiteld 'Jim' of 'Jamaï', en dat de laatste schijn van menselijkheid weg kan vallen. Eerder al hebben wij het stadium bereikt dat een fantoom zich kon voordoen als iets met inhoud, en zo een hele natie - ook haar meest intelligente vertegenwoordigers - zogezegd bij de neus kon nemen. Het enige verschil tussen Fortuyn en Jamaï is dat men van de laatste wel inziet dat hij een idool is.
Politici worden idolen; de kunstenaars waren het al. Nog even, en wat rest is leegte...
Welch Schauspiel! Aber ach! ein Schauspiel nur!
Wo fass ich dich, unendliche Natur?